Spanje is razend populair bij digitale nomaden die hun werkplek kiezen waar ze willen. Maar ook werknemers van buitenlandse bedrijven die regelmatig vanuit Spanje werken, ontdekken de voordelen van het leven onder de zon. Toch loert er een fiscale waarschuwing: de Spaanse belastingdienst (Hacienda) kijkt steeds kritischer naar thuiswerkers in Spanje die er langer dan zes maanden verblijven.
Hacienda volgt in dit opzicht OESO, die recent nieuwe richtlijnen opnam om duidelijkheid te scheppen over thuiswerken over de grens. De focus hiervan ligt daarmee vooral op bedrijven die hun personeel structureel vanuit het buitenland laten werken. Dat kan nu volgens de Spaanse fiscus gevolgen hebben.
Sinds de coronapandemie is thuiswerken wereldwijd ingeburgerd geraakt. Dat bracht juridische en fiscale vragen met zich mee, vooral voor wie langdurig vanuit een ander land werkt. Om die reden paste de OESO op 18 november 2025 haar modelbelastingverdrag aan.
Op basis van de nieuwe richtlijnen wordt de woning van een thuiswerker niet zomaar gezien als een vaste vestiging van het bedrijf. Wel dan de fiscus een aanleiding voor verder onderzoek vinden in de situatie waarin een werknemer meer dan 50% van zijn of haar werktijd vanuit Spanje werkt. Dan zou sprake zijn van een permanente aanwezigheid van het bedrijf in Spanje.
Wanneer is van een vestiging sprake?
Als een werknemer deze 50%-grens overschrijdt, moet de fiscus volgens de OESO per geval bekijken of er sprake is van een reële zakelijke noodzaak. In El Periodico legt belastingadvocaat Abigail Blanco bij het Spaanse kantoor Garrigues uit dat men dan kijkt of de aanwezigheid van de werknemer in Spanje essentieel is voor het functioneren van het bedrijf. “Bijvoorbeeld wanneer de werknemer in Spanje klanten of leveranciers bezoekt of zakelijke contacten onderhoudt namens het bedrijf.” Volgens OESO worden persoonlijke omstandigheden, zoals mantelzorg, kostenbesparing voor het bedrijf of behoud van talent door thuiswerken toe te staan, niet als geldige reden gezien.
Als een werknemer meer dan de helft van zijn werkuren vanuit Spanje verricht, is dat voor de fiscus een signaal voor verder onderoek. Men kijkt dan of er sprake is van een vaste inrichting van het buitenlandse bedrijf in Spanje. Is dat zo, dan moet het bedrijf mogelijk in Spanje vennootschapsbelasting betalen over de winst die aan die Spaanse aanwezigheid is toe te schrijven.
Let wel: thuiswerken leidt niet in alle gevallen tot belastingplicht in Spanje. Als het werk van de werknemer vooral waarde oplevert in het thuisland van het bedrijf, bijvoorbeeld Nederland of België, en er geen concrete band is met de Spaanse markt, dan kan er alsnog géén sprake zijn van belastbare winst in Spanje. De fiscus kijkt altijd naar het totaalplaatje: wat voor werk doet de werknemer, voor wie, en waar zitten de klanten of opdrachtgevers?
Fiscale woonplaats bij langdurig verblijf
Niet alleen het bedrijf loopt mogelijk fiscale risico’s, ook voor de werknemer zelf speelt er iets belangrijks: de fiscale woonplaats. Verblijft een thuiswerker meer dan 183 dagen per jaar in Spanje dan geldt hij of zij in principe als fiscaal inwoner. En dat betekent: belasting betalen over het wereldwijde inkomen, niet alleen over Spaans loon. Een korte vakantie of werkreis buiten Spanje telt niet mee als onderbreking. Wanneer het gezin van de thuiswerker in Spanje woont of als het economische leven (bankrekeningen of een koopwoning) zich afspeelt in Spanje kan ook iemand die minder dan 183 dagen in Spanje is, alsnog als fiscaal inwoner worden aangemerkt.
Wie als thuiswerker in Spanje met gezin heerlijk geniet van een leven onder de zon, zou goed moeten kijken wat dat betekent voor de eigen belastingaangifte én die van de werkgever.