In Spanje zijn bijna 6.000 plekken geregistreerd waar mensen anoniem begraven werden na executies tijdens de burgeroorlog en dictatuur. Vaak ligt zo’n massagraf dichterbij dan je denkt, in negen van de tien gevallen op minder dan 50 kilometer afstand.
Deze maand op 20 november is het vijftig jaar geleden dat dictator Francisco Franco overleed. Ondanks het verstrijken van de tijd, liggen sporen van geweld en politieke repressie in Spanje nooit ver weg. Tegen tweehonderdduizend mensen werden vanaf het begin van de Burgeroorlog in 1936 tot het einde van het Franco-regime in de jaren zeventig zonder proces geëxecuteerd en begraven in massagraven.
RTVE publiceerde recent een interactieve kaart van deze 5.729 massagraven samen met het Staatssecretariaat van de Democratische Herinnering. Op deze kaart is te zien hoe wijdverspreid door Spanje ze te vinden zijn. In liefst 2.555 gemeenten, dat is 31% van het totaal, ligt of lag een massagraf. De kaart maakt met elke stip zichtbaar wat lang onbesproken bleef. Talloze verhalen van verlies, leed, onrecht en stilte. Voor nabestaanden kan de kaart het een middel zijn om erkenning te vinden. Voor historici om het verleden te documenteren en voor de samenleving om niet te vergeten.
Een schoen als bewijs
In 2006 leidde een anonieme brief en het ooggetuigenverslag van een toen 9-jarig meisje tot de opgraving van een massagraf in Fontanosas (Ciudad Real). De ontdekking van een oude schoen, een ‘abarca’, gemaakt van autoband, en een lichaam dat met het gezicht naar beneden lag, bevestigden het vermoeden. DNA-onderzoek stelde families in staat om hun dierbaren 65 jaar na hun executie eindelijk waardig te herbegraven.
Sinds de eerste opgraving in 2000 zijn meer dan 17.300 lichamen geborgen. Desondanks moeten er volgens schattingen nog zo’n 12.000 slachtoffers te vinden zijn in ongeopende massagraven. Dat sommige inmiddels onbereikbaar onder snelwegen of bebouwing liggen, maakt de zaak gecompliceerd. Twee van de grootste recent opgegraven massagraven bevinden zich in Málaga (2.840 lichamen) en Sevilla (1.786 lichamen).
Pico Reja: symbool van herstel
Een van de opvallendste opgravingen van de laatste jaren is die van het massagraf Pico Reja op het kerkhof San Fernando van Sevilla. Tussen 2020 en 2023 werden hier de resten van 1.786 mensen geborgen. Zij werden tussen 1936 en 1951 zonder proces geëxecuteerd. Opmerkelijk was dat in Pico Reja niet alleen mannen, maar ook vrouwen en vermoedelijk minderjarigen lagen begraven.
De omvang van de vondst was groter dan verwacht: men rekende aanvankelijk op zo’n 850 slachtoffers, maar trof uiteindelijk in totaal de resten van 10.073 mensen aan, waaronder 1.786 slachtoffers van franquistische repressie. Het maakt Pico Reja tot het grootste massagraf van slachtoffers van politieke repressie in Spanje en volgens deskundigen zelfs van West-Europa.
In drie jaar tijd werden door het forensisch team van twintig specialisten meer dan anderhalf miljoen botfragmenten geanalyseerd. Uit die analyses bleek dat veel lichamen tekenen van marteling of executie vertoonden, zoals gebroken ledematen, schotwonden in de schedel, geboeide handen. De resten lagen vaak chaotisch bovenop elkaar. Daaruit concludeerden ze dat er sprake is geweest van onzorgvuldige of opzettelijk respectloze begrafenissen. Het identificeren van de resten is erg moeizaam. Nog geen enkel slachtoffer is tot op heden op basis van de meer dan duizend verstuurde DNA-stalen met zekerheid geïdentificeerd.
Symbolisch afscheid
Toch gaf de opgraving veel families de kans om een symbolisch afscheid te nemen. Nabestaanden zoals Carmen en Pepita Amado, dochters van een gemeenteraadslid dat in augustus 1936 werd opgepakt, waren aanwezig bij het sluiten van het massagraf en konden voor het eerst aarde werpen op wat waarschijnlijk het graf van hun vader is. Ook andere familieleden, zoals Ángel Rodríguez (89), wiens vader in 1936 werd opgepakt vanwege zijn vakbondslidmaatschap, beleefden het moment als zowel pijnlijk als bevrijdend.
De sluitingsceremonie werd bijgewoond door alle bestuurslagen die de opgraving financierden zoals de gemeente Sevilla, de provincie, de Junta de Andalucía en de centrale overheid. Tijdens het officiële gedeelte was er ook kritiek: de vice-wethouder van Cultuur van de Junta werd uitgejouwd toen hij de oorlog in Oekraïne erbij haalde. Het laatste woord was gereserveerd voor de nabestaanden. “Voor mij gaat het niet om het vinden van resten, maar om het kennen van de geschiedenis”, zei een jongere aanwezige treffend.
Politieke gruwel
Ongeveer 3.400 van de geregistreerde massagraven bevatten slachtoffers van politieke repressie. Historici schatten dat tijdens de burgeroorlog en de dictatuur zo’n 200.000 mensen zijn geëxecuteerd. De meerderheid (140.159) werd omgebracht door de opstandelingen onder leiding van Franco. In sommige regio’s, zoals Madrid en Catalonië, waren ook de republikeinen verantwoordelijk voor veel slachtoffers (49.367 in totaal).
Het kerkhof van Paterna, bij Valencia, telt met 152 massagraven de meeste registraties. Tussen 1939 en 1956 vonden hier meer dan 2.200 mensen de dood. Zij werden veelal geëxecuteerd wegens hun politieke overtuiging. Sommige graven, zoals de ‘Fosa de la cultura’, bevatten tot wel 200 lichamen. Hier lagen veel leraren, schrijvers en intellectuelen geëxecuteerd vanwege hun idealen of republikeinse sympathieën.
De Wet van de Democratische Herinnering
De Spaanse regering onder leiding van Pedro Sánchez (PSOE) nam in 2022 de Ley de Memoria Democrática aan. Deze wet moest voorzien in het actief opsporen en openen van massagraven, het identificeren van slachtoffers en het verwijderen van franquistische symboliek uit de samenleving. Met de wet wil men historische gerechtigheid en collectieve erkenning bevorderen.
Toch is niet iedereen het daarmee eens. Vooral in landelijke gebieden of onder oudere generaties bestaat nog steeds weerstand tegen het openen van oude wonden. Tegenstanders vinden dat het verleden beter met rust gelaten kan worden. Ze willen zo ook het herbeleven van verdeeldheid die op veel plekken nog steeds onverminderd doorgaat voorkomen. Tegelijkertijd eisen jonge Spanjaarden en nabestaanden juist meer transparantie en erkenning na decennia van stilte.