Corruptiekaart van de zes grootste Spaanse schandalen

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Corruptiekaart van de zes grootste Spaanse schandalen

Bij de kaart staat vermeld dat waar corruptieschandalen in andere democratische landen eerder een anekdote vormen, deze in Spanje routine zijn.

1. Zaak ERE / Marcasevilla in Andalusië

Met geld van de Junta de Andalucía, bestemd voor tijdelijk of definitief ontslag van werknemers in bedrijven die in economische moeilijkheden verkeren, werd in 68 bedrijven gesjoemeld.

Directeur Werkgelegenheid van de Junta, Fracisco Javier Guerrero Benitez fraudeerde op grote schaal met 183 valse vervroegde pensioenen tot gevolg, waarvan er 111 hoger waren dan toegestaan en er 72 gingen naar personen die nooit bij de betreffende bedrijven werkzaam waren geweest.

Onder deze 72 bevonden zich 8 leden van de PSOE en 1 lid van de PP.

2. Zaak Brugal in de provincie Alicante

Misdrijven in de vorm van omkoping, afpersing en machtsmisbruik rond publieke aanbestedingen voor vuilnisophaaldiensten in verschillende gemeenten bestuurd door de Partido Popular in de provincie Alicante.

3. Zaak Gürtel in de deelstaat Valencia

Tussen 2001 en 2009 werd op grote schaal gefraudeerd rond vergunningen en contracten. Ambtenaren en overheidsfunctionarissen werden omgekocht om eerder geweigerde vergunningen op grond van milieuwetgeving alsnog te verstrekken.

Ook werden steekpenningen uitgedeeld voor het verkrijgen van eenmalige opdrachten of contracten. Vooral PP-leden uit de provincie Madrid en Valencia waren betrokken bij deze corruptieschandalen.

Onderzoeksrechter Baltasar Garzon startte het onderzoek maar werd begin dit jaar zelf geschorst voor 11 jaar omdat hij onrechtmatig gesprekken tussen verdachten uit de zaak en hun advocaten had laten afluisteren.

4. Zaak Palma Arena / Nóos op de Balearen

Grootschalige corruptie, malversatie, omkoping etc. rond de bouw  van het sportcomplex Palma Arena in Palma de Mallorca waarvoor een investering stond gepland van 48 miljoen euro en dat uiteindelijk tussen de 90 en 100 miljoen euro heeft gekost.

De zaak speelde zich af tijdens het PP-bestuur op de Balearen van Jaume Matás. Hij is inmiddels veroordeeld, samen met andere kopstukken van de PP zoals Rafael Durán en José Luis Ballester.

In de zaak Nóos wordt op dit moment nog onderzocht in hoeverre de schoonzoon van de Spaanse koning, Iñaki Urdangarín en zijn ex-vennoot Diego Torres, bij dit schandaal betrokken waren.

Hij zou als directeur van de Stichting Nóos publiek geld afkomstig van de regionale overheid hebben weggesluisd naar commerciële bedrijven onder zijn beheer.

5. Zaak Ciempozuelos in Madrid

Twee voormalige, socialistische burgemeesters van Ciempozuelos, Torrejón en Tejeiro sloten overeenkomsten met het vastgoedbedrijf Esprode, in ruil voor stukken grond.

De zaak kwam in 2006 aan het rollen na een aanklacht van de extreemrechtse vakbond Manos Limpias (Schone handen), opgericht om ‘alle typen corruptie aan de kaak te stellen’

6. Caso Campeón in Lugo, autonome regio Galicië.

Hier werd geld betaald aan hoge ambtenaren in ruil voor een snellere behandeling van vergunningen. Vijftien personen van het orgaan dat toezicht houdt op de douane (onderdeel van de Spaanse belastingdienst) en twee afgevaardigden van de deelstaat en de toenmalige minister van Openbare Werken, José Blanco zijn hierbij betrokken.

Ook werd er gefraudeerd rond het verstrekken van vergunningen voor de auto-keuringsbedrijven van de Spaanse ITV.

Bron: Teinteresa.com