Gewone ‘stroomslurpende peertjes’ per september verboden

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Gewone 'stroomslurpende peertjes' per september verboden

Het vertrouwde, warme licht van een ‘peertje’ zal men moeten vervangen door een zogenaamde ‘CFL-spaarlamp’ of door nieuwe LED-stralers.

Vanaf september 2009 hebben de 27 landen van de EU het gebruik van gloeilampen aan banden gelegd. Ook andere landen hebben de gloeilamp verboden.

Men neemt aan, dat voor 2015 al deze lampen zijn vervangen door ‘CFL-spaarlampen’. Dat waren tot dusver nogal flink uit de kluiten gewassen lampen die weliswaar de schijn verbreidden ‘goedkoper’ te zijn door een geringer stroomverbruik, maar in werkelijkheid gemiddeld 7 maal zo duur in aanschaf waren dan het vertrouwde, stroomslurpende peertje.

De prijs zou worden goedgemaakt door een langere levensduur. Een belofte die in het doorsnee huishoudelijk gebruik in Spanje met regelmatig optredende stroomstoringen op geen stukken na kon worden waargemaakt.

Giftig kwik

Dit type ‘spaarlamp’ op basis van fluorescentie (CFL) bevat bovendien kleine hoeveelheden giftig kwik, wat gewoonlijk voor huishoudelijk gebruik is verboden.

Ze stralen niet voor iedereen onschadelijk (blauwwit) UV-licht uit en andere electromagnetische energie van overigens zeer geringe intensiteit. Hier is oppassen geboden.

Voorzichtigheid

De Canadese overheid, die dit grondig uitzocht, ontraadt iedereen dichter dan een halve meter van dergelijk licht te verblijven, of op een afstand korter dan 30 centimeter langer dan een paar uur achtereen te werken.

Als een dergelijke lamp breekt, moet met uiterste voorzichtigheid worden gehandeld. In die ruimte mogen geen dieren blijven.

Na goede ventilatie kan men beginnen met het zeer voorzichtig bijeen vegen van de rommel zonder daarbij (schadelijk) stof te laten opwervelen, of resten aan kleren en lichaam te krijgen.

LED verlichting

De verlichtingstechnologie staat echter niet stil en na de ‘bombillas fluorescentes’ vinden nu LED-lampen hun weg naar de Spaanse markt. Ze verbruiken nog minder stroom dan CFL’s en geven vaak meer licht.

Hier moet een gebruiker oppassen voor de lichtverdeling door deze soms uit enige tientallen kleine licht-emiterende diodes (LED) bestaande lichtbronnen.

Er bestaan gelukkig ook ‘bombillas LED’ in peervorm, die er tamelijk fors uitzien en niet in smallere of kleine lamphouders passen. Daarnaast zijn er LED-stralers die zgn. puntlicht geven en dus een zeer smalle lichtverdeling bezitten die niet optimaal past in een interieur.

Tot dusver zijn deze LED lampen minstens 10 maal zo duur in aanschaf gebleken als het ouderwetse peertje dat circa 50 cent kost.

Wie bespaart?

Wie spaart nu eigenlijk het meest en waarop? De politiek bedient zich zoals gewoonlijk van optimistische rekenvoorbeelden, die zelfs hier en daar aan het fantastische grenzen.

Zo zou men wel “80%” kunnen sparen. Waarop wordt daarbij niet uit de doeken gedaan. Bij de huidige aanschafprijzen en een verhoogde omzetbelasting bespaart men bij doorsnee-gebruik van spaarlampen nagenoeg niets.

Dat kan in de toekomst wellicht veranderen als elektricteitstarieven omlaag zouden gaan, de prijzen van LED lampen door massa-productie alsnog sterk gereduceerd worden en de politiek er eindelijk mee ophoudt ongesubstantieerde milieu-eisen tegen betaling na te streven.

Dat lampen zouden bijdragen aan de (voor de landbouw juist zo nuttige) CO2 uitstoot en ‘globale verwarming’, zijn daarvan slechts 2 voorbeelden.

Een iets geringer stroomverbruik betekent nog niet dat de verbruiker ook maar één cent spaart bij het gebruik van alternatief licht.

De staat is hier de lachende derde, omdat hogere inkomsten uit omzetbelasting op aanzienlijk duurder licht de lege schatkist aardig bijvult. De goedgelovigheid van de verbruiker doet de rest.

Ledyluz.com, Health Canada, Mejorsinmercurio