Een halve eeuw later, de laatste executies van het Franco-regime herdacht

door portret SAskia Plazier, inspanje.nl redacteurSaskia Plazier
Spaanse fotografe waarschuwt: we hebben de geschiedenis over de dictatuur te slecht verteld

Op 27 september 1975 worden in Spanje vijf jonge mannen geëxecuteerd. De mannen gaan de geschiedenis in als de laatste officiële slachtoffers van het Franco-regime. Twee maanden later sterft de dictator. Voor veel Spanjaarden staat deze dag symbool voor een dictatuur die tot het bittere einde vasthoudt aan repressie en geweld.

De executies van 1975 riepen internationaal felle kritiek op. Ze werden gezien als een van de laatste harde daden van het franquismo. Terwijl in heel Europa regeringen en burgers hun afkeuring lieten horen, hield Franco’s Spanje vast aan strenge repressie. Zo werden de laatste executies van het Franco-regime niet alleen een tragedie voor de betrokken families, maar ook een keerpunt dat de politieke en diplomatieke isolatie van Spanje verder versterkte.

Een dictatuur op sterven

In de zomer van 1975 verkeert het Franco-regime in zijn laatste fase. De dictator is inmiddels 82 jaar oud en lichamelijk zwaar verzwakt; hij lijdt aan de ziekte van Parkinson. Zijn beoogde opvolger, admiraal Carrero Blanco, is een paar jaar eerder door ETA omgebracht. Franco had prins Juan Carlos inmiddels officieel als toekomstige staatshoofd aangewezen, maar met de dood van Carrero Blanco verloor het regime wel een van zijn belangrijkste steunpilaren. Toch houdt Franco vast aan de harde lijn waarmee hij bijna veertig jaar lang heeft geregeerd.

In diezelfde periode groeit de druk vanuit binnen- en buitenland om een einde te maken aan de executies van politieke tegenstanders. Europese regeringen, het Vaticaan en de Verenigde Naties roepen Spanje openlijk op tot clementie. Ondanks die druk besluit de ministerraad, onder leiding van premier Carlos Arias Navarro, de doodvonnissen van vijf mannen te bekrachtigen. Daarmee kiest het regime ervoor zijn macht nog eenmaal te tonen met de laatste executies van het Franco-regime. Men riep dat Franco al dodend ten onder wilde gaan, oftewel mourir matando.

De vijf geëxecuteerden

De laatste slachtoffers van het Franco-regime waren vijf jonge mannen afkomstig uit heel Spanje. Drie van hen behoorden tot de FRAP (Frente Revolucionario Antifascista y Patriota), een kleine Spaanse revolutionaire, marxistisch-leninistische organisatie die in de jaren zeventig gewapend verzet voerde tegen Franco. Het ging om Xosé Humberto Baena, José Luis Sánchez Bravo en Ramón García Sanz. De andere twee waren leden van ETA – Juan Paredes Manot (Txiki) en Ángel Otaegui.

Hun vonnis kwam razendsnel, zonder eerlijk proces, met getuigenissen verkregen onder folteringen en vrijwel geen ruimte voor verdediging. Voor de nabestaanden werd 27 september 1975 een afscheid in angst en onzekerheid. De afscheidsbrief van de Galicische Xosé Humberto Baena aan zijn ouders groeide uit tot een symbool van de willekeur en de hardheid van die dag. Daarin schreef hij de hartverscheurende woorden: “Papá, mamá, morgen word ik geëxecuteerd. Maar als het zo ver is wil ik niet dat ik geblinddoekt word, zodat ik de dood in de ogen kan kijken.”

Nasleep

Ook Carlos Arias Navarro, de toenmalig premier, speelde een grote rol bij de executies. Ondanks internationale druk besloot zijn regering de doodvonnissen van de mannen te laten doorgaan. Navarro zelf werd later vooral herinnerd door zijn tranentrekkende televisietoespraak na Franco’s dood, waarin hij met bevende stem zei: “Españoles… Franco ha muerto.”

Kort na Franco’s overlijden begon voor Spanje eindelijk de overgang naar democratie onder Adolfo Suárez. Het was een periode van hoop, maar ook van stilzwijgen: veel families van slachtoffers moesten decennialang op erkenning wachten. Pas jaren later gaf de staat officieel toe dat de processen juridisch onwettig waren geweest. Met de Ley de Memoria Democrática verklaarde de regering alle vonnissen nietig en bood zij de nabestaanden eindelijk symbolische genoegdoening. In augustus 2025 verklaarde de regering bovendien de veroordeling van Xosé Humberto Baena expliciet ongeldig, precies vijftig jaar na zijn dood.

50 jaar later

Een halve eeuw later heeft Spanje een lange weg afgelegd. Het oude Spanje en het nieuwe Spanje zijn niet meer te vergelijken. Vrijheid van meningsuiting, politieke diversiteit en regionale eigenheid hebben hun plaats hervonden. Toch zijn de sporen van de dictatuur nog niet verdwenen. Onder jongeren duikt de laatste jaren opnieuw sympathie voor het franquismo op. Vaak gevoed door onwetendheid, gebrek aan kennis en de invloed van sociale media.

Groeiend ‘Franquismo’ onder jongeren baart zorgen in Spanje

Om het verleden levend te houden organiseerde Spanje dit jaar al meer dan honderd herdenkingsactiviteiten; van tentoonstellingen en debatten tot educatieve projecten op scholen. Met deze herdenkingen rond dit jubileum wil Spanje laten zien dat men het verleden niet mag vergeten en het belang onderstrepen van dat de democratie gekoesterd moet worden.