De altijd zo opgewekte Spanjaard loopt met een lang gezicht rond. Feestelijkheden in dorpen worden gevierd met de ingetogenheid van een begrafenis. Er worden lelijke dingen gezegd over de politiek van bezuinigingen. De levensvreugde laat te wensen over. Zag de regering iets over het hoofd?
Wijn
De Phoeniciërs wisten het al. In Spanje zijn de omstandigheden voor het maken van een goed glas wijn bijna ideaal. Het land heeft ruim 1.2 miljoen hectare grond in gebruik voor de wijnbouw. Dat is eenderde van het totale oppervlak dat in Europa voor de creatie van wijn ter beschikking staat. Frankrijk en Italië hebben het nakijken.
In 2008 was Spanje de op één na grootste wijn-exporteur van de wereld. Het merendeel ervan ging en gaat nog steeds naar Duitsland. De bijdrage aan het bruto nationale product beliep in dat jaar iets meer dan 1%.
Zou Spanje Spanje wel zijn als hierbij geen kanttekening te plaatsen is? Die wijnproductie is namelijk onderhevig aan opvallend grote schommelingen. Hoe men die ondervangt in Frankrijk en Italië is voor een connoisseur geen raadsel, maar het verschil in productiewijze draagt er wel toe bij, dat die in 2007 al onthulde dat Spanje een langdurige recessie stond te wachten.
Fruit en groente
Ongeveer hetzelfde beeld vertoont de fruit- en groente-sector van dit land. Fruit en groenten zijn in feite een belangrijke hoeksteen voor de Spaanse economie.
Volgens de FAO stond Spanje in 2007 aan de top als exporteur met een marktaandeel van liefst 9%, gevolgd door Nederland 7% en de Verenigde Staten met 6%. Het in Duitsland veroorzaakte \’komkommer\’-drama met vermeend besmette groenten deed aan deze positie relatief weinig af.
Niettemin wees de FAO in 2008 reeds op de noodzakelijkheid voor Spanje haar produktiewijze te moderniseren en aan de markt aan te passen. Dat was vanwege het strategische belang van deze industrie voor de economie dringend geboden.
Staal
Een opvallend beeld vertoont ook de staalproductie. Spanje is in principe rijk aan delfstoffen, waaronder ijzer en uranium. Staalproductie is altijd een goede graadmeter geweest voor de economische toestand op de wereld.
Zo klom Spanje in 2007 omhoog tot een veertiende plaats tussen producenten als China, Verenigde Staten en Duitsland.
Staal is een vitaal strategisch product, zoals wel bekend is. Acerinox S.A. behoort met haar productie van 3 miljoen ton roestvrij plat- en bandstaal tot de drie grootste edelstaal producten ter wereld.
Doorgaans maakt deze Spaanse onderneming met vestigingen in diverse landen, daarvan \”blik\” in allerlei vormen, zoals blikjes voor groenten en onderdelen voor automobielen.
Die handel is na het op globale schaal exploderen van \”vuile leningen bubbels\” sinds 2007 teruggelopen. Dat weerspiegelt zich ook in de activiteiten van dit belangrijke staalconcern, dat er alles aan doet om de neergang van opdrachten tegen te werken en evenwicht te vinden tussen investeringen, handelsomzetten en schulden. Op de ijzer- en staalmarkt staan de prijzen zeer onder druk en daarmee de bedrijfsresultaten.
Eind november 2011 overleed de voorzitter van Acerinox, José María Aguirre González op 75-jarige leeftijd te Madrid. Op dezelfde dag wilde het toeval dat ook diens bank, de Banco Guipuzcoana, in andere handen overging en werd samengevoegd met de Banco de Sabadell.
Deze bescheiden voorbeelden maken duidelijk, dat Spanje op een aantal exportmarkten een heel goed figuur slaat. Door modernisering van de infrastructuur, verbetering van de productie en professionalisering van marketing kan hier zeker nog meer worden bereikt.
Minder gelukkig kan men echter zijn over het feit, dat daarnaast een verweving van belangen lijkt te bestaan tussen bedrijfsleven, banken en landspolitiek. Dat lijkt en is ook niet vreemd. Veemd wordt dat wel als blijkt dat dezelfde personen daarbij gewoon even hun petje verwisselen en niet op alle plaatsen evenveel succes schijnen te hebben.
Dat alle geledingen in de Spaanse maatschappij nu samen met de regering moeten bijdragen aan het voorkomen van een chaotische ineenstorting van de economie, poetst het feit niet uit dat circa 5 miljoen mensen zonder middelen onder de nog maar langzaam draaiende wielen lijken te komen.
Doorschuiven van schulden
Het doorschuiven van honderden miljarden hoge bankschulden aan de belastingbetalers, een Eurozone breed fenomeen, is op zichzelf een nauwelijks te rechtvaardigen, hachelijke onderneming. Vooral als een land zijn soevereiniteit kwijt is en moet dansen naar de pijpen van anderen met hun vreemdsoortige economie en stramme culturele belevingswereld.
Het land kan dan niet door een eigen geldpolitiek schulden egaliseren, groei en export bevorderen. Om het gevoel voor de democratie niet verder te beschadigen, zal hieraan nu dringend iets gedaan moeten worden. Met \”openheid\” alleen komt men daar niet meer uit.
Er zullen daden tengunste van de belastingbetalers tegenaan moeten, zodat de vrije consumptie op gang komt (en niet afgedwongen \’vervangingsvraag\’, of meerbetaling van diensten en belastingen). Daarop volgt automatisch een toename van de werkgelegenheid.
Natuurlijk speelt het vaak onder de mat gekeerde demografische aspect een rol. Bevolkingen in de eurozone, ook die van Spanje, krimpen. Omdat de crisis gewenste immigranten in grote getalen naar hun vaderland laat terugkeren, ongewenste migranten doelwit zijn geworden van gefrustreerde autochtonen die met hun nationalistische parolen beweren het zelf allemaal beter te kunnen, betekent dit een snelle toename van aanwezige bevolkingsproblemen. Kinderen komen er nauwelijks meer bij, want wie kan die nog 20 jaar lang betalen?
De vergrijzing wordt bovendien opgevoerd als oorzaak van economische moeilijkheden. Het pensioensysteem en andere sociale zekerheden zouden niet meer kunnen worden gefinancierd. Hier zouden andere landen van Spanje zeker wat kunnen leren.
In principe was het sociale systeem, zeker waar het werkloosheidsfondsen betreft, nagenoeg zelf-financierend. Maar dat iemand langer dan 2 jaren zonder werk zou komen te zitten, had niemand durven voorspellen.
Het feit, dat die groep procentueel aanzienlijk stijgt, werpt zijn schaduw vooruit op de pensioenen. Maar laten we nuchter blijven. Een gering percentage (circa 10%) mensen behaalt de pensioengerechtigde leeftijd, een piepkleine groep daarvan geniet van enig gemeenschapsgeld langer dan 10 jaar. Men vergeet graag \’memento mori\’ en dan lijkt alles niet-financierbaar.
Dorpsfeesten
Schaduwen van deze crisis spelen een rol op dorpsfeesten, bij trouwpartijen en gewoon bij mensen thuis. De befaamde Spaanse luchthartigheid lijkt te verdwijnen.
De lach en humor vergaan mensen als ze hun rokertje niet meer kunnen betalen, geen flesje wijn meer kunnen kopen en niet met de auto hun campo kunnen inrijden.
Op dat traject heeft Mario Rajoy met zijn team een lelijke steek laten vallen. Met allerlei bangmakerijen moest het roken onmogelijk worden gemaakt. Het is nu weer als in de Middeleeuwen het privilege van de elite die het betalen kan. Rajoy, die zelf pijproker is, had kunnen voorzien dat hem dit nu wordt aangerekend.
Meer busdiensten moeten tegenwoordig het eigen vervoer per auto vervangen omdat de benzineprijzen eindeloos stijgen en daarmee de hoge heffingen die een inkomstenbron zijn voor de staat.
De omzetbelasting moest omhoog, waardoor prijzen en heffingen in de lift gaan. Dat dit heel lange gezichten veroorzaakt bij burgers is duidelijk, omdat zij er niet de schuld van zijn dat banken zich verspeculeerden. Overigens net zomin als de regering.
Het antwoord van velen en vaak gehoord op feesten is, dat de overheid voor hen als laatste komt bij het betalen van rekeningen. Net zomin goed, omdat het wat kortzichtig en kinderachtig lijkt: wie niet horen wil, die moet maar voelen.