Spanje sterker dan gedacht?

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Spanje sterker dan gedacht?

Bovendien zijn de exportcijfers nog altijd goed en met seizoensmatige kasopnamen van geld, dat bij banken rust, is het plaatje zo negatief nog niet. Want geld moet rollen. 

Nu beursspeculanten en investeerders door allerlei maatregelen met minder rente voor kortlopende Spaanse staatsleningen genoegen nemen, rijst de vraag of het doemdenken over de structurele problemen van het land wel terecht is?

Geknoei bij en met banken

Het is immers niet de staatsschuld die Spanje in een crisis voerde, maar een ongelofelijk geknoei bij en met banken in tijden van een ongeremde, op speculatie gebaseerde hoogconjuntuur.

In hoeverre daarbij het aspect van de competentie van bestuurders moet worden betrokken, van particulieren, gemeenteraden tot bankdirekties, is een open vraag.

Iemand moet daarbij ‘de domme’ zijn geweest, als dat tenminste niet de doorsnee belastingbetaler is die nu zit opgezadeld met een schuld, waaraan velen eigenlijk part noch deel hadden, of daarop ook maar enige invloed konden nemen.

Goede koers

Toch lijkt het er terdege op, dat de regering Rajoy op een goede koers zit, ofschoon daarover zeker voor de doorsnee-burger het nodige is te zeggen. Het probleem is niet, dat Mariano Rajoy met zijn team stevig kan onderhandelen met (potentiële) geldgevers, maar het cultuurverschil tussen Noord- en Zuid-Europese landen met Duitsland als over-dominante factor.

Een miniatuur van dit verschijnsel vertoont Italië, waar het industrie- en prikklokrijke, koele noorden het wat warmbloediger, frivole en overwegend agrarisch voortdobberende zuiden in een wurggreep houdt.

Waarom banken redden? 

Voor Spanje is de vraag belangrijk in hoeverre banken wel of niet ‘gered’ moeten worden en meer nog waarom? Een vraag die deskundigen liever omzeilen, wat als een teken aan de wand geduid kan worden.

Als de Spaanse Centrale Bank maar net wat kleinere banken kon samenvegen, wie kan het grotere werk met tientallen miljarden aan verliezen dan wel?

De Europese Centrale Bank in ieder geval niet. Dat wil zeggen: nog niet. Beloofd wordt er veel, hoog van de toren geblazen wordt er ook de laatste weken, maar resultaten moeten wachten op de Duitse rechter die op 12 september eigenlijk gaat bepalen of de ECB wel ‘bank’ genoemd kan worden, ofdat het een verlengstuk is van de politiek en reddings-mechanismen voor andere landen eerst door het Duitse parlement moeten worden goedgekeurd. Ontstaat hier een nieuw Duits Rijk?

Prijsstijgingen

Die vergezochte gedachte helpt niemand, die vandaag een pak wasmiddelen gaat kopen bij zijn supermarkt. Nog voor de nieuwe omzetbelasting (IVA) met 3% wordt verhoogd blijken sommige prijzen daar al met zo’n 30% te zijn verhoogd op nieuwe voorraden.

Of men doet wat Jan Zijderveld, Europa manager bij Unilever, onlangs vertelde: kleinere verpakkingen leveren voor een iets lagere prijs. De consument wil in deze dagen immers op de kleintjes passen.

Wat heeft dat op zijn beurt met een goede gang van zaken in Spanje te maken? Als fabrikant weet men zich onzeker door het doemdenken rond de euro. Daarom calculeren verstandige fabrikanten alvast kosten door, die onverwacht zouden kunnen ontstaan als ‘iemand’ de euro-zone verlaat.

Nieuwe munteenheid

Het percentage van de prijswijziging duidt ongeveer de richting aan van een verwachte waarde voor zo’n nieuwe munteenheid. De kans dat die komt is overigens 50%. Kan daarom enkel ‘wel’ of ‘niet’ betekenen. In zekere mate daarom een gok op de toekomst, om een financiële catastrofe voor bedrijf en werkgelegenheid te voorkomen.

De prijzen in de supermarkt zijn daarom een thermometer voor het vertrouwen dat men in een economie wil stellen. De consument en zijn bestedingen vormen een bruikbare graadmeter.

De Europese ‘eenheid’ blijkt zodoende evenzeer tamelijk speculatief te zijn. Men wantrouwt elkaar steeds meer. Het gevolg ervan is precies wat een consument vandaag in zijn supermarkt terugvindt.

Een pleister op de wond is het mogelijk niet altijd doorberekenen van de nieuwe, hogere omzetbelasting (IVA). Doorgaans overigens een centenkwestie…

Structurele veranderingen

In Spanje gaat het om structurele veranderingen. De zaken moeten anders, minder bureaucratisch, flitsender en efficiënter. Na de democratisering van het land omstreeks 1976 is dit eigenlijk de tweede fase van modernisering en het volwassen worden van het land.

Dat veronderstelt ook van de burgers medewerking en denkwerk om oude gewoonten aan te passen aan de aangebroken, nieuwe tijd. Nieuw élan moet aangebracht worden zonder de ‘cultuur’ geweld aan te doen. Niet dat enkel nepotisme, dorpsoligarchieën of corruptie beteugeld moeten worden.

Ook de breed opgezette, meervoudige bestuursstructuren en starheid bij de werkgelegenheid moeten eraan geloven. Daarmee is de zittende regering -alle kritiek ten spijt- behoorlijk bezig.

Waarom gaat het nog niet goed met Spanje? De werkloosheid is veel te hoog, vooral onder jongeren beneden 35 jaar. Oud nieuws, want die was altijd al te hoog.

Uit Portugal komen daarover onzalige berichten, die vertellen over hoger opgeleide jongeren die massaal hun heil zoeken in andere landen, zoals Brazilië. Hopelijk blijft een omvangrijke intellectuële leegloop Spanje bespaard. Er moet dus nog wat anders zijn, waarom het Spanje minder goed gaat.

Dat lijkt te maken te hebben met de economische theorie over de conjunctuurbarometer. De ‘Harvard-barometer’ die van 3 essentiële marktfactoren uitgaat, tracht vast te stellen of de economie van een land in of uit zwaar weer gaat komen.

Indicatoren

De effectenmarkt, goederen- en geldmarkt zijn daarvoor de indicatoren. De effectenmarkt blijkt de voorloper te zijn die kan aangeven of het wat beter zal gaan, vermits ook het geldwezen weer gezond is voor het maken van transacties en daardoor het bedrijfsleven en zijn consumenten positief in de toekomst kunnen kijken.

Geen geld, geen kredieten, geen investeringen, geen werk, geen staatsinkomsten, geen sociaal netwerk, dus geen opleving. Vandaar dat gezonde, goed-gecontroleerde bankinstellingen nodig zijn.

Kracht van Spanje

De kracht van Spanje schuilt in haar exporten. Dat thema kwam eerder in een artikel aan de orde. Spanje zou zijn leidende posities op een aantal fronten, afgezien van kwaliteits-olijfolie en edelmetaal, kunnen uitbreiden en nieuwe branches voor export van diensten en produkten gereed kunnen maken.

Op het gebied van alternatieve energie kan Spanje nog veel bereiken. Dat vereist modernere structuren, waaraan danig wordt gesleuteld.

Intussen moeten steeds meer werklozen wachten tot investeerders weer vertrouwen terug hebben in Spaanse ondernemingen, producenten meer zekerheid hebben over het gedrag van consumenten die nu geen lust hebben iets meer uit te geven dan strikt nodig is.

Tenslotte moet de staatsschuld niet bovenmatig worden beïnvloed door een verknoeid bankwezen. Dat met elkaar weer in een groei-ritme te krijgen vergt veel tijd. Teveel, omdat internationale invloeden erop inwerken.

De sterkte van Spanje kan daarom politiek gezien vooral blijken door meer Spaans, dan Europees of globaal te denken. ‘Landen hebben geen vrienden, maar enkel hun belangen’, zo verkondigde Dr. Helmut Kohl, voormalig Duits bondskanzelier in zijn boek over de Duitse eenwording.

Misschien kan iemand deze maatgevende spreuk voor de Spaanse regering ter herinnering even vertalen? Wie weet helpt dat! Europa verdient het.

El Pais, Stern, Z24, Reuters

Lees ook: Spaanse economie zwakker dan gedacht