Ministers en gedupeerden bijeen over Spaanse babyroof

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Ministers en gedupeerden bijeen over Spaanse babyroof

Tussen de jaren 30 en 90 van de vorige eeuw zijn er naar schatting van de Spaanse vereniging voor nabestaanden van ‘niños robados’ (Anadir), zo’n 300.000 baby’s van hun ouders geroofd en bij andere gezinnen ondergebracht of verkocht aan adoptiebureau’s.

Aan de moeders werd verteld dat hun pasgeboren baby was overleden. Veel van deze moeders waren tijdens de Spaanse burgeroorlog en in de jaren erna Republikeinse krijgsgevangenen.

Hun baby’s werden bij ‘gegoede’ families ondergebracht om zo te voorkomen dat ze het tegen het toenmalige regime onder Franco gekeerde gedachtengoed van hun ouders zouden overnemen.

Lucratief

Vanaf het einde van de jaren 70 werden baby’s vooral nog uit lucratieve overwegingen geroofd. Adoptieouders betaalden grif geld voor een nieuw kind.

Van de 1.500 lopende zaken rond babyroof in Spanje, was de 80-jarige non, Sor María Gomez Valbuena de eerste persoon die werd beschuldigd.

Onder het mom van hulp aan alleenstaande moeders en zwangeren, wist zij tientallen baby’s van hun biologische ouders te ontvreemden.

Proces bespoedigen

De reden dat vandaag de 10 vertegenwoordigers van gedupeerden spreken met de Spaanse ministers van Justitie (Alberto Ruiz Gallardón), Binnenlandse Zaken (Jorge Fernández Díaz) en Gezondheidszorg (Ana Mato) is om de zoektocht van honderden ouders en nabestaanden te bespoedigen door hulp van de overheid bij het openstellen van diverse archieven.

Akkoord

Ook is er voor het eerst een document beschikbaar waarin de 5 bestaande organisaties, die belangen van nabestaanden in de babyroof-zaken vertegenwoordigen, een akkoord bereikten over aan welke punten prioriteit gegeven moet worden. Dit akkoord werd afgelopen 20 februari aan de procureur gepresenteerd.

Volgens Guillermo Peña, de advocaat van de vereniging SOS Bebés Robados, ligt de bal nu bij de ministeries. De organisaties hebben alles gedaan wat ze konden doen en kunnen zonder hulp van de overheid niets meer verder onderzoeken.

Bron: El País, El Diagonal