In 2000 ging de algemene voorkeur nog uit naar een religieuze ceremonie met 163.636 huwelijken gesloten door een priester, tegen 52.225 door een ambtenaar van de burgerlijke stand. In 2004 begon er een kentering te komen in deze trend toen er 140.000 kerkelijke huwelijken werden gesloten tegen 80.000 burgerlijke verbindtenissen.
In 2007 steeg het aantal niet-kerkelijke huwelijken naar 91.000, terwijl het aantal koppels dat voor de kerk trouwde daalde tot 109.811.Het tij keerde in 2009 met meer burgerlijke dan kerkelijke huwelijken, respectievelijk 94.993 en 80.174.
Ontkerkelijking
De belangrijkste oorzaken voor deze verandering liggen in de ontkerkelijking die de laatste tien tot vijftien jaar optreed in Spanje en de laatste jaren in de crisis, aangezien trouwen voor de kerk doorgaans duurder is dan een burgerlijk huwelijk.