Antonio Marín Moreno uit Murcia leefde al sinds zijn vroege kindertijd met een vraag die hem nooit heeft losgelaten: wie ben ik écht? Op negenjarige leeftijd ontdekte hij dat hij was geadopteerd. Zijn ouders vertelden hem later dat ze destijds “een miljoen peseta’s” hadden betaald voor zijn komst, overtuigd dat het ging om een legale adoptie.
Pas dit jaar ontdekte Antonio, nu vijftig, dat hij niet uit Cartagena komt zoals op zijn geboorteakte staat, maar uit Granada. Daar bleek zijn biologische familie al een halve eeuw te geloven dat hij bij zijn geboorte was gestorven – en dat zijn lichaam begraven ligt op de plaatselijke begraafplaats.
Zijn verhaal raakt aan een van de donkerste hoofdstukken uit de Spaanse recente geschiedenis: dat van de gestolen baby’s in Spanje, een praktijk die begon onder het regime van Franco en waarbij tussen de jaren veertig en negentig duizenden kinderen illegaal van hun ouders werden gescheiden en aan andere gezinnen werden gegeven.
Een systeem van ontvoering onder het mom van adoptie
De oorsprong van deze praktijken ligt in het Spanje van de dictatuur van Franco. In de eerste jaren na de Spaanse burgeroorlog (1936 – 1939) liet het regime zich inspireren door de rassentheorieën van het nazisme. Het probeerde politiek andersdenkenden niet alleen te bestrijden, maar zelfs te verklaren als “biologisch afwijkend”. Zo ontstond het bizarre idee van het “rode gen”: het geloof dat linkse overtuigingen erfelijk waren en dat kinderen van zulke ouders beter konden worden opgevoed door trouwe katholieke gezinnen.
Wat begon als een politiek wapen werd later een netwerk van illegale adopties dat ook economische motieven kreeg. Ongehuwde moeders, arme gezinnen of vrouwen die maatschappelijk niet pasten in het katholieke ideaal, werden onder druk gezet of misleid. In ziekenhuizen en kloosters verdwenen baby’s onder het mom dat ze bij de geboorte waren gestorven. De ouders kregen soms een gesloten kist mee — zonder ooit het lichaam te zien.
Mogelijk werden honderdduizenden baby’s gestolen in Spanje
Na de dood van Franco in 1975 verdwenen deze praktijken niet direct. Door het gebrek aan controle en transparantie in het adoptiesysteem bleef het fenomeen nog jaren bestaan. Veel goedgelovige adoptieouders betaalden grote bedragen, denkend dat ze legitieme adoptiekosten vergoedden.
Volgens slachtofferorganisaties zouden in Spanje sinds de jaren veertig tot wel 300.000 baby’s illegaal van hun ouders zijn gescheiden. Dit cijfer is gebaseerd op schattingen van activistische groepen en is niet officieel bevestigd door de Spaanse overheid. De meeste betrokkenen – artsen, nonnen, verplegers – zijn inmiddels overleden of nooit vervolgd, mede doordat veel zaken volgens de wet als verjaard worden beschouwd.
De slachtofferorganisaties pleiten ervoor dat de praktijken rond de gestolen baby’s worden erkend als misdaden tegen de menselijkheid, zodat ze niet kunnen verjaren en slachtoffers alsnog gerechtigheid en erkenning kunnen krijgen. Tot op heden is deze kwalificatie echter niet officieel toegekend.
Een strijd die voortduurt
Het probleem van de gestolen baby´s kwam pas echt aan het licht in de jaren 2000, toen groepen ouders en geadopteerden zich begonnen te organiseren in verenigingen als SOS Bebés Robados, Todos los Niños Robados Son También Mis Niños en Adelante Bebés Robados. Deze burgerinitiatieven brachten duizenden getuigenissen samen van mensen die vermoeden dat hun kinderen of ouders waren verdwenen. Ze beheren DNA-databanken, bieden juridische hulp en houden herdenkingen — vaak zonder steun van de overheid.
De Spaanse justitie heeft sinds 2011 ruim tweeduizend dossiers geopend, maar slechts een fractie daarvan bereikte de rechtbank. Veel zaken stranden door gebrek aan bewijs of verjaring. Toch blijven de stichtingen druk uitoefenen op de politiek om deze misdaden te erkennen en gerechtigheid te zoeken.
De waarheid over Antonio’s geboorte
Antonio werd in 1975 geboren en groeide op in de regio Murcia. Zijn adoptieouders, eenvoudige en liefdevolle mensen, vertelden hem dat ze hem als baby hadden opgehaald bij een Casa Cuna, een kindertehuis dat destijds werd geleid door nonnen. Zulke tehuizen boden opvang aan pasgeborenen van ongehuwde moeders of gezinnen in nood, maar in die tijd fungeerden sommige ook als schakel in het netwerk van illegale adopties. “Ze kwamen een paar keer kijken of ik hen beviel,” vertelt hij. “Ze dachten dat alles officieel was geregeld.”
Toch bleef bij Antonio iets knagen. Toen de media in 2017 veel aandacht besteedden aan de eerste rechtszaak over gestolen baby’s in Spanje, besloot hij zijn eigen verleden te onderzoeken. Hij meldde zich bij de vereniging SOS Bebés Robados en deelde zijn gegevens via sociale media. Jarenlang volgden valse sporen en negatieve DNA-tests.
Tot deze zomer, toen er plotseling een bericht binnenkwam van Luna uit Granada. Zij was al jaren op zoek naar een broer die volgens haar ouders kort na de geboorte was overleden. Toch bleef dat verhaal haar altijd dwarszitten. Haar moeder had het kind zien huilen vlak na de bevalling, maar daarna namen verpleegsters het mee — en ze kreeg hem nooit meer terug te zien. Enkele uren later werd het gezin verteld dat de baby was gestorven en al was begraven.
Luna bleef met vragen achter, tot ze op televisie reportages zag over gestolen baby’s in Spanje. Toen viel alles op zijn plek, en begon ze te vermoeden dat haar broer misschien nog leefde.
De DNA-test liet geen ruimte voor twijfel: er was 99,9 procent kans op volledige verwantschap. De baby die in 1975 als gestorven was opgegeven, leefde nog. De broer die Luna vijftig jaar lang alleen van verhalen kende, bleek echt te bestaan. En voor Antonio viel eindelijk een ontbrekend puzzelstukje op zijn plaats: hij hoorde bij een familie die al die jaren had gedacht dat hij dood was.
“Blijkbaar lig ik begraven in Granada”
De emoties zijn tegenstrijdig. Antonio is opgelucht, maar ook verward. “Ik ben in shock,” zegt hij. “Heel blij aan de ene kant, maar ik heb het nog niet verwerkt. Het lijkt ineens allemaal zo eenvoudig.” Hij weet inmiddels dat er in Granada een graf is met de naam van de baby die hij had moeten zijn. “Blijkbaar lig ik daar begraven,” zegt hij verbaasd. “Ik zou willen dat ze de kist openen om te zien of er echt iemand ligt, en zo ja, wie dat dan is.”
Hij overweegt een officiële klacht in te dienen bij de politie, op advies van de vereniging voor gestolen baby’s. Zo’n stap is niet eenvoudig: veel dossiers blijven onopgelost door verjaring of gebrek aan bewijs. Toch wil Antonio zijn zaak formeel laten onderzoeken. “Ik wil de waarheid, niet om iemand te beschuldigen, maar om te begrijpen wat er is gebeurd.”
Een onverwachte familiehereniging
Voor Antonio blijven zijn adoptieouders zijn “echte ouders”: “Zij hebben mij opgevoed, zij zijn mijn familie.” Zijn biologische moeder leeft nog, maar heeft geen contact met Luna. De familiebanden zijn ingewikkeld. Toch is Antonio vastbesloten de dialoog aan te gaan. “Ik heb altijd gedacht dat ik enig kind was. Nu weet ik dat ik drie broers en zussen heb. Dat verandert alles.”
Gestolen baby´s: het stille verdriet van Spanje
De zaak van Antonio is geen uitzondering, maar een van de vele verhalen die nog steeds aan het licht komen. De affaire rond de gestolen baby’s in Spanje laat diepe sporen na en confronteert het land met decennia van stilzwijgen, bureaucratie en onvolledige gerechtigheid.
Bronnen: Rtve, El Español, LevanteEMV
Franco, fouten en familie: memoires Juan Carlos I zorgen voor opschudding in Spanje