Dit blijkt uit onderzoek van het instituut voor Economische Studies, gebaseerd op gegevens van Eurostat, het Statistiekbureau van de Europese Unie.
Spanje is in 2010 het 9e land met de slechtste waarde in dit opzicht. Voor heel Spanje geldt namelijk dat 25,5 procent van de bevolking risico loopt op armoede of sociale uitsluiting. De verschillen tussen de regio’s zijn erg groot. Het laagste risico is in Navarra met 9,7 procent en het hoogste riscio in Ceuta met 42,1 procent.
Extremadura, Andalusië, Murcia en de Canarische Eilanden volgen met respectievelijk 41,5%, 36,1%, 35,9% en 35,3%.
De betere regio’s in dit opzicht zijn na Navarra het Baskenland met 15,5% risico op armoede of sociale uitsluiting, Aragón (15,9%), Asturias (16,8%) en Madrid (18,1%).
Men stelt dat iemand risico loopt als men over een inkomen beschikt dat lager is dan de Europese armoedegrens, men ernstig is achtergesteld in de consumptie van gangbare goederen en diensten of tot huishoudens behoort waarvan de werkintensiteit laag is.
Achterstelling
Een tekort aan inkomen kan er toe leiden dat huishoudens niet kunnen beschikken over duurzame goederen zoals een auto, kleurentelevisie, telefoon of een wasmachine.
Zelfs een warme maaltijd om de dag, een jaarlijkse vakantieweek of het verwarmen van de woning zit er financieel niet voor iedereen in.
Ook is het mogelijk dat men vanwege financiële beperkingen geen onverwachte noodzakelijke uitgaven kan doen of achterstanden heeft bij de betaling van de maandelijkse woonlasten.
In Europees verband is sprake van ernstige achterstelling in de consumptie van gangbare goederen en diensten als men te kampen heeft met minimaal vier van bovengenoemde financiële beperkingen.