Spanje laat zich niet in een notendop samenvatten. Er zijn maar weinig landen met zo’n rijke en veelzijdige geschiedenis. Complex is die geschiedenis ook, met eeuwen van invloeden van buitenaf, botsende culturen, overheersing, handel en migratie. Ze hebben Spanje gevormd tot het land dat het vandaag de dag is. Dat roept een ogenschijnlijk simpele, maar verraderlijke vraag op: wat is typisch Spaans, en hoe Spaans is eigenlijk alles wat we vanzelfsprekend zo noemen?
Die vraag voert ons terug in de tijd, en dat is nogal wat. Van de Feniciërs en de Grieken tot de Moren. Het verlies van de laatste koloniën in 1898, gevolgd door burgeroorlog, dictatuur en democratische wederopbouw. Van het principe café para todos tot de nieuwe grondwet en de Olympische Spelen van 1992, die Spanje opnieuw op de kaart zette. En van een verbannen koning tot de winst van het WK voetbal in 2010. Om maar eens wat te noemen.
Tel daarbij de grote contrasten in landschap en klimaat op en één ding wordt duidelijk: niets is zo veelzijdig als Spanje en de Spanjaarden. Spanje slaagt er steeds opnieuw in zichzelf uit te vinden. Die veelzijdigheid is een kracht, maar gaat hand in hand met blijvende verschillen in het land. En juist daarom dringt die vraag zich opnieuw op: wat lijkt typisch Spaans, maar is het eigenlijk niet?
Goed eten is geen bijzaak
Lekker, vers en goed eten is in Spanje nooit ver weg — en vaak ook nog eens verrassend betaalbaar. Van de revolutionaire keuken van Ferran Adrià tot de excentrieke creativiteit van Dabiz Muñoz: in Spanje smaakt het leven vaak net wat beter.
Soms is het een pan paella, vol met zon, rijst en identiteit, en soms juist de eenvoudige klassieker tortilla de patatas. In welk Spaans huishouden staat die niet wekelijks op tafel? Of gewoon een bordje jamón ibérico met Manchego-kaas. Wat het ook is, eten speelt in Spanje altijd de hoofdrol. Maar niet alles wat zo typisch Spaans voelt, is dat ook daadwerkelijk.
Croquetas
Deze kleine, goudbruine gefrituurde snacks zijn niet meer weg te denken uit Spaanse tapasbars. Verrassend genoeg komen ze niet uit Spanje, maar uit buurland Frankrijk. Naar verluidt ontstonden de kroketjes aan het hof van Lodewijk XIV, waar een romige vulling op basis van béchamelsaus werd ontwikkeld door niemand minder dan Louis de Béchamel. Pas in de 19e eeuw, tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog, deden de kroketjes hun intrede in Spanje. De eerste Spaanse varianten zagen er overigens anders uit en werden vaak met rijst gevuld.

Churros @Unsplash
Churros
Over de herkomst van churros lopen de meningen uiteen. Volgens een veelgehoorde theorie zijn ze geïnspireerd op youtiao, een gefrituurde deegsnack uit China. Portugese zeevaarders zouden het recept hebben meegenomen naar Europa, waarna het in Spanje belandde. Anderen houden het erop dat Spaanse bakkers zelf met dit eenvoudige deeg kwamen. Het was een praktisch alternatief voor vers brood, dat in de vroege ochtend niet altijd voorhanden was. Doop het in warme chocolade en een nieuw ontbijtritueel was geboren.
Sangria
Sidra
In de autonome regio Asturië geldt sidra als cultureel erfgoed. Hier schenkt een escanciador de cider nog altijd op traditionele wijze in: hij houdt de fles hoog boven het hoofd en laat de sidra van flinke hoogte in het glas vallen. In Asturië worden zelfs sidra-wedstrijden gehouden, waarbij het draait om precisie en techniek.

Ook hier is de oorsprong onderwerp van discussie. Sommige historici plaatsen gefermenteerde appeldranken ver terug in de geschiedenis en wijzen op mogelijke verbanden met het oude Egypte en Griekenland. Wat wel vaststaat: al in de Romeinse tijd stond sidra in Asturië symbool voor lokale eigenheid. Waar elders wijn werd gedronken, hield men hier vast aan de eigen drank. Daarmee behoort sidra tot de oudste gebruiken van Noord-Spanje.
Culturele iconen
Vraag tien mensen wat typisch Spaans is en de antwoorden laten waarschijnlijk niet lang op zich wachten: laat eten, zon, familie, hard praten en het beruchte mañana, om er een paar te noemen. Maar ook veel van deze vanzelfsprekendheden zijn minder Spaans dan ze lijken.
Siësta
Het middagdutje is een stuk ouder dan Spanje zelf. Het woord siësta komt van het Latijnse sexta hora: het zesde uur na zonsopgang. Romeinen namen rond het middaguur al rust. In Spanje ontstond de siësta uit noodzaak, niet uit luxe. Op het platteland was het simpelweg te heet om midden op de dag te werken; een dutje was efficiënter.
Abanico
De Spaanse waaier is een geliefd voorwerp. Je ziet hem bij flamencodansers, maar ook als stijlvol modeaccessoire. Handig tijdens de zomerse hitte én onlosmakelijk verbonden met het Spaanse straatbeeld — althans, zo voelt het. De oorsprong van de waaier ligt echter niet in Spanje. De oudste waaiers werden al in de oudheid gebruikt in China en waren niet opvouwbaar. De opvouwbare variant ontstond later in Japan, vermoedelijk geïnspireerd op de vleugels van een vleermuis. Via handelsroutes bereikte de waaier Europa en werd hij ook in Spanje omarmd.
Het Spaanse volkslied
Het Spaanse volkslied, oftewel La Marcha Real, is een buitenbeentje. Het heeft geen tekst en dat is geen toeval. In een land waar nationale identiteit gevoelig ligt en regionale tegenstellingen sterk zijn, zou het toevoegen van woorden onvermijdelijk een politieke lading krijgen.
Volgens de officiële lezing is het volkslied gebaseerd op een militaire mars, de Marcha Granadera, die in de 18e eeuw werd gespeeld tijdens parades en ceremoniële gelegenheden van het koningshuis. Daarmee is de kous nog niet af. Door de jaren heen deden verschillende theorieën de ronde over een mogelijke buitenlandse oorsprong, variërend van de Russische componist Mila Balakirev tot een Pruisische of Arabisch-Andalusische herkomst. Spaanse historici en muziekexperts ontkrachten deze theorieën echter expliciet. Zij spreken van hardnekkige mythes waarvoor historisch gezien geen bewijs bestaat.

AI-beeld ter illustratie
De zwarte Osborne-stier
De emblematische zwarte stier die je langs menig autopista of carretera tegenkomt, bevindt zich in het grijze gebied. Onmiskenbaar Spaans, maar geen eeuwenoud nationaal symbool. De stier begon zijn leven simpelweg als reclame voor sherry.
De Osborne-bodega’s in Andalusië bestaan al sinds 1772. Het silhouet van de stier werd echter pas in 1956 ontworpen als reclamebord door de Andalusische grafisch ontwerper Manolo Prieto. In de jaren negentig werd reclame langs snelwegen verboden. De merknaam verdween, maar de stier bleef staan. In 1998 verklaarde de Spaanse Hoge Raad de stier officieel tot cultureel erfgoed. Daarmee veroverde hij een ereplaats als nieuw boegbeeld van Spanje.
Tot slot
Gelukkig is er nog genoeg over dat zonder enige twijfel Spaans is. Van de felgekleurde Chupa Chups-lolly tot die wereldvondst op schoonmaakgebied: de mop. En natuurlijk de iconische Spaanse gitaar. Ook het tiki-taka-voetbal neemt niemand de Spanjaarden meer af. Dat vermogen om invloeden eigen te maken, te omarmen, te veranderen en opnieuw uit te vinden, is misschien wel het meest typisch Spaanse van alles.
Deze vijf iconische uitvindingen zijn Spaans