Onzekerheid over de Oude Dag?

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Onzekerheid over de Oude Dag?

Bedrieglijk tot en met, want onze pensioenen worden steeds onzekerder en lopen met hun hoogte minstens 30 jaar achter bij de economische ontwikkelingen. Waarom interesseert dit de politiek niet? Het antwoord daarop is simpel…

‘Ni-ni’s’

Om het bestaansrecht van pensioenen te begrijpen moet men beginnen bij de jeugd. Vooral die groep van jongeren, die nu en bovenal in Spanje de “nini’s” genoemd wordt. Tot de “ni-estudias, ni-trabajas” (‘niet-afgestudeerd, nooit gewerkt’ – ninis) behoort in heel Europa minstens 16% van alle jeugd tussen 18 en 30 jaar.

Ze kregen nooit de kans hun scholing af te ronden of naar een universiteit te gaan, omdat hun ouders het niet konden betalen. Ze kregen nimmer de kans hun intrede te doen op de arbeidsmarkt, omdat er gewoon geen werk voor hen is. Een keiharde realiteit die in Spanje maar liefst zo’n 25% van alle jongeren treft.

Toch worden deze jongeren eenmaal ouder en zullen zij aanspraak willen maken op een oudedag-verzorging. Die verzorging, zo het dit al is, baseert zich op de geschiedenis van de Gilden in Duitsland en de georganiseerde beroepsuitoefening na de 16e eeuw.

In het begin

In 1881 onder Rijkskanzelier Von Bismarck zag Keizer Wilhelm I zich door maatschappelijke veranderingen gedwongen de eerste algemeen geldende sociale wetgeving af te kondigen. Deze omvatte niet alleen doorbetaling van loon bij ziekte, ongeval en invaliditeit, maar ook bij ouderdom.

Daarmee werd Duitsland het voorbeeld voor andere landen met insgelijke omstandigheden. Al snel na de invoering van deze wet werd de pensioengrens op 65 jaar gesteld, omdat bijna niemand die grens kon bereiken (!), de staat zo met een leuk-ogende belofte mensen zand in de ogen kon strooien en tegelijk door premieheffing aan meer geld kon komen.

Dr. Willem Drees

In Nederland kwam in 1947 Dr. Willem Drees als minister van sociale zaken met zijn “Noodwet Ouderdomsvoorziening” voor mannen en alleenstaande vrouwen die over onvoldoende middelen beschikten om voor hun oude dag te zorgen. In feite was de “Wet Drees” een staats-pensioen voor mensen die ondermeer “nuttige leden van de maatschappij” waren geweest.

Dat de Algemene Ouderdoms Wet (AOW) eerst in 1957 door minister J.G. Suurhof van Sociale Zaken en Volksgezondheid werd voorgesteld, is velen ontgaan. Daarmee kwam de noodwet van Drees te vervallen.

Charles Ponzi

Tegen staatspensioenen (als men het systeem daarachter zo mag noemen) bestaan een aantal bezwaren. De belangrijkste is voor menig deskundige het zogenaamde omslagsysteem, dat veel gemeen lijkt te hebben met het beruchte omslagschema van de Amerikaanse investerings-goochelaar Charles Ponzi rond 1920, maar dat al beschreven wordt in de boeken van Charles Dickens uit 1844 en 1857.

Daarbij worden de samengestelde inkomsten uit premies van nieuwe leden als “winst” uitgekeerd aan eerdere leden van dit systeem. Zo lang er nieuwe leden bijkomen (denk aan “groei”) werkt zoiets. Stopt deze groei dan stort het als een kaartenhuis in. Dat maakte Charles Ponzi tot een meester-oplichter.

Natuurlijk worden de huidige pensioensystemen gedekt door de relatieve soevereiniteit van landen. De mogelijkheid dus door bijvoorbeeld geld te drukken eventuele tekorten aan te vullen. Dat was ook bij de AOW altijd het geval.

Komst euro

Het grote vraagteken rond de handhaving van de Europese sociale systemen rees eerst na de komst van de euro in 2002 en de toenemende vergrijzing en de daarmee gepaard gaande gevolgen voor volgende generaties.

Landen van de eurozone kunnen geen geld meer bijdrukken om hun tekorten aan te vullen, of door aanpassing van de geldkoers de economie bijsturen (dus met hun ‘monetaire politiek’ werken). De eurozone zit daarom in een zelfgekozen politieke valstrik die in feite aan de basis ligt van de huidige crisis.

Voor deze valstrik bestaat in de huidige constellatie per saldo geen andere oplossing dan de eurozone te verlaten! Dat zou (aanvankelijk) door de internationale verstrengeling van de economie niet zonder ernstige sociale gevolgen blijven.

Financiële nood op de oude dag

Nu is er een grote groep jongeren ontstaan, die onvoldoende is opgeleid en die bovendien nimmer heeft gewerkt. Zij kunnen nooit de vereiste 50 jaren premiebetaling bijdragen en nimmer voor een ‘vol’ pensioen in aanmerking komen. Deze groep zal zodoende voor een deel mettertijd in een zekere financiële nood geraken.

Daar bovenop komt, dat ouderen gewoonlijk minder geld uitgeven en liever hun bezittingen en inkomsten gebruiken om die door te geven aan hun kinderen of familie.

Dat staat in scherp contrast met de wijze waarop de westerse economieën zich de laatste 45 jaren hebben ontwikkeld. Want hun credo is, dat geld moet rollen en de kringloop van ‘productie=consumptie’ niet teveel verstoord mag worden.

De reden is simpel: minder consumptie betekent immers minder werk. Vandaar de drogreden van “economische groei”, waarbij het gebruik van het woord “economisch” voor de politiek net iets anders betekent, dan men op het eerste oog vermoedt. De sociale kas moet kloppen en dat doet hij niet langer.

Rajoy wil niet aan pensioenen komen

Het is daarom voorbarig om bijvoorbeeld Mariano Rajoy te horen bezweren, dat hij niet aan de pensioenen wil komen. De bijbehorende bedragen wellicht niet.

Dat ligt anders voor de daarop van toepassing zijnde belastingen. Bijvoorbeeld de belasting op erfenissen, in Spanje toch al niet gering en nopend tot ernstige studie, ook voor hier verblijvende buitenlanders. Daar tegenover staat een mogelijke versoepeling van heffingen over schenkingen en giften.

Want geeft een bejaarde zijn zoon een leuk bedrag, zal deze jongere dat geld wel laten rollen. Precies dat, wat de staat van dat geld verwacht,  maar ook precies waaraan het door heel Europa ontbreekt.

Giften bij leven

Dit alles is er reden voor eens ernstig na te denken over giften bij leven en niet te gaan zitten wachten tot men de pijp aan Maarten moet geven. Wat niet uitpoetst, dat reclamemakers voor pensioenverzekeringen nog vaak een bedrieglijk beeld leveren van de ‘onbezorgde’ oude dag.

De tijden van zonnige stranden met klapstoelen voor bejaarden zijn allang voorbij en ze komen hoogstwaarschijnlijk in die vorm ook nooit meer terug.

El País, La Bolsa, Wikipedia