Het is bijna vijftig jaar geleden dat er een einde kwam aan de dictatuur van Franco, maar kwesties rond zijn nalatenschap blijven Spanje bezighouden. Het Spaanse Hooggerechtshof zette vandaag opnieuw een juridisch punt achter zo’n kwestie. De erfgenamen van de voormalige dictator verliezen definitief de strijd om het historische landgoed Pazo de Meirás, dat eigendom blijft van de Spaanse staat.
In het kort
- Het Spaanse Hooggerechtshof bepaalt dat de erfgenamen van Franco het landgoed Pazo de Meirás definitief moeten afstaan aan de staat.
- Het historische landgoed in Galicië diende tijdens de dictatuur als zomerresidentie van Francisco Franco.
- De uitspraak beëindigt een jarenlange juridische strijd over het bezit van het omstreden landgoed.
- Organisaties hopen dat het vonnis ook de weg opent naar nieuwe rechtszaken over andere bezittingen uit de Franco-tijd.
Het landgoed Pazo de Meirás was de officiële zomerresidentie van Franco en ligt in de kustgemeente Sada in de regio Galicië. Het landgoed ligt al jaren onder vuur. Na de dood van de dictator bleef de familie Franco het gebruiken, totdat de Spaanse staat het via de rechter opeiste als publiek erfgoed. Het Spaanse Hooggerechtshof bevestigde vandaag unaniem een eerdere uitspraak van het provinciale hof in A Coruña. Daarmee komt een einde aan een jarenlange juridische strijd over het historische landgoed.
De bewogen geschiedenis van Pazo de Meirás

Het historische Galicische landhuis werd aan het einde van de negentiende eeuw gebouwd in opdracht van Emilia Pardo Bazán. Deze Spaanse gravin en aristocrate gebruikte het landgoed als zomerverblijf. Pardo Bazán was niet zomaar een aristocrate, maar groeide uit tot een van de bekendste romanschrijfsters van haar tijd. Bovendien wordt ze gezien als een belangrijke vertegenwoordiger van het Spaanse realisme en literaire naturalisme.
Tijdens de Spaanse Burgeroorlog kwam het landgoed in 1938 in handen van dictator Franco. Dat ging niet zonder slag of stoot. De caudillo kreeg het landgoed feitelijk cadeau. Een comité van lokale bestuurders – de zogeheten Junta Pro-Pazo del Caudillo – zamelde geld in om het domein te kopen en aan Franco te schenken. In de praktijk verliep dat proces echter allesbehalve vrijwillig. Omwonenden werden onder druk gezet om grond af te staan en omliggende percelen werden onteigend om het terrein uit te breiden.
Volgens officiële documenten werden daarbij ook historische objecten uit kerken en openbare gebouwen naar het landgoed overgebracht. In de Spaanse pers wordt onder meer gesproken over romaanse beelden, doopvonten en wandtapijten. Pazo de Meirás werd in de jaren daarna de zomerresidentie van Franco. Het groeide uit tot een zichtbaar symbool van de macht en privileges van het Franco-regime.
In het BOE, het Spaanse staatsblad, werd het landgoed eerder omschreven als een symbool van de Franco-dictatuur. Ook verwees het naar de manier waarop het regime zich land en bezittingen toe-eigende. Daardoor bleef het landgoed lange tijd een controversiële plek in Spanje.
Rechtszaak over Pazo de Meirás
De juridische strijd om Pazo de Meirás begon in 2020, toen de Spaanse staat via de rechter teruggave van het landgoed eiste. In september van dat jaar oordeelde een rechtbank in A Coruña al dat het landhuis niet persoonlijk aan Franco was geschonken, maar aan het staatshoofd. De rechter verklaarde de latere overdracht aan de familie Franco daarom ongeldig.
Sinds december 2020 is Pazo de Meirás in handen van de Spaanse staat. De familie Franco ging echter herhaaldelijk in beroep tegen de uitspraak. Een deel van de bezittingen van Franco bleef na zijn dood in handen van de familie, wat al jaren tot discussie leidt in Spanje. Met het oordeel van het Hooggerechtshof lijkt nu een definitief einde te komen aan een van de meest symbolische geschillen rond de erfenis van de Franco-dictatuur.