Dankzij Spaans onderzoek eindelijk meer duidelijkheid mogelijk over glifosaat in olijfgaarden

door Else BeekmanElse Beekman
Spaanse onderzoekers maken glifosaat in olijfgaarden meetbaar

Glifosaat is een veelgebruikt en tegelijk omstreden onkruidbestrijdingsmiddel en vormt al jaren onderwerp van discussie. Vooral in landbouwgebieden, zoals de uitgestrekte olijfgaarden van Spanje, groeit de zorg over de sporen die deze stof in de bodem achterlaat. Tot voor kort was het meten daarvan technisch erg ingewikkeld. Daar is nu door Spaanse onderzoekers iets op gevonden.

Binnen het Europese project Soil O-Live hebben de onderzoekers van de Universiteit van Jaén een methode ontwikkeld waarmee glifosaat en verwante pesticiden eenvoudiger en betrouwbaarder kunnen worden opgespoord.

Bij deze methode wordt een klein beetje grond opgelost in vloeistof en daarna heel precies onderzocht met een geavanceerd apparaat. Dat klinkt ingewikkeld, maar het grote voordeel is dat het snel en betrouwbaar laat zien of er glifosaat in de bodem zit. Zo worden eerdere problemen zoals onduidelijke meetresultaten, wisselende gevoeligheid en meetfouten bij grote hoeveelheden bodemmonsters voorkomen.

Ook afbraakproducten van glifosaat kunnen met deze methode nauwkeurig worden gemeten, zelfs in complexe bodemmonsters. Grootschalige monitoring in olijfgaarden worde dasarmee voor het eerst echt mogelijk.

Bijna 800 bodemmonsters onderzocht

Om de methode te testen, namen de onderzoekers bijna 5.200 monsters van bijna 52 percelen in Spanje, Portugal, Griekenland en Marokko. Daarbij werd gekeken naar drie manieren van telen: traditioneel, intensief en biologisch.

Wat bleek? In de intensieve en traditionele teelt werden duidelijk hogere concentraties glifosaat en de afbraakstof AMPA gevonden dan in biologische bodems. Toch bleken zelfs in sommige biologische velden kleine sporen aanwezig. Waarschijnlijk komt dat door drift of afspoeling vanaf nabijgelegen percelen.

Portugal koploper in vervuiling

De verschillen tussen de onderzochte landen waren opvallend. In Portugal werden gemiddeld de hoogste concentraties gemeten in bodems met traditionele en intensieve teelt. In Spanje en Marokko sprongen de intensieve velden eruit, terwijl in Griekenland juist de traditionele landbouw de meeste resten liet zien.

De analyse maakte deel uit van een grotere bodemstudie binnen het project. Daarbij werd niet alleen gekeken naar de aanwezigheid van pesticiden, maar ook naar andere aspecten van bodemgezondheid, zoals biodiversiteit en vervuiling.

Volgens de onderzoekers betekent de nieuwe analysemethode een belangrijke stap vooruit. Ze kunnen nu preciezer dan ooit meten hoeveel pesticiden er in de bodem aanwezig zijn – en dat helpt boeren en beleidsmakers om betere keuzes te maken.

Wat betekent dit voor Spanje?

Spanje hoort bij de grootste olijfolieproducenten ter wereld. Daarom kan deze nieuwe methode op verschillende vlakken van grote waarde zijn. Voor boeren kan het een hulpmiddel zijn om hun bodem beter te analyseren. Een gezonde bodem is immers niet alleen beter voor het milieu, maar ook voor de kwaliteit van de olijven en de uiteindelijke olijfolie.

Bovendien kunnen boeren met deze methode beter inspelen op strengere Europese regels en de groeiende vraag naar duurzame en biologische producten. Meer zekerheid over het gebruik van pesticiden kan de Spaanse olijfolie ook een sterkere positie geven op de markt.

Voor beleidsmakers biedt de methode een voordeel bij hetbepalen waar extra maatregelen nodig zijn om bodemvervuiling tegen te gaan, of waar subsidie voor duurzame landbouw het meeste effect heeft.

Wat is Soil O-Live?

Het project Soil O-Live wil bijdragen aan een duurzamer beheer van landbouwbodems in olijfgaarden in het Middellandse Zeegebied. Het gaat om een breed opgezet Europees initiatief, geleid door de Universiteit van Jaén, met in totaal 17 partners uit onder meer Spanje, Portugal, Griekenland, Italië en Marokko. Onder de deelnemers bevinden zich onderzoeksinstellingen zoals het Spaanse CSIC en de UNE (de Spaanse instantie voor standaardisatie), maar ook bedrijven uit de olijfoliesector, zoals Deoleo.

Het project heeft een budget van bijna 7 miljoen euro. De looptijd loopt tot 2027.

Binnen Soil O-Live onderzoekt men niet alleen pesticiden in de bodem, maar ook de bredere aspecten van bodemgezondheid zoals biodiversiteit, vervuiling en de invloed daarvan op de kwaliteit van olijfolie. Verder werkt men aan praktische oplossingen, zoals het herstellen van bodems met nuttige schimmels. Ook ontwikkelt men een certificering voor ‘gezonde olijfbodems’, zodat boeren kunnen aantonen dat zij duurzaam werken. Het uiteindelijke doel: boeren ondersteunen bij milieuvriendelijke landbouw zonder in te leveren op opbrengst of kwaliteit.