Na de ontruiming van het gebouw in Badalona (Catalonië), waarin honderden migranten verbleven en wat het grootste migrantenkamp van Catalonië wordt genoemd, waarschuwen vijf sociale organisaties voor een groeiend probleem: het toenemende gebruik van racistische retoriek in de lokale politiek.
“We zullen geen euro besteden aan hun huisvesting”, zei burgemeester Xavier García Albiol. Critici zien zijn uitspraken als tekenend voor een verhard klimaat waarin migranten worden ontmenselijkt.
Migranten als zondebok in woondebat
Volgens de betrokken organisaties wordt het woningtekort in steden als Badalona en Ripoll aangegrepen als excuus om migranten te stigmatiseren. Sociaal onderzoeker Albert Sales, verbonden aan het Institut Metròpoli, stelt:
In een land waar 80% van de leegstaande woningen in handen is van grote vastgoedeigenaren, schuift de extreemrechtse politiek migranten naar voren als het probleem.
De ontruiming van het complex, waar vooral migranten zonder papieren verbleven, bevestigt volgens Angelina Lecha van de organisatie Badalona Acull dat het stadsbestuur bewust de wooncrisis aanwendt om vijandbeelden te creëren:
Albiol heeft deze mensen gestigmatiseerd. Hij voedt het idee dat zij de oorzaak zijn van het woningprobleem.
Vergelijking met Trump
De harde bewoordingen van Albiol roepen bij meerdere activisten parallellen op met internationale figuren. Carme Brugarola van de organisatie Teixim Ripoll, actief in de gelijknamige Catalaanse plaats, zegt:
Sinds Trump en Erdogan is de schaamte weg. We zitten op een hellend vlak van volledige ontmenselijking.” Lecha sluit zich daarbij aan: “Albiol behandelt mensen alsof ze dingen zijn.”
Verschil in behandeling op basis van afkomst
Een ander punt van zorg is de selectieve benadering van migranten. Ferran Moreno, actief in een andere lokale hulporganisatie, merkt op dat migranten duidelijk een verschillende behandeling krijgen op basis hun herkomst:
Latijns-Amerikaanse migranten worden anders benaderd dan mensen uit Sub-Saharaans Afrika. Dat verschil zie je steeds duidelijker.”
Leven op straat na de ontruiming
Na het vertrek van de politie bleef de realiteit keihard zichtbaar. Een honderdtal migranten bleef urenlang op het plein voor het ontruimde gebouw zitten, met wat restte van hun bezittingen. Houssain, een van de ontruimde bewoners, sliep die nacht met zijn paspoort in zijn jaszak, het enige wat hij nog had. Anderen, zoals Simba, besloten naar het strand te trekken. “Ik slaap in Badalona, maar op straat, want ik ga niet verdwijnen,” zei hij tegen de krant El Diario. Enkele mensen probeerden beschutting te vinden in tentjes of overwogen leegstaande loodsen te betrekken, ondanks het risico op nieuwe ontruimingen.

Ook de onzekerheid hakt erin. Mattah, die tien jaar geleden uit Senegal kwam en zich jarenlang met losse baantjes in leven hield, vreest voor zijn gezondheid: “Ik ben niet oké. Ik wil niet eindigen in het ziekenhuis, zoals anderen.” Onder de ontruimden zijn weinig vrouwen, maar hun situatie is extra kwetsbaar. Rosemary, die meer dan twee jaar in het ontruimde gebouw verbleef, kreeg pas na veel aandringen een gesprek met de sociale dienst. Een noodopvang kwam diezelfde nacht niet in zicht. “Ik weet niet waar ik vannacht moet slapen,” zei ze, terwijl al haar spullen nog in het gebouw lagen.
Campagne tegen empathie
Volgens onderzoeker Albert Sales is er sprake van een bredere strategie: “Er is geen wil om de structurele oorzaken van de wooncrisis aan te pakken. Het is gemakkelijker om de woede van de bevolking te richten op een kwetsbare groep.” Hij spreekt over een “wereldwijde campagne tegen empathie” die ook in Spanje voet aan de grond krijgt.
De organisaties waarschuwen dat deze ontwikkelingen leiden tot verdere polarisatie, vooral nu veel burgers zelf moeite hebben om een woning te vinden. “Het ongenoegen in de samenleving wordt gekanaliseerd door een zondebok aan te wijzen,” zegt Sales. “Dat is een oud politiek trucje, maar het blijft gevaarlijk.”
Vijf miljoen Spanjaarden verloren contact door polarisatie en politieke verschillen