Naderend onheil in de vorm van de troepen van Franco deed in februari 1937 ongeveer 100.000 burgers van Málaga besluiten hun spullen te pakken en de tocht naar de ‘vrijheid’ in Almería aan te vangen: La Desbandá. Een ware ‘road to hell’, zo bleek later. Op maandagochtend vielen Duitse, Italiaanse en Moorse troepen de stad binnen met tanks, oorlogsschepen en vliegtuigen. De Spaanse Burgeroorlog was nog maar net begonnen.
De verdediging van Malaga was al snel uitgeschakeld vanwege het gebrek aan wapens en ander materieel. De fascistische nationalisten troffen een praktisch verlaten stad aan. Het doel van de vlucht van al deze mannen, vrouwen en kinderen was een stad die meer dan tweehonderd kilometer verderop lag. Slechts één weg leidde er heen. Die werd aan de ene kant begrensd door de hoge pieken van de Sierra Nevada en aan de andere kant door de zee en had voortdurende hoogteverschillen van een paar honderd meter. Het was de grootste en meest verschrikkelijke, geforceerde evacuatie van die tijd.
Vijf dagen in de hel
Jonge personen in goede conditie kunnen veertig of vijftig kilometer per dag lopend afleggen. De reis, voornamelijk langs de huidige N340, die deze vrouwen, kinderen en oude mensen moesten ondernemen, zou op zijn minst vijf dagen en nachten duren. Onderweg zou geen eten te vinden zijn en er waren geen treinen en bussen om hen te transporteren. Er zat niets anders op dan te lopen. Overdag in de brandende zon en ’s nachts kou lijdend langs de weg, slechts bedekt door schaarse dekens.
En terwijl deze burgers, elkaar en hun spaarzame spullen voortslepend, op weg waren naar wat zij als een veilige haven voor ogen hadden, werden ze door Duitse en Italiaanse fascisitsche troepen beschoten vanaf zee en gebombardeerd vanuit de lucht.
De massale uittocht nu ook verfilmd
Bijna negen decennia later krijgt La Desbandá voor het eerst een speelfilm: de cineast uit Málaga, Coke Arijo, werkt aan ‘Largo camino rojo’, na het korte ‘La hora escrita’. Het project ontving 30.000 euro steun van het Spaanse Ministerie van Cultuur (ICAA) voor de ontwikkeling van het scenario en wil de lang verzwegen slachting langs de weg Málaga–Almería vanuit meerdere perspectieven vertellen.
Norman Bethune
Enig inzicht in de lijdensweg die duizenden mensen hebben moeten ondergaan is te verkrijgen dankzij overlevenden en Norman Bethune. Deze briljante Canadese chirurg kwam als vrijwilliger naar Spanje om te strijden tegen de fascisten. In 1936 belandde hij in Madrid waar hij zich aansloot bij de gezondheidsdienst van de Internationale Brigade.
Nadat hij alle hulpposten had bezocht, besloot hij een mobiele bloedbank op te richten omdat vele gewonden onnodig stierven bij gebrek aan een transfusie in de hulpposten.
Mobiele bloedbank
Een busje werd ingericht als laboratorium en de transfusies aan het front konden beginnen. Donateurs van bloed waren er met duizenden. Bethune verzamelde bloed van donoren in verschillende Spaanse steden en transporteerde dit naar het front. Met zijn mobiele eenheid belandde hij uiteindelijk in Andalusië, om daar in het spoor van Franco’s overwinningen hulp te bieden aan de burgers.
Onderweg
Toen Bethune vanuit Almería richting Málaga reed om daar te helpen nadat deze stad was gevallen, kwam hij terecht aan het begin van de vluchtelingenstroom. Wat hij zag was vreselijk, ondanks dat zich daar de sterkste mensen en de gelukkigen die over paarden, ezels of karren beschikten, voortbewogen. Hoe verder de mobiele eenheid van Bethune kwam, hoe verschrikkelijker de aanblik werd. Ondertussen gaven Bethune en zijn collega’s bloed aan de gewonden. Ondanks dat ze niet wisten waar de frontlinie zich op dat moment bevond, reden ze door. Ze wilden weten hoe de evacuatie van de vluchtelingen verliep.
De vluchtelingen
Ze zagen duizenden mensen waaronder ongeveer vijfduizend kinderen van beneden de tien jaar. Het grootste deel liep zonder schoenen en met te weinig kleren. Ze hingen uitgeput over schouders van volwassenen of werden door hun moeders aan hun hand voortgesleept.
Op ongeveer tachtig kilometer van Almeria was de groep mensen zo groot dat de bus er amper doorheen kon. Ook hoorden Bethune en zijn mannen dat de fascisten erg dichtbij waren. Het leek beter om hun mobiele bloedbank te ontmantelen en terug te rijden om zoveel mogelijk van de mensen die er het slechtst aan toe waren in veiligheid te brengen. Een moeilijke taak, want voor wie moesten ze kiezen.
De bus werd benaderd door moeders in paniek en wanhopige vaders die hun kinderen met gestrekte armen omhoog hielden. Gezichten opgezwollen door de zon en bedekt met stof van dagen. ‘Neem alstublieft dit kind mee’, ‘deze is gewond’. Kinderen met bebloede lappen rond hun lijf, voeten opgezwollen tot twee keer het formaat, hopeloos huilend van pijn, honger en angst. Tweehonderd kilometer ellende. Vier dagen en vier nachten verstopten ze zich in de heuvels terwijl de fascisten hen achtervolgden per vliegtuig.
Onmogelijke keuzes
Bethune en zijn collega’s moesten kiezen tussen de ergste gevallen. Maar hoe konden ze kiezen tussen een stervend kind en een moeder die tegen haar bloedende buik haar pasgeboren baby hield? Het was twee dagen ervoor geboren op de weg. Een bevalling waarvoor ze slechts tien uur was gestopt met lopen.
Of een oude vrouw die onmogelijk nog een stap kon zetten met gigantisch opgezwollen benen met gesprongen aders, bloedend over haar sandalen. Veel oude mensen gaven de strijd op. Zaten of lagen langs de weg te wachten op de dood.
Bethune besloot eerst alleen kinderen en moeders mee te nemen. Maar dat leverde te wrange taferelen op. Hoe kinderen te scheiden van hun vaders, of vrouwen van hun man. Het werd té verschrikkelijk. Uiteindelijk namen ze families met het grootste aantal jonge kinderen mee en kinderen zonder ouders, waar er honderden van waren.
Zij die erbij waren
Cristóbal Criado Moreno, 16 jaar in 1937
“We hadden enorme honger. In het begin, vlak na het vertrek uit Málaga was er nog wel eten, maar na twee dagen lopen bleef er niets over. We aten wat we konden vinden. Op een gegeven moment vonden we een zak meel waarmee we met zout en water pap maakten. Van andere mensen uit omliggende dorpen hoorden we dat daar mensen waren geweest die hadden willen vluchten, maar te laat waren en werden gefusilleerd. Opeens waren de vliegtuigen er. Bij Cuesta de los Caracolillos begonnen ze ons te bombarderen. Mensen probeerden te schuilen. Mijn familie was verdwenen. Ik stond naast een pier in het haventje. Bommen sloegen erg dichtbij in. Ik zag overal doden. Vond mijn familie terug maar mijn kleinste zusje waren we kwijt en zonder haar moesten we verder.”
Natalia Montosa Roa, 14 jaar in 1937
“We hoorden dat de fascisten de weg in Motril hadden afgesloten en keerden terug naar Málaga. Onderweg zagen we veel doden, waaronder opgehangen ‘milicianos’ (vrijwilligers aan Republikeinse zijde) en een complete familie met kogelwonden. Velen verkozen namelijk zelfmoord boven het in handen van de nationalisten te vallen. Mijn moeders voeten waren gewond en ze kon niet meer verder.”
Miguel Escalona Quesada (10 jaar in 1937)
“We zagen veel ellende. Passeerden een vloedstroom van vluchtelingen, allemaal uitgeput en uitgehongerd. In een zodanige erge staat dat ze van veraf een raaf aanzagen voor een vliegtuig en in paniek alle kanten op vluchtten. Na dagen lopen hadden we ook geen schoenen meer. Ik zal nooit de vrouw vergeten die verwond door een granaat, midden in een plas bloed haar zoon van een paar maanden de borst gaf.”
Rosende Fuentes Ayllón (12 jaar in 1937)
Wat ik toen op de weg naar Almería heb gezien, heb ik later vele malen opnieuw gezien en ik blijf het zien. Op televisie en in kranten. Wat in Málaga gebeurde was een voorbeeld voor wat later in andere oorlogen herhaald zou worden. Maar dit was de eerste keer dat burgers op deze manier werden aangevallen en gebombardeerd. Málaga werd bezet en bij de uitgang stond een val”.
De barbaarse afloop
De volgende dagen en nachten brachten Bethune en zijn collega’s zonder te stoppen ongeveer dertig mensen per rit naar het ziekenhuis in Almeria, waar medische hulp, eten en kleding werd verstrekt.
Door de onvermoeibare inzet van Bethune en collega’s werden er veel levens gered. De echte barbarij moest echter nog komen. Het achtervolgen en bombarderen van de ongewapende burgers op hun lange tocht was voor de fascisten niet voldoende. De kleine haven van Almeria zat vol met veertigduizend uitgeputte vluchtelingen. Allen gingen er vanuit dat ze eindelijk veilig waren. Uitgerekend op dat moment, de avond van 12 februari 1937, werd Almería zwaar gebombardeerd door Italiaanse en Duitse vliegtuigen.
De alarmsirene klonk slechts dertig seconden voor de eerste bom neerviel. Doelbewust dropten de piloten tien grote bommen midden in het centrum van de stad, waar de uitgeputte vluchtelingen zo dicht op elkaar zaten dat er nauwelijks een auto doorheen kon.
Bethune hield, nadat de vliegtuigen waren vertrokken, drie dode kinderen in zijn armen. Even daarvoor stonden zij nog in de rij voor een glas melk en een stukje droog brood, het enige dat ze in dagen zouden eten.
De straten waren gevuld met doden en stervenden. Het gekreun en geschreeuw van de gewonden en hun naasten en van mensen die in heftige paniek naar elkaar op zoek waren, ging geleidelijk over in ‘één massale kreet van een afschuwelijke intensiteit’, zo meldde Bethune in zijn aantekeningen.
De enige misdaad die deze mensen hadden begaan, was dat ze hadden gekozen voor een andere regering. De reden waarom duizenden mensen besloten niet in Málaga te blijven en de komst van de fascisten af te wachten, was dat ze wisten wat er zou gaan gebeuren met hun vrouwen en mannen.
Mars ter nagedachtenis
Dit jaar vindt de mars ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de ‘road to hell’ voor de tiende keer plaats tussen 5 en 14 februari. Onder de titel ‘Voces que no callan’ (stemmen die niet zwijgen) willen deelnemers de terreur die destijds heeft plaatsgevonden visualiseren. Zoals de organisatoren zeggen: “La Desbandá is niet alleen verleden. Het is heden. Miljoenen mensen in de wereld worden nog steeds verdreven door gewapende conflicten. De horror van toen herhaalt zich in Oekraïne, Palestina, Soedan. Daarom is La Desbandá herdenken ook het aanklagen van de oorlogen van vandaag. Wij vergeten niet, wij vergeven niet, wij lopen.”
Bronnen
Dit artikel is gebaseerd op het Pamflet door Norman Bethune, Publicaciones Iberia, Madrid, februari 1937 en het boek dat Norman Bethune uitbracht: ‘El crimen de la carretera Málaga-Amería (febrero de 1937)’, Caligrama Ediciones, Benalmádena, 2004.
Norman Bethune, ‘El crimen de la carretera Málaga-Almería (febrero de 1937)’, Caligrama Ediciones, Benalmádena, 2004


