Het is de 22 landstitel voor de Catalaanse club onder leiding van trainer Tito Vilanova. Vorig jaar was Real Madrid landskampioen. De club had per zaterdag nog twee duels te gaan, maar Madrid had door het gelijkspel een onmogelijk in te lopen achterstand van 7 punten op de koploper.
Zondag won Barcelona nipt met 2-1 van Atletico Madrid. Het was een zwakke wedstrijd die op het laatst nog in winst werd omgebogen, ondanks dat Lionel Messi wegens een hamstring-blessure niet meespeelde.
Vanaf het begin van het seizoen ging Barca aan de leiding. Punten werden enkel verloren in thuiswedstrijden tegen Real Madrid. Het allereerste verlies in de competitie werd pas op 19 januari geïncasseerd. Real Sociedad won met 3-2.
Messi en Vilanova
De belangrijkste speler Messi raakte in april geblesseerd aan zijn rechterhamstring. Hierdoor zat de sterspeler herhaaldelijke malen aan de kant. In totaal scoorde de topvoetballer 46 doelpunten voor Barcelona in deze competitie. Voor het team is het de eerste landstitel onder leiding van Tito Vilanova, die een paar maanden afwezig was wegens behandeling van zijn ziekte. Bij Vilanova werd eind vorig jaar voor de tweede maal kanker geconstateerd.