Volgens gisteren bekendgemaakte cijfers heeft de Spaanse financiële sector in juni in totaal 126,3 miljard euro geleend bij de ECB. Dit is een toename van 48 procent (41 miljard euro) ten opzichte van mei. In die maand werd 85,6 miljard euro geleend, destijds ook een record.
Spanje kampt met een hoog begrotingstekort, een werkloosheid van 20 procent, een hoge particuliere schuldenlast en een bankensector die sterk is geraakt door het uiteenspatten van een vastgoedzeepbel.
Door nervositeit hierover onder beleggers, aangewakkerd door de Griekse schuldencrisis, zijn Spaanse banken sinds enkele weken zo goed als afgesloten van de internationale geldmarkt.
Pandbrieven
Als onderpand voor de leningen vraagt de ECB de banken schuldpapieren. Spaanse banken leveren in Frankfurt vooral schulden uit eigen land in. Dit betreft Spaanse staatsschuld, maar vooral pandbrieven die de banken uitgeven met als enig doel hiermee ECB-leningen te kunnen verkrijgen.
Binnen de ECB zou groeiende bezorgdheid bestaan over het beroep dat de Spaanse financiële sector doet op de centrale bank. De Spaanse ECB-leningen stegen terwijl het totaalbedrag dat andere eurolanden leenden juist daalde, met 22 miljard euro.
Spanje is hierdoor nu verantwoordelijk voor een kwart van de totale liquiditeitsvraag bij de ECB, terwijl de Spaanse economie 9 procent van het bbp van eurozone vormt.
Hervormingen
Om de onrust in het buitenland weg te nemen, heeft de regering van premier Zapatero de afgelopen maanden een reeks hervormingen doorgevoerd of voorgesteld.
Zo nam het kabinet vorige week een wetsvoorstel aan dat het voor spaarbanken in Spanje mogelijk moet maken particulier geld aan te trekken. Vooral over deze ‘cajas’ bestaat nu veel wantrouwen.