Aan de straat Ayamonte in Málaga botsen twee werelden keihard op elkaar. Aan de ene kant staan luxe woontorens met appartementen die voor miljoenen euro’s van eigenaar wisselen, aan de andere kant zie je oude sociale huurwoningen uit de jaren zestig. Deze straat in de wijk Carretera de Cádiz toont misschien wel het duidelijkst hoe groot de ongelijkheid in de stad is geworden.
Aan de zeekant van straat Ayamonte verrijzen de glanzende Málaga Towers. Deze wolkenkrabbers zijn gebouwd door projectontwikkelaars Sierra Blanca en Metrovacesa en kijken uit over het strand aan de Paseo Marítimo Antonio Banderas. De penthouses in deze torens kwamen in 2024 op de markt voor bijna 10 miljoen euro. Zelfs huren kan je hier duizenden euro’s per maand kosten.
Steek je de straat over, dan stap je een compleet andere wereld in. Daar staan eenvoudige flats uit de jaren zestig, ooit gebouwd als sociale woningen (VPO). De gevels zijn verouderd, vol kabels, ventilatoren van airco’s, antennes en slijtage. In dezelfde straat vind je ook nog eenvoudige bedrijfspanden en kleine lokale winkels.
Schrijnend prijsverschil
Op het woningplatform Idealista is het verschil in prijs schrijnend zichtbaar. Een appartement in de luxe torens kost al snel 2 miljoen euro, met uitschieters tot 5,6 miljoen voor 500 vierkante meter. Aan de andere kant van de straat staat een gerenoveerd appartement van 80 vierkante meter, zonder lift, te koop voor 275.000 euro. In de nabijgelegen wijk Puerta Blanca loopt dat op tot zo’n 540.000 euro.
Buitenlandse kopers zonder vooroordelen
Vastgoedexpert José Antonio Pérez zegt in de krant Málaga Hoy dat de waarde van omliggende woningen meestal mee stijgt als er iets unieks wordt gebouwd. Toch geldt dat vooral voor nieuwbouw uit de laatste tien jaar, zegt hij. Oudere woningen profiteren minder, al helpt de nabijheid van de boulevard, het opknappen van de omgeving en de groeiende populariteit van Málaga wel iets.
Opvallend noemt hij dat het vooral buitenlandse kopers zijn die in de torens investeren. “Zij hebben geen vooroordelen over hun buren of over het soort wijk waarin ze kopen, in tegenstelling tot veel Spanjaarden,” legt hij uit.
Oost en West schuiven in elkaar
Econoom Elena Bárcena van de Universiteit van Málaga merkt op dat dit soort contrasten steeds vaker voorkomen in de stad. “De verschillen tussen oost en west vervagen,” zegt ze. Vroeger gold het oosten, met wijken als El Limonar, als de rijke kant van Málaga, terwijl het westen juist arm was. Maar nu verschijnen er ook in het westen rijkere zones, zoals Teatinos, Finca del Pato en dus bij deze luxe woontorens.
Toch waarschuwt Bárcena: het lijkt misschien alsof de welvaart zich verspreidt, maar in veel gevallen gaat het om rijke buitenlanders die zich hier vestigen. De bestaande bewoners merken daar vaak weinig van. Vier op de tien Malagueños verdienen zelfs minder dan 11.000 euro per jaar. In sommige buurten leeft 60% van de inwoners onder de armoedegrens. Als bovendien huren stijgen, omdat de buurt aantrekkelijker wordt, betekent dat weer dat meer mensen gedwongen zijn hun heil verderop te zoeken.
Luxe groeit, maar betaalbare woningen blijven uit
Volgens Pérez vormen deze luxeprojecten met hooguit 5% slechts een klein deel van de woningmarkt. Maar het echte probleem ligt volgens hem elders: “We bouwen al twintig jaar nauwelijks betaalbare woningen. Daardoor vraagt iedereen de hoofdprijs voor bestaande en vaak oudere woningen, omdat er simpelweg geen alternatief is.”