Waarom is Internationale Vrouwendag ´8M´ zo belangrijk in Spanje?

door Judith Goeree
Internationale Vrouwendag in Spanje met symbolische paarse armbandjes

Internationale Vrouwendag is in Spanje uitgegroeid tot een van de grootste jaarlijkse protestdagen van het land. Op 8 maart trekken in veel steden honderdduizenden mensen de straat op. De dag wordt in Spanje vaak simpelweg 8M genoemd, naar de datum 8 maart. Demonstraties, stakingen, debatten en culturele evenementen vullen het programma. Ieder jaar staat de dag wereldwijd in het teken van solidariteit en strijd voor vrouwenrechten. Voor veel Spanjaarden is het bovendien een moment om aandacht te vragen voor ongelijkheid, geweld tegen vrouwen en sociale rechten.

In het kort

  • Internationale Vrouwendag op 8 maart is in Spanje een grote protestdag.
  • In veel steden gaan honderdduizenden mensen de straat op.
  • Protesten tegen ongelijkheid en geweld tegen vrouwen mobiliseren veel vrouwen.
  • De feministische staking van 2018 gaf de beweging een enorme impuls.
  • Daarom is 8 maart nu een van de grootste demonstraties van het land.

Een dag die heel Spanje kleurt

Wie begin maart door Spaanse steden loopt, merkt al snel dat 8 maart eraan komt. Winkels hangen paarse vlaggen op, universiteiten organiseren debatten en op pleinen verschijnen spandoeken.

In veel buurten vinden al dagen vooraf bijeenkomsten, workshops en culturele activiteiten plaats. Daardoor voelt Internationale Vrouwendag in Spanje niet alleen als een demonstratie, maar als een maatschappelijke gebeurtenis die dagenlang het straatbeeld bepaalt.

Dat de mobilisatie zo groot is, komt niet uit het niets. Volgens analyses van onder meer de krant El País is het succes van 8 maart het resultaat van politieke gebeurtenissen, maatschappelijke discussies en nieuwe sociale bewegingen.

Protest tegen beperking van abortus

Een belangrijk moment voor de heropleving van de feministische beweging was 2014. Dat jaar protesteerden tienduizenden vrouwen tegen plannen van de conservatieve regering om de abortuswet te beperken.

De toenmalige minister van Justitie, Alberto Ruiz-Gallardón, wilde de abortuswet uit 2010 grotendeels terugdraaien. Die wet gaf vrouwen het recht om tot veertien weken zwangerschap een abortus te laten uitvoeren.

Op 1 februari 2014 reisden vrouwen uit heel Spanje naar Madrid voor een grote demonstratie die bekend werd als de Tren de la Libertad. Treinen en bussen brachten duizenden demonstranten naar de hoofdstad.

De protesten waren succesvol. De regering trok het wetsvoorstel uiteindelijk in en Gallardón trad later dat jaar af als minister.

Toenemende aandacht voor geweld tegen vrouwen

Een andere factor is de groeiende aandacht voor geweld tegen vrouwen. In Spanje wordt dit onderwerp al jaren intensief besproken in politiek, media en samenleving.

Volgens cijfers van het Spaanse ministerie van Gelijkheid worden jaarlijks tientallen vrouwen door hun partner of ex-partner gedood. Sinds het begin van de jaren 2000 kreeg dit probleem steeds meer politieke en maatschappelijke aandacht.

Journalisten, onderzoekers en activisten brachten het onderwerp nadrukkelijk onder de aandacht. Daardoor groeide het bewustzijn dat geweld tegen vrouwen geen privéprobleem is, maar een maatschappelijk vraagstuk.

De impact van de La Manada-zaak

Een gebeurtenis die veel emoties losmaakte was de zogeheten La Manada-zaak. Tijdens de San Fermín-feesten in 2016 in Pamplona verkrachtten vijf mannen een 18-jarige vrouw.

Toen de rechtbank hen aanvankelijk niet voor verkrachting maar voor seksueel misbruik veroordeelde, leidde dat tot grote protesten in heel Spanje. Veel vrouwen voelden dat de zaak symbool stond voor een bredere cultuur van seksisme en geweld.

Later oordeelde het Spaanse Hooggerechtshof alsnog dat er sprake was van verkrachting en kregen de mannen zwaardere straffen.

De feministische staking van 2018

Het echte kantelpunt kwam in 2018. Feministische collectieven organiseerden toen een nationale staking op 8 maart.

Vrouwen werden opgeroepen om hun werk neer te leggen, maar ook om huishoudelijk werk en zorgtaken tijdelijk te stoppen. De staking moest duidelijk maken hoeveel werk vrouwen dagelijks verrichten, op het werk én thuis.

Volgens vakbonden deden miljoenen mensen mee aan werkonderbrekingen en vonden in tientallen steden massale demonstraties plaats. Daarmee kwam Spanje internationaal in de schijnwerpers van de feministische beweging te staan.

Politieke en institutionele steun

Internationale Vrouwendag krijgt in Spanje steun van maatschappelijke organisaties en de politiek. Verschillende vakbonden roepen werknemers regelmatig op om deel te nemen aan demonstraties of werkonderbrekingen.

Ook universiteiten, scholen en gemeenten organiseren debatten, lezingen en culturele activiteiten rond de dag.

Begin maart benadrukte premier Pedro Sánchez tijdens een bijeenkomst voor Internationale Vrouwendag in het Museo del Prado in Madrid dat feminisme volgens hem nodig blijft om echte gelijkheid te bereiken. Volgens de premier moet de strijd tegen ongelijkheid ook nieuwe vormen van geweld aanpakken, zoals online intimidatie.

Tegelijkertijd is 8 maart ook een politiek debat geworden. Linkse partijen steunen de feministische mobilisaties vaak actief, terwijl conservatieve partijen er kritischer tegenover staan.

Erfgoed van de democratische transitie

De betekenis van 8 maart hangt ook samen met de recente geschiedenis van Spanje. Tijdens de dictatuur van Francisco Franco (1939–1975) waren vrouwenrechten sterk beperkt.

Zo hadden vrouwen bijvoorbeeld toestemming van hun echtgenoot nodig om te werken of een bankrekening te openen. Feministische organisaties konden pas echt ontstaan na de democratische overgang in de jaren zeventig.

Voor veel Spanjaarden herinnert 8 maart daarom ook aan de strijd voor burgerrechten en democratie.

Protestcultuur en sociale bewegingen

Het succes van 8 maart heeft daarnaast te maken met de sterke protestcultuur in Spanje. Na de financiële crisis van 2008 kreeg het land te maken met massale werkloosheid, harde bezuinigingen en een groeiend wantrouwen tegenover de politiek.

In dat klimaat ontstond in 2011 de Indignados-beweging. Tienduizenden mensen bezetten pleinen in steden als Madrid en Barcelona om te protesteren tegen werkloosheid, sociale ongelijkheid en politieke corruptie.

De beweging begon met een massale demonstratie op 15 mei 2011 en werd daarom ook wel de 15M-beweging genoemd. De protesten trokken vooral jongeren die vonden dat de traditionele politiek hun problemen niet meer vertegenwoordigde.

De Indignados-protesten creëerden nieuwe netwerken van activisten en ervaring met massale demonstraties. Feministische groepen maakten later gebruik van diezelfde structuren om grote mobilisaties rond 8 maart te organiseren.

Groter dan in veel andere landen

In landen als Nederland, België of Duitsland wordt 8 maart meestal kleinschaliger gevierd met bijeenkomsten of campagnes. In Spanje is de dag uitgegroeid tot een van de grootste jaarlijkse demonstraties van het land.

Die schaal komt voort uit een combinatie van factoren: een sterke feministische beweging, maatschappelijke debatten over geweld tegen vrouwen, steun van vakbonden en een protestcultuur die al jaren bestaat.

Daardoor is Internationale Vrouwendag in Spanje niet alleen een symbolische datum, maar vooral een zichtbaar moment van maatschappelijke actie.

Wie op 8 maart in Spanje is, merkt het overal

Wie op 8 maart in Spanje is, merkt dat overal. In veel steden trekken grote demonstraties door het centrum en worden straten tijdelijk afgesloten. Spandoeken, sjaals en vlaggen bepalen het straatbeeld en in veel Spaanse steden kleuren de straten die dag letterlijk paars.

Voor bezoekers kan het een indrukwekkend moment zijn om de Spaanse protestcultuur van dichtbij te zien, al is het verstandig rekening te houden met drukte en omleidingen.