Spanje koploper in klinisch onderzoek, maar traag met nieuwe medicijnen

door Elize van LoonElize van Loon
synthetische drugs gemaakt in drugslabs

Spanje is in 2025 uitgegroeid tot koploper binnen de Europese Unie op het gebied van klinisch onderzoek. Toch profiteren patiënten daar nog onvoldoende van.

Nieuwe medicijnen doen er in Spanje veel langer over om beschikbaar te komen dan in andere Europese landen. Onderzoekers wijzen vooral op overregulering, bureaucratie en een instabiel onderzoeksklimaat.

Leider in klinisch onderzoek

Volgens het Spaanse Register voor Klinische Studies (REec), dat valt onder het geneesmiddelenagentschap AEMPS, werden in 2025 962 klinische studies goedgekeurd. Daarmee staat Spanje bovenaan in Europa. Het land is vooral sterk in onderzoek naar kanker, zeldzame ziekten, geavanceerde therapieën en innovatieve geneesmiddelen.

Xavier Cañas, directeur Klinisch Onderzoek bij het Vall d’Hebron Research Institute in Barcelona, noemt dit een belangrijk succes. Het laat volgens hem zien dat Spanje een betrouwbaar land is voor de farmaceutische industrie en aantrekkelijk voor internationale studies. Dat helpt ziekenhuizen en onderzoekscentra om samenwerkingen aan te trekken.

Grote rol van farmaceutische bedrijven

Achter deze cijfers schuilt echter een duidelijke scheefgroei. Meer dan 80 procent van de klinische studies in Spanje wordt gefinancierd door farmaceutische bedrijven. Slechts een klein deel komt voort uit publiek onderzoek.

Volgens Cañas investeert Spanje te weinig in eigen onderzoek. Het land besteedt minder dan 2 procent van het bruto binnenlands product aan onderzoek en innovatie. Dat is volgens hem onvoldoende om structureel sterk te blijven. Veel goede ideeën van onderzoekers komen niet van de grond zonder steun van de industrie.

Onzekerheid en hoge werkdruk

Naast geld speelt ook werkzekerheid een grote rol. Sandra González, voorzitter van het Spaanse Bureau voor Onderzoeksintegriteit, wijst op de instabiliteit van onderzoeksbanen. Postdoctorale onderzoekers kunnen tijdens een project goed verdienen, maar staan na afloop vaak zonder vaste baan.

Artsen in de publieke zorg besteden gemiddeld slechts 5 procent van hun werktijd aan onderzoek. Vaak gebeurt dit buiten werktijd. De combinatie van zorg, onderzoek en administratie zorgt voor overbelasting en uitval.

Bureaucratie remt vooruitgang

Veel onderzoekers klagen over de hoeveelheid regels en papierwerk. Ze zijn meer tijd kwijt aan aanvragen en verantwoording dan aan wetenschap. Dit ontmoedigt innovatie en jaagt talent naar het buitenland.

Lange wachttijd voor patiënten

Hoewel in Spanje één op de vijf nieuwe medicijnen wordt getest, moeten patiënten lang wachten voordat deze beschikbaar zijn. Na goedkeuring door het Europees Geneesmiddelenbureau duurt het gemiddeld meer dan 600 dagen voordat een medicijn wordt opgenomen in het zorgsysteem.

Ter vergelijking: in Duitsland is dat ongeveer 125 dagen. Bijna 30 procent van de innovatieve medicijnen bereikt het Spaanse zorgsysteem uiteindelijk helemaal niet.

Overregulering in de zorg als kernprobleem

Volgens Cañas is het grootste probleem overregulering. Veiligheid is belangrijk, maar te veel regels vertragen de toegang tot nieuwe behandelingen. Spanje laat zien dat het uitblinkt in klinisch onderzoek. De uitdaging is nu om die kennis sneller bij de patiënt te brengen.

Hogere dosering medicijnen en hogere winsten jagen kosten Spaanse zorg op