Spaanse hegemonie in Europa

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Spaanse hegemonie in Europa

Barcelona en Real Madrid plaatsten zich eerder deze week ten koste van respectievelijk AC Milan en APOEL Nicosia voor de halve eindstrijd van de Champions League, terwijl donderdagavond Athletic de Bilbao, Atlético Madrid en Valencia sterker waren dan achtereenvolgens Schalke 04, Hannover 96 en AZ.

Italië 

Het oude record moest Spanje nog delen met Italië. In het seizoen 2000/01 waren de Spaanse clubs ook al oppermachtig met vier clubs in de halve finales van de twee Europese bekertoernooien.

Dat jaar was Real Madrid met 3-0 te sterk voor Valencia in de CL-finale. In de UEFA Cup reikte Alavés tot de finale, waarin het pas na verlenging (5-4) van Liverpool verloor. De Engelsen hadden daarvoor in de halve finales al van Barcelona gewonnen.

Italië evenaarde die prestatie twee jaar later. AC Milan was in de halve eindstrijd van het miljoenenbal te sterk voor stadgenoot Internazionale en versloeg in de CL-finale vervolgens ook Juventus vanaf de penaltystip.

In de UEFA Cup strandde Lazio bij de laatste vier, omdat de uiteindelijke winnaar FC Porto over twee duels veel te sterk bleek (4-1, 0-0).

Kans op eindstrijd tussen 2 Spaanse clubs 

Net als in de jaargangen 2000/01 en 2002/03 is ook dit seizoen de kans op een Europese eindstrijd tussen twee clubs uit hetzelfde land groot. In de Champions League behoort de klassieker tussen Barcelona en Real Madrid als finale tot de mogelijkheden. En met drie Spaanse ploegen in de Europa League is er dit jaar zelfs kans op twee volledig Spaanse apotheoses.

Portugal

Vorig seizoen beleefde de Europa League ook al een dergelijke eindfase. FC Porto versloeg in de finale toen Sporting Braga, dat in die eindstrijd stond ten koste van de derde Portugese halve finalist, Benfica.