De zomer van 2025 laat niet alleen duidelijke sporen na in Spanje, maar jaagt het land op flink op kosten. Volgens een nieuwe studie van de Universiteit van Mannheim is Spanje dit jaar het land dat met de hoogste klimaatrekening het hardst is getroffen door de gevolgen van extreem weer. Het bedrag? Zo’n 12,2 miljard euro. Dat is bijna een derde van de totale klimaatschade in de Europese Unie.
En dat niet alleen: de vooruitzichten zijn nog somberder, zo blijkt uit de conclusie van de studie. Zonder ingrijpen loopt het bedrag richting de 35 miljard euro in 2029.
Klimaatschade stapelt zich op
De mix van lange, droge , recordhete zomers en een steeds groter risico op natuurbranden maakt Spanje erg kwetsbaar. Volgens het onderzoek treedt de economische schade op in verschillende sectoren. Denk aan mislukte oogsten, een terugvallende toerismesector en schade aan infrastructuur. Andere kosten zijn minder zichtbaar, zoals meer ziekenhuisopnames door hitte, lagere arbeidsproductiviteit en een stijgende energierekening.
Droogte raakt boeren en burgers
Vooral de landbouw krijgt rake klappen. Oogsten van onder meer graan, olijven en druiven vallen tegen, terwijl boeren steeds vaker moeten irrigeren om hun gewassen in leven te houden. Ondertussen zijn de waterreserves in stuwmeren historisch laag. En dat raakt niet alleen het platteland. Ook de bevolking in steden en industrieën worden geraakt door watergebrek en beperkingen als gevolg daarvan. Duidelijk is volgens het rapport ook dat de druk op de watervoorziening alleen maar zal toenemen, met alle gevolgen voor de economie en de samenleving van dien.
Hitte houdt toeristen en risico’s binnen
Het toerisme, goed voor ruim 12% van het Spaanse bbp, lijdt onder de hitte. Stedentrips worden uitgesteld of geannuleerd en natuurgebieden kampen met verhoogd brandgevaar. Ondertussen groeien ook de gezondheidsrisico’s. Alleen in augustus overleden al meer dan 2.100 mensen aan de gevolgen van extreme hitte. Dat is een record sinds deze aantallen worden bijgehouden, zo blijkt uit cijfers van het Spaanse monitoringssysteem MoMo.
Regionale verschillen in klimaatschade
Volgens de onderzoekers verschilt de impact per Europees land. Droogte en hittegolven vormen de grootste bedreiging in Zuid-Europa, waaronder Spanje, Italië, Portugal en Griekenland. In Noord- en Centraal-Europa, zoals in Duitsland, Zweden en Denemarken, zijn het juist overstromingen of aardverschuivingen die vaker voorkomen en steeds meer schade veroorzaken.
Relatief zware klappen voor kleinere landen
Spanje wordt in absolute cijfers het hardst getroffen door de klimaatrekening en wordt gevolgd door gevolgd door Italië (11,9 miljard) en Frankrijk (10,1 miljard). Toch weegt de schade in andere landen relatief zwaarder. Gekeken naar het verlies als percentage van het bruto binnenlands product (VAB) zijn Cyprus, Malta en Griekenland de grootste verliezers. De extreme weersomstandigheden van deze zomer zorgden daar voor een krimp van 1,1% van het VAB. In Spanje bedraagt dat verlies 0,84% en het EU-gemiddelde ligt met 0,26% nog veel lager.
Zonder maatregelen: structurele schade
Als Spanje niet actief ingrijpt, dan dreigt het land in 2029 een klimaatschaderekening van bijna 35 miljard euro gepresenteerd te krijgen, aldus de Duitse onderzoekers. Naast dat het land daarmee economisch zwaar wordt geraakt, komt het ook sociaal onder druk te staan. Organisaties als Greenpeace en het Wereldnatuurfonds benadrukten het al eerder, maar Spanje dreigt het brandpunt van de Europese klimaatcrisis te worden.
Over de hele Europese Unie zou de cumulatieve schade als gevolg van de extreme zomer van 2025 kunnen oplopen tot 126 miljard euro in 2029. Spanje draagt daarvan met 34,8 miljard euro opnieuw het grootste deel.
Werkelijke schade waarschijnlijk nog groter
De onderzoekers geven aan dat hun berekeningen voorzichtig zijn opgesteld. Zo is de schade door de talloze natuurbranden waardoor Spanje deze zomer werd geteisterd nog niet meegerekend, omdat daarover op het moment van het onderzoek onvoldoende betrouwbare cijfers beschikbaar waren. Juist op dat vlak hadden Spanje en Portugal deze zomer zwaar te lijden onder een uitzonderlijk brandseizoen, aangewakkerd door aanhoudende hitte.
Hoofdonderzoeker Sehrish Usman benadrukt het belang van snelle ramingen van schade die kort na extreme gebeurtenissen worden opgesteld, nog voordat officiële cijfers beschikbaar zijn. Dit soort snelle studies brengen zowel fysieke schade aan infrastructuur en indirecte effecten zoals productiviteitsverlies, verstoringen van toeleveringsketens en hogere zorgkosten in kaart. “Beleidsmakers hebben tijdige informatie nodig om goed te kunnen reageren op extreem weer,” zegt zij.
Investeren in weerbaarheid
Toch is er volgens de onderzoekers ruimte voor optimisme. De voorgestelde oplossingen zijn helder: investeren in moderner irrigatiesysteem, een toekomstbestendig toeristisch model, snellere energietransitie en betere brandpreventie. Daarmee kan veel schade worden voorkomen. En ja, maatregelen kosten geld, maar niets doen levert op termijn een nog hogere klimaatrekening op.
Spaanse premier opent politiek jaar met bijeenkomst over klimaatpact