Sinds de oorlog in Iran is tanken fors duurder geworden in Spanje. Maar wat opvalt is dat diesel ineens duurder is geworden dan benzine. Traditioneel is diesel altijd goedkoper. Achter die omslag zitten meerdere oorzaken, van problemen in Europese raffinaderijen tot internationale spanningen op de energiemarkt.
Wie regelmatig tankt in Spanje heeft het al in de portemonnee gevoeld. Eind februari kostte diesel in Spanje gemiddeld nog ongeveer 1,45 euro. Inmiddels is dat opgelopen tot ruim 1,83 euro per liter. Benzine 95 steeg in dezelfde periode ook, maar minder hard: van ongeveer 1,50 euro naar ruim 1,74 euro per liter.
Door een andere belastingdruk is diesel in Spanje meestal goedkoper dan benzine, maar die oude logica is op dit moment niet meer genoeg om het prijsverschil te verklaren. De dieselprijs wordt nu sterker beïnvloed door internationale marktproblemen.
Europa heeft te weinig raffinagecapaciteit
Een eerste belangrijke reden is dat Europa al jaren minder goed in staat is om zelf voldoende diesel te produceren. Volgens de Spaanse ondernemersorganisatie van tankstations, CEEES, is sinds 2008 ongeveer 20 procent van de raffinagecapaciteit in Europa verdwenen. Dat komt onder meer door strengere regels en milieudruk.
Daarbij komt dat veel Europese raffinaderijen historisch zo zijn ingericht dat ze relatief veel benzine produceren. De vraag naar diesel blijft echter groot, vooral in transport en logistiek. Daardoor ontstaat er een scheefgroei: Europa heeft meer diesel nodig dan het zelf efficiënt kan maken. Het gevolg is dat de prijs van diesel sneller oploopt zodra de markt onder druk staat. De dieselprijs reageert daardoor soms anders dan de prijs van ruwe olie alleen.
Minder Russische olie en diesel
Een tweede factor is dat Russische leveringen zijn weggevallen door Europese sancties tegen Russische olie en olieproducten sinds de inval van dat land in Oekraïne. Rusland was voor Europa jarenlang een belangrijke leverancier van afgewerkte diesel én van zwaardere ruwe olie, die juist geschikt is om meer diesel uit te halen. Veel Europese raffinaderijen zijn afgestemd op dat type olie. Wanneer die vervangen moet worden door andere, lichtere soorten verandert ook de opbrengst per vat. Dan komt er relatief meer benzine en minder diesel uit het raffinageproces. Dat maakt diesel schaarser en dat vertaalt zich vrijwel altijd in hogere prijzen aan de pomp.
Wereldwijde krapte op de markt
De derde oorzaak heeft te maken met de wereldmarkt. Er is wereldwijd een tekort aan zogenoemde middelzware destillaten, waaronder diesel en kerosine. Tegelijk zijn nieuwe grote raffinaderijen vooral gebouwd in landen als India, China en delen van het Midden-Oosten. Dat maakt Europa afhankelijker van import van verder weg. En dat brengt extra transportkosten met zich mee.
Ook geopolitieke spanningen spelen mee. Landen die eerder olie of brandstoffen uit Iran betrokken, moeten nu uitwijken naar andere leveranciers. Daardoor neemt de druk op de markt verder toe.
Bovendien concurreren diesel en kerosine deels met elkaar. Nu de luchtvaart sterk is hersteld, geven raffinaderijen in sommige gevallen voorrang aan vliegtuigbrandstof. Ook dat helpt niet mee voor de dieselprijs.
Wat merken consumenten in Spanje?
Voor automobilisten is het effect simpel: tanken is opnieuw duurder geworden. Vooral wie een dieselauto rijdt, merkt dat de traditionele prijsvoorsprong verdwenen is. Voor veel gezinnen, forenzen en ondernemers in Spanje komt dat boven op andere stijgende kosten.
Of diesel ook de komende weken duurder blijft dan benzine, hangt vooral af van de olieprijs, de situatie in het Midden-Oosten en de beschikbaarheid van diesel op de internationale markt. Zolang die factoren onzeker blijven, is de kans groot dat de prijzen onrustig blijven.