Van siësta tot het Spaanse graan: verrassende Spaanse sporen in het Nederlands

door Elize van LoonElize van Loon
Erfenis uit de Spaanse tijd

Wie tegenwoordig door Spanje reist of er woont, merkt al snel hoe rijk en veelzijdig de Spaanse cultuur is. Maar ook in het Nederlands – zowel in Nederland als in België – zijn nog sporen terug te vinden van de periode waarin de Lage Landen onder Spaans gezag stonden. Die Spaanse aanwezigheid duurde van de 16e tot de 17e eeuw en viel samen met de turbulente Tachtigjarige Oorlog. Hoewel de Spaanse invloed op onze taal beperkt bleef, zijn er toch woorden, uitdrukkingen en historische termen die rechtstreeks of zijdelings uit het Spaans afkomstig zijn.

Tijdens de heerschappij van Filips II kwamen soldaten, bestuurders en handelaren uit heel Europa met elkaar in contact. Sommige van de woorden die toen circuleerden gebruiken we vandaag nog steeds, vaak zonder te beseffen dat ze een Spaans verleden hebben.

Spaanse leenwoorden in het Nederlands

Een aantal woorden kwam rechtstreeks uit het Spaans in het Nederlands terecht, meestal via militaire, maritieme of culturele contacten. Voor lezers die in Spanje wonen of er vaak komen, zullen veel van deze woorden vertrouwd klinken. Hier volgt een greep uit woorden, vooral uit de militaire en politieke sfeer, zonder dat dit een uitputtende lijst is.

Militaire en politieke termen

  • armada – van armada, “vloot” of “gewapende macht”. Wereldberoemd door de mislukte Spaanse aanval op Engeland in 1588.
  • guerrilla – letterlijk “kleine oorlog”, later internationaal gebruikt voor onconventionele oorlogsvoering.
  • soldaat – via het Frans, maar verwant aan Spaans soldado.
  • kapitein – via het Frans, maar nauw verwant aan Spaans capitán.

Culturele en dagelijkse woorden

  • matador – van matar, “doden”; de stierenvechter die de stier doodt.
  • patio – een binnenplaats zoals die typisch is voor Spaanse huizen.
  • fiesta, siësta (siesta in het Spaans), flamenco – woorden die vooral via cultuur, toerisme en literatuur ingeburgerd raakten.

Via het Spaans als doorgeefluik

Veel producten die Europeanen leerden kennen via de Spaanse kolonisatie van Amerika, bereikten ook het Nederlands via het Spaans. Dat zijn bijvoorbeeld cacao, chocola, tomaat, aardappel. Deze woorden zijn oorspronkelijk afkomstig uit het Nahuatl (de taal van de Azteken), maar via de Spanjaarden bereikten ze Europa.

Historische termen: rumoer, strijd en taal

Tijdens en na de oorlog tegen Spanje ontstonden verschillende uitdrukkingen waarin “Spaans” een negatieve of vreemde bijklank kreeg. Dat zegt meer over de historische context dan over Spanje zelf. Zo betekent “het Spaans benauwd krijgen” dat iemand plotseling erg nerveus of ongemakkelijk wordt, terwijl “Spaanse streken uithalen” verwijst naar sluwe of gemene trucs. Ook “dat komt me Spaans voor” – iets klinkt vreemd of onbegrijpelijk – gaat terug op een tijd waarin de Spaanse taal en cultuur als onbekend en soms bedreigend werden ervaren. Voor wie tegenwoordig in Spanje woont, is het bijna ironisch dat “Spaans” in deze uitdrukkingen iets vreemds of dreigends betekent, terwijl de hedendaagse associaties juist warm, zonnig en gastvrij zijn.

Naast deze uitdrukkingen bestaan er ook termen die rechtstreeks teruggaan op de woelige verhoudingen tussen de Nederlanden en Spanje in de 16e en 17e eeuw. Zo betekent “het gaat er Spaans aan toe” dat iets heftig, rumoerig of woest verloopt, een betekenis die ontstond in een tijd waarin “Spaans” vaak werd geassocieerd met onstuimigheid en geweld. Het woord “Spanjool”, tegenwoordig vrijwel alleen historisch gebruikt, was destijds een scheldwoord voor Spaanse soldaten en kreeg een uitgesproken negatieve lading in pamfletten en liederen uit de Tachtigjarige Oorlog. Ook de term “Spaanse ruiter”, een houten verdedigingsconstructie met pinnen of prikkeldraad om doorgangen te blokkeren, vindt zijn oorsprong in de militaire praktijk van die periode. Deze woorden laten zien hoe oorlogservaringen en vijandbeelden hun sporen hebben nagelaten in het Nederlands.

De uitdrukking “het is hier een Spaans bordeel” roept het beeld op van een rumoerige, chaotische plek waar alles door elkaar loopt. In het dagelijks taalgebruik wordt ze dan ook gebruikt om een situatie te beschrijven waarin het een complete wanorde is. Waarschijnlijk ontstond deze uitdrukking pas na de periode van de Spaanse overheersing. Ze lijkt voort te komen uit het negatieve beeld van Spanjaarden dat in de Nederlanden ontstond tijdens de oorlog tegen Spanje. In de volksmond werden zulke stereotypen vervolgens verwerkt in uitdrukkingen die chaos of losbandigheid moesten benadrukken.

De Spaanse furie

De term “Spaanse furie” wordt gebruikt voor gewelddadige plunderingen door Spaanse troepen tijdens de Tachtigjarige Oorlog. In de geschiedenis worden zelfs twee gebeurtenissen met deze naam aangeduid. De eerste vond plaats in 1572 in Mechelen, waar troepen van de hertog van Fernando Álvarez de Toledo de stad plunderden. De aanval was bedoeld als straf, omdat Mechelen ervan werd verdacht sympathie te hebben voor de opstand tegen het Spaanse gezag.

De bekendste Spaanse furie vond echter plaats in 1576 in Antwerpen. Muitende Spaanse soldaten, die al lange tijd niet waren betaald, trokken plunderend door de stad. De chaos duurde meerdere dagen en ging gepaard met grootschalig geweld en verwoesting. Het werd een van de meest beruchte gebeurtenissen van de Tachtigjarige Oorlog.

Tegenwoordig wordt de term “Spaanse furie” soms ook figuurlijk gebruikt om een plotselinge uitbarsting van geweld, woede of chaos te beschrijven.

Een mysterieuze regel in het Wilhelmus

In het Nederlandse volkslied staat de raadselachtige regel: “Het Spaanse graan heeft de orkaan doorstaan.” Het Wilhelmus werd geschreven tijdens de Tachtigjarige Oorlog en is waarschijnlijk van de hand van Filips van Marnix van Sint-Aldegonde. Het lied is geschreven vanuit het perspectief van Willem van Oranje.

Het “Spaanse graan” verwijst niet naar echt graan uit Spanje. In bijbelse beeldspraak staat graan dat een storm overleeft symbool voor geloof, standvastigheid en volharding. De regel betekent dat de strijd – hoe zwaar ook – uiteindelijk doorstaan zal worden. Voor wie in Spanje woont of het land goed kent, is het interessant om te zien hoe Spanje zelfs in het Nederlandse volkslied een symbolische rol speelt.

1 april – verloor Alva zijn bril

Een van de bekendste Nederlandse herinneringen aan de Spaanse tijd is de uitdrukking: Op 1 april verloor Alva zijn bril. Hoewel het geen link heeft met de Spaanse taal, hoort de uitdrukking wel bij de historische band tussen Nederland en Spanje. Ze verwijst naar de hertog van Alva, die als landvoogd het harde bewind voerde over de Nederlanden. “Bril” is een woordspeling op de naam Brielle of Den Briel. De uitdrukking verwijst naar de verovering van de stad door de Watergeuzen op 1 april 1572. Dit was een belangrijk moment in de Opstand tegen Spanje en bleef in het collectieve geheugen hangen als rijmpje. Sindsdien wordt 1 april in Nederland geassocieerd met grapjes en practical jokes.

Waarom de Spaanse invloed op het Nederlands beperkt bleef

Hoewel de Spaanse aanwezigheid historisch gezien belangrijk was, bleef de invloed op de Nederlandse taal relatief beperkt. Daar zijn verschillende redenen voor. In de eerste plaats was de aanwezigheid van Spanje in de Lage Landen vooral militair en bestuurlijk van aard. In het dagelijks leven was er weinig direct contact tussen Spaanse bestuurders of soldaten en de lokale bevolking. Daarnaast speelde de langdurige oorlog een belangrijke rol. Tijdens de strijd tegen Spanje was de relatie tussen beide partijen vooral vijandig, waardoor er weinig ruimte was voor culturele of taalkundige uitwisseling. Integratie van taal en cultuur vond daardoor nauwelijks plaats.

Ook het prestige van andere talen speelde een rol. In die periode had het Frans een sterke positie als taal van bestuur en cultuur, terwijl het Latijn werd gebruikt in wetenschap, onderwijs en kerkelijke kringen. Bovendien had het Duits invloed via handel en religieuze contacten. Daardoor was er weinig ruimte voor de Spaanse taal om een blijvende rol te spelen in het dagelijks taalgebruik.

Bronnen:
www.canonvannederland.nl, 
www.vandale.org, www.ensie.nl,  Pieterserrien.be, www.literatuurgeschiedenis.org