In het kort
- Dinsdag besluit: vrijgave 23-F documenten (45 jaar na de mislukte staatsgreep 23-F).
- Woensdag 25 februari: publicatie BOE; daarna online via La Moncloa.
- Mogelijk openbaar: procesdossier, CESID-archieven en interne communicatie
- Historici hopen op extra duidelijkheid, maar geen garantie op ‘grote onthulling’.
Pedro Sánchez heeft aangekondigd dat de regering dinsdag de documenten over de mislukte staatsgreep op 23 februari 1981 wil vrijgeven. Het besluit valt precies op de 45e verjaardag van de historische gebeurtenis. Volgens Sánchez ‘kan herinnering niet achter slot en grendel’ en is de openbaarmaking bedoeld om ‘een historische schuld’ aan de bevolking in te lossen.
De Spaanse premier maakte het nieuws bekend via X (voorheen Twitter). In zijn bericht stelt hij dat democratieën hun verleden moeten kennen om een vrijere toekomst te kunnen bouwen. Ook bedankt hij ‘iedereen die de weg heeft vrijgemaakt’, zonder daarbij namen te noemen.
De opheffing van de geheimhouding draait om documenten rond de coup van 23-F. Die avond drong luitenant-kolonel Antonio Tejero met gewapende Guardia Civil-agenten het Congres van Afgevaardigden binnen tijdens een belangrijke stemming. De beelden van het incident behoren tot de bekendste momenten uit de recente Spaanse geschiedenis.
Wanneer zijn de 23-F documenten beschikbaar?
Volgens informatie die vanuit regeringsbronnen wordt gedeeld, neemt de ministerraad dinsdag het formele besluit. Daarna zou de vrijgave woensdag 25 februari ingaan met publicatie in het Spaanse staatsblad (BOE). Vanaf dat moment zouden de documenten voor iedereen toegankelijk worden via de officiële website van La Moncloa.
De regering wil dinsdag na afloop van de ministerraad meer uitleg geven tijdens de gebruikelijke persconferentie. De minister die daarover communiceert is de regeringswoordvoerder Elma Saíz.
Welke stukken gaan er open?
In de berichtgeving wordt gesproken over een brede set archieven. Het gaat onder meer om:
- Het volledige procesdossier van het proces rond de coup (in bewaring bij het Hooggerechtshof), met tientallen bundels en daarbij ook originele opnames en verklaringen van betrokkenen.
- Inlichtingenarchieven van de toenmalige dienst (CESID, de voorloper van het huidige CNI), waaronder interne documenten en transcripties van afluisteropnames uit de nacht van de coup, die destijds als ‘zeer geheim’ werden geclassificeerd.
- Communicatie en interne rapporten tussen Casa Real, Moncloa en militaire regio’s, inclusief mobilisatie- en situatierapporten.
Wat hopen historici nog te kunnen verduidelijken?
Spaanse media wijzen erop dat er nog steeds vragen openstaan waar historici niet met zekerheid een antwoord op hebben. Als er meer stukken openbaar worden, hopen zij onder meer op meer duidelijkheid over:
- De rol van koning Juan Carlos I: stukken uit het CESID‑archief en de interne communicatie zouden meer licht kunnen werpen op hoe ver zijn betrokkenheid precies ging in de uren van de coup.
- Operación Armada: de plannen van generaal Alfonso Armada voor een ‘regering van nationale eenheid’ en in hoeverre dat parallel liep of botste met de actie van Tejero.
- De mate van betrokkenheid van de inlichtingendienst CESID, inclusief de intern als ‘alto secreto’ geclassificeerde transcripties van afluisteropnames in de nacht van 23‑F.
- Wat er gebeurde in de verschillende militaire regio’s en hoe hun mobilisatie‑ en situatierapporten zich verhouden tot de besluiten in Madrid.
- Eventuele informatie van buitenlandse diensten over de samenzwering wordt in sommige analyses genoemd als open vraag, al wordt dit minder expliciet uitgeschreven dan de vier punten hierboven.
Tegelijk waarschuwen sommige kenners dat niemand een ‘grote onthulling’ moet verwachten: volgens schrijver Javier Cercas, die al jaren over 23-F publiceert, gaat het eerder om transparantie en het verminderen van hardnekkige mythes dan om één document dat alles op zijn kop zet.
Politieke kritiek op vrijgeven documenten
Er is intussen ook politieke kritiek, al richt die zich vooral op het moment en de bedoeling van de vrijgave, en minder op het principe van transparantie. De oppositiepartij PP spreekt van een ‘rookgordijn’ en zet vraagtekens bij de timing.
Vox suggereert dat Sánchez de geschiedenis inzet voor partijpolitiek, maar keert zich niet hard tegen de vrijgave zelf.
Tegelijk steunen sommige regionale en nationalistische partijen de stap, terwijl zij de regering verwijten dat ze selectief is en óók andere gevoelige dossiers geopend willen zien.
Tot nu toe is er geen grote partij die openlijk zegt dat de 23-F documenten níét vrijgegeven moeten worden. Eventuele zorgen in militaire kringen of rond het Koninklijk Huis worden in de berichtgeving vooral omschreven als ‘argwaan’, zonder publiek verzet.
Waarom nu?
De timing is opvallend: Spanje debatteert al langer over modernere regels voor staatsgeheimen. De regering werkt aan wetgeving die de oude, nog uit het franquistische tijdperk stammende regels moet vervangen. In dat voorstel staan termijnen voor automatische vrijgave: 45 jaar voor ‘hoogst geheime’ informatie, 35 jaar voor ‘geheim’, en kortere termijnen voor lagere classificaties.
Dat maakt de datum extra symbolisch: op 23 februari 2026 is het precies 45 jaar geleden dat de coup plaatsvond.
Kritiek en open vragen
Tegelijk blijven er vragen. Niet elk document zal automatisch volledig openbaar worden als er uitzonderingen gelden, bijvoorbeeld rond nationale veiligheid of bescherming van persoonlijke gegevens. Ook is nog onduidelijk hoe compleet de publicatie wordt: komen stukken integraal online, of (deels) met zwartgelakte passages?
De komende dagen wordt daarom vooral spannend welke 23-F documenten daadwerkelijk beschikbaar komen, in welke vorm en of de vrijgave nieuwe, controleerbare informatie oplevert over een gebeurtenis die in Spanje nog altijd emoties oproept.