Rita Barberá ontbeet samen met de Spaanse vice-premier Soraya Saenz de Santamaria (in de functie van voorzitter), de minister van Werkgelegenheid Fatima Bañez, de minister van Gezondheid Ana Mato en de president van de deelregio Madrid, Ignacio Gonzalez en zijn voorgangster, Esperanza Aguirre onder anderen.
Barberá uitte kritiek op het streven naar meer onafhankelijkheid van Catalonië. ‘De afscheidingsneigingen van een enkeling is niet nieuw in de Spaanse politiek’, maar ‘politieke instabiliteit is normaal al niet goed, en helemaal niet op dit moment’, zo vervolgde de Valenciaanse burgemeester.
Onverantwoordelijk
Volgens haar tonen die afscheidingsneigingen juist ‘op manifeste wijze de enorme onverantoordelijkheid aan van degenen die hier achter staan’.
Ook bekritiseerde Barberá de ‘kwade bedoelingen van hen die op een ongrondwettelijke wijze onafhankelijkheid nastreven met behulp van middelen die hen juist ter beschikking zijn gesteld via democratische weg, waarna ze die middelen inzetten om tegen die democratie in te gaan.
Catalaniseren
‘Catalonië wil ook de Valenciaanse cultuur en die van de Balearen “Catalaniseren”‘, zo antwoordde Barberá op de vraag of het onafhankelijkheidsstreven van de Catalanen niet zou overslaan naar Valencia.
Het wekte bij haar ‘minstens enige verbazing’ te zien dat in Catalaanse schoolboeken de Dama de Elche wordt gezien als een onderdeel van de Catalaanse cultuur.