Waarom Spanje niet failliet kan gaan (column)

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Waarom Spanje niet failliet kan gaan (column)

Volgens de Nederlandse topeconoom van de Citigroup, Willem Buiter, is het slechts een kwestie van tijd voordat dit land een nieuwe geldinjectie nodig heeft om aan Griekse toestanden en een ondergang te ontkomen. 

Zijn opmerking roept de nodige vragen op. Gaat het immers om een typisch Spaanse of over een globale, economische ‘crisis’?

De opvattingen van Dr. Heiner Flassbeck, chef-econoom van de handelsorganisatie van de Verenigde Naties in Genève, UNCTAD, zijn in dat verband onthullender.

Hij brengt de gestegen prijzen van grondstoffen in verband met de omvang van ontstane staatsschulden en geldballonnen die wereldwijd op elk moment kunnen klappen. 

Slingergang

Economische onevenwichtigheden liggen aan de basis van onheilspellende sociale ontwikkelingen in Europa en ver daarbuiten. Het doet er niet toe hoe een bepaalde politieke groepering in een land daarover denkt.

De gang van zaken in de economie speelt zich gewoonlijk in kringlopen af, zonder dat naar een sectarische mening wordt gevraagd. Politiek kan ontwikkelingen hoogstens trachten af te remmen of stimuleren.

Economische politiek kan de slingergang van een volkshuishouding slechts bijsturen. De marges voor links en rechts zijn in dat krachtenveld minimaal. Of men daarbij door de hond of de kat wordt gebeten, schijnt weinig uit te maken.

De valstrik voor Spanje heet “Europa” met zijn euro, niet Alfredo Pérez Rubalcaba (PSOE) of Mariano Rajoy Brey (PP).

Spiegelzaal

Duidelijker en meer gedetailleerde taal spreekt de studie van de macro-econoom Edward Hugh, een Catalaan van Britse origine die ondermeer Spaanse instellingen van advies dient.

In een spraakmakende publicatie die op 6 maart in de EconoMonitor verscheen, komt hij tot het inzicht dat de Spaanse economie veel gemeen heeft met een spiegelzaal. Niemand schijnt precies te weten waar het heen gaat.

Volgens Hugh moet men op het goede moment de juiste man of vrouw treffen die een passend antwoord kan geven op een haarscherp geformuleerde vraag. “Anders kom je bijna zeker niet verder dan nutteloze of misleidende informatie”, aldus Hugh.

Hij weet waarover hij praat, want hij onthulde na minutieus speurwerk details over de Spaanse maatschappij die zelfs bij het IMF tot dusver niet bekend waren.

Europese monetaire valstrik

Waar de econoom Willem Buiter de bekende gemeenplaatsen reciteert, zoals de hoge werkloosheid in Spanje en de miljardenhoge geldregen van de ECB, ziet Dr. Flassbeck de kern van de problemen in de gelijktijdigheid van bezuinigingen bij de overheid en de noodzaak om oude schulden af te bouwen in het bedrijfsleven.

Dat gaat niet samen, omdat hierop geen gezonde economische politiek is te baseren. De één moet de ander helpen om uit de Europese monetaire valstrik te blijven. Door teveel bezig te zijn met fiscale aspecten vergeten politici de samenhang met en tussen productie en consumptie.

Als mensen geen geld meer hebben en dus niets kunnen uitgeven, helpt dit noch de staat, noch de werkgelegenheid en de modernisering van het bedrijfsleven.

In dat opzicht is de recente miljardenregen over Europa een verdovingsmiddel dat de ware omstandigheden gevaarlijk maskeert.

Tot de ware omstandigheden behoort de sectarische (dus politieke) illusie van de ‘eenwording’ van Europa. Een nachtmerrie voor sociologen, economen, demografen en geleidelijk aan ook voor de burgers.

Vervangingsquote

Edward Hughs zet de puntjes op de i door te verwijzen naar de Spaanse demografie. Tussen 2000 en 2010 steeg het bevolkingsaantal met liefst 7 miljoen mensen. Merendeels illegale immigranten, waarvan een belangrijk gedeelte alweer naar huis blijkt teruggekeerd te zijn.

Spanje heeft zelf nauwelijks 42 miljoen inwoners, tendens dalend. Een gemiddeld ouderpaar produceert 1.4 kinderen, wat beneden de vervangingsquote ligt. Als twee mensen één vervanger produceren, kan men snel uitrekenen wat er op termijn met een bevolking gebeurt.

Dat gegeven maakt een plaatsbepaling van de Spaanse economie temidden van insgelijks georienteerde, maar hoger ontwikkelde Europese uitermate moeilijk.

Babylonische ingrepen

De rode streep onder dit verhaal is echter het gegeven, dat Spanje nog altijd een soeverein land is met autonome deelstaten. Dat betekent, dat dit land (en wanneer alles fout mocht gaan ook een zelfstandige regio) geld kan scheppen en in omloop brengen (net als de USA) op voorwaarde dat het de Euro en wat daarmee samenhangt opgeeft.

Het kan zo tot “Babylonische” ingrepen komen, waarbij een regering uitstaande schulden voor vervallen verklaart. Dit gebeurde in de geschiedenis van deze wereld herhaalde malen en met succes.

Sommige economen waarschuwen evenwel voor deze schijnbaar drieste oplossing. Een land zou erdoor geïsoleerd kunnen raken. Dat geldt mogelijk voor Griekenland, dat geen evenwichtige economie kende, zelfs nooit op eigen benen kon staan omdat het daarvoor te klein is.

Voor Spanje ligt dat anders! In principe is dit land groot genoeg om een zelfverzorgende economie te voeren, zoals Amerika of Duitsland. Dat deed het tussen 1936 en 1975 ook, toen het door een dictatuur was afgesloten van externe ontwikkelingen. Die wetenschap biedt mogelijkheden en kansen waarover men liever niet praat.

Reden om te stellen, dat Spanje niet failliet kan gaan. Echt gevaarlijk wordt het immers pas, als dit prachtige land teveel zelfstandigheid zou opofferen aan Europa’s Brussel en zich zou onderwerpen aan de wil van Berlijn. Dus wanneer Madrid de weg van het Euro-illusionisme zou blijven gaan.

Zover is het echter nog niet! Voor die tijd zal menige internationale, speculatieve financiële opblaasballon wel zijn geklapt. Daarop kan men gerust en met zekerheid wachten.

Bronnen: Heiner Flassbeck, Edward Hugh/Economonitor, Willem Buiter