Hoewel steeds meer economen menen dat het land uit de acute gevarenzone is, wordt nog altijd gevreesd dat de financiële markten nu alsnog hun pijlen op Madrid gaan richten.
Elena Salgado, de Spaanse minister van Financiën, wil echter van geen paniek weten en acteert stabiliteit. „Noodsteun voor Spanje is absoluut uitgesloten.”
Het grote euroland sloeg tot tevredenheid van Salgado gisteren een goed figuur door ruim 4 miljard aan te trekken tegen een rentevergoeding van 3,601%, iets lager dan het percentage van de laatste kapitaalronde.
„Onze economie is niet te vergelijken met die van Portugal”, voegde de bewindsvrouw toe. „De Spaanse basis is steviger en de noodzakelijke hervormingen worden in Spanje sneller doorgevoerd, waardoor de schade beperkt blijft en kans op herstel toeneemt.”
Tot zover de propaganda vanuit de socialistische regering van premier Zapatero. Oppositiepartij Partido Popular (PP) ruikt bloed. „Ze verkopen groen terwijl het stoplicht toch echt op felrood staat. Om een ramp te voorkomen moet het roer om”, meldde Soraya Sáenz namens de PP.
Desastreus
Deskundigen zijn het erover eens dat een steunaanvraag uit Madrid desastreuze gevolgen kan hebben. Naar verwachting zal het steunbedrag dat Portugal nodig heeft zo’n 60 tot 90 miljard bedragen. In het geval van Spanje gaat de benodigde kapitaalinjectie snel richting 400 miljard.