De Spaanse regering maakt nog vóór eind november een officiële lijst openbaar van franquistische symbolen die moeten verdwijnen uit het straatbeeld. Dat kondigde premier Pedro Sánchez aan tijdens het vragenuur in het parlement. Zodra de lijst in het staatsblad (BOE) verschijnt, zijn gemeenten en andere overheden verplicht de genoemde symbolen te verwijderen.
Wettelijke basis in herinneringswet
De lijst, maakt deel uit van de Ley de Memoria Democrática, die in 2022 werd goedgekeurd. Deze wet is bedoeld om slachtoffers van de dictatuur te erkennen, historisch onrecht te herstellen en openbare verwijzingen naar het francoregime te verwijderen. Ze verplicht de overheid om symbolen te inventariseren die het regime van Franco verheerlijken, zoals monumenten, plaquettes en straatnamen, met als doel deze te verwijderen. Volgens Sánchez moeten die elementen “voor eens en voor altijd” uit het publieke domein verdwijnen.
Duizenden symbolen nog zichtbaar
Het gaat om duizenden elementen die nog altijd in Spaanse steden en dorpen zichtbaar zijn. Een groot deel daarvan zijn plaquettes op sociale woningbouw uit de dictatuur, vaak voorzien van het symbool van de Falange: een bundel pijlen en een juk.
In een eerder uitgelekt ontwerpbesluit werd gesproken van ruim 6.000 elementen, waaronder standbeelden, straatnaamborden, herdenkingsmonumenten en zelfs religieuze objecten. De lijst moet volgens de wet transparant zijn en wordt publiek toegankelijk.
Beoordeling en uitzonderingen
Het ministerie van Presidencia werkt aan een speciale commissie die elke vermelding in het overzicht zal beoordelen. In enkele gevallen kan een symbool behouden blijven, bijvoorbeeld vanwege artistieke of architectonische waarde.
Bildu dringt aan op actie
De aankondiging van Sánchez kwam als antwoord op een vraag van parlementslid Mertxe Aizpurúa van EH Bildu. Zij vroeg welke maatregelen de regering neemt tegen de blijvende aanwezigheid van fascistische en franquistische organisaties in Spanje.
Sánchez verwees naar eerdere maatregelen van zijn regering, waaronder de goedkeuring van de Ley de Memoria Democrática in 2022 en de hervorming van de wet op verenigingen. Die laatste wijziging maakt het juridisch mogelijk om verenigingen op te heffen die de dictatuur verheerlijken, zoals de Fundación Francisco Franco. Daarnaast kondigde hij aan dat er in 2025, precies vijftig jaar na de dood van Franco op 20 november 1975, officiële herdenkingen zullen plaatsvinden ter ere van het begin van de Spaanse democratische Transitie.
Politiek conflict laait op
De aankondiging veroorzaakte een felle clash in het parlement. PP-woordvoerder Ester Muñoz bekritiseerde Sánchez omdat hij samenwerkt met EH Bildu, een partij die volgens haar gelinkt is aan het verleden van ETA. Zonder de terreurgroep expliciet te noemen, hekelde ze dat “de vrouw die vanuit haar krant mensen aanwees om vermoord te worden” nu het woord voert in het parlement. “Walgelijk,” voegde ze daaraan toe.
Vicepremier María Jesús Montero reageerde dat alle parlementariërs legitiem zijn gekozen en burgers vertegenwoordigen. Ze verweet de PP het systematisch misbruiken van het leed van terreurslachtoffers als politiek wapen, en riep op tot respect voor de democratie.
Gemeenten aan zet
Na publicatie in het BOE moeten autonome regio’s en gemeenten zelf aan de slag. Zij zijn wettelijk verplicht om alle opgenomen symbolen uit de openbare ruimte te verwijderen of aan te passen. Dat kan gaan om het weghalen van plaquettes, het hernoemen van straten of het ontmantelen van monumenten.
Voor honderden gemeenten betekent dit concreet dat zij inventarisaties moeten maken en acties in gang zetten. Of er sancties volgen bij niet-naleving is nog onduidelijk, maar de wet verplicht de overheid om op te treden als de bepalingen niet worden uitgevoerd.
“Die Franco-tijd was zo slecht niet”, vindt 1 op de 5 Spanjaarden