In Spanje staan meer dan drie miljoen ongebruikte woningen, terwijl honderdduizenden mensen worstelen om een dak boven hun hoofd te houden of krijgen. Dat stelde de voorzitter van Cáritas deze week, tot verbazing van de minister van Huisvesting.
“De minister van Huisvesting geloofde het niet toen we het haar vertelden.” Dat zei Manuel Bretón, voorzitter van hulporganisatie Cáritas, afgelopen donderdag tijdens een informatieve bijeenkomst van Nueva Economía Fórum in Madrid. Hij presenteerde daar nieuwe cijfers uit het jaarlijkse rapport van de stichting FOESSA dat sociaalwetenschappelijk onderzoek doet en nauw is verbonden aan de kerkelijke hulporganisatie.
Ongebruikte woningen tonen kloof tussen beleid en realiteit
Volgens Bretón telt het land momenteel ruim 3 miljoen woningen waar niemand woont. Een schokkend aantal, zeker in een tijd waarin steeds meer mensen moeite hebben om hun huur of hypotheek te betalen. Dat de minister dat nauwelijks kon geloven, zegt volgens hem veel over de kloof tussen beleid en realiteit. Al is het ongeloof van de minister opmerkelijk te noemen, aangezien het INE al in 2021 in haar Censo de Viviendas publiceerde dat het aantal ongebruikte woningen 3,8 miljoen betrof. Volgens INE is een woning ongebruikt of leegstaand als deze niet de hoofdverblijfplaats is van een persoon én niet voor seizoens- of incidenteel verblijf wordt gebruikt.
Volgens Bretón is het aantal van meer dan 3 miljoen afkomstig uit een analyse van bestaande gegevens van onder meer nationale instituut voor statistiek INE, aangevuld met eigen veldonderzoek en informatie van lokale Cáritas-afdelingen verspreid door het land. Het gaat daarbij niet alleen om permanente leegstand, maar ook om woningen die jarenlang niet als hoofdverblijf worden gebruikt.
Huizen genoeg, maar niet voor iedereen
Volgens Cáritas roept dit de vraag op: hoe kan het dat er zoveel onbenutte huizen zijn, terwijl de wooncrisis voor steeds meer Spanjaarden een dagelijks probleem is? Veel van de leegstaande woningen zijn tweede huizen of panden die speculatief zijn aangekocht en al jaren ongebruikt blijven. Voor wie in onzekerheid leeft of op een wachtlijst voor sociale huur staat, zijn ze onbereikbaar.
Grotendeels komt dat ook doordat de meeste leegstaande woningen in kleine dorpen in Spaanse regio’s te vinden zijn, waar juist mensen zijn weggetrokken voor werk. De Spaanse Bank concludeerde vorig jaar al dat 450.000 leegstaande woningen in Spanje onverkoopbaar zijn vanwege hun slechte staat of afgelegen locatie.
“We hebben dringend meer sociale woningen nodig. Overal in het land”, benadrukte Bretón. “Wonen is geen luxe, het is een basisrecht.”
Verborgen armoede: het leven aan de rand
Naast het onderwerp ongebruikte woningen trekt Cáritas ook aan de bel over een ander schrijnend probleem: de miljoenen mensen die in armoede leven zonder dat het opvalt. “We spreken over 4,3 miljoen mensen in Spanje die onder de radar blijven”, aldus Bretón. “Ze hebben geen vaste baan, wonen vaak in slechte omstandigheden en leven voortdurend met stress over geld.”
Toch wordt hun situatie zelden zichtbaar. Ze vallen tussen wal en schip, blijven uit beeld bij statistieken of hulpinstanties, en redden het vaak nét. Tot het misgaat.
Politieke reactie op het rapport
De cijfers van Cáritas bleven ook in de politiek niet onopgemerkt. De oppositiepartij Partido Popular haalde fel uit naar premier Sánchez. “Waar zijn die 184.000 sociale woningen die hij had beloofd?”, vroeg woordvoerder Elías Bendodo zich af. Volgens hem toont het rapport aan dat het beleid van de regering tekortschiet.
Toch benadrukt Cáritas dat er ook openheid is vanuit overheidsinstanties. “De deur gaat meestal wel open als we aankloppen,” zei Bretón, “maar de ene keer wordt er beter geluisterd dan de andere.”
“We willen armoede voorkomen, niet alleen bestrijden”
Cáritas pleit niet alleen voor meer hulpmaatregelen, maar vooral voor lange termijnbeleid. “We hebben moedige en samenhangende politieke keuzes nodig. Niet alleen om de symptomen van armoede te verzachten, maar om haar oorzaken aan te pakken”, zei Bretón. Volgens hem moet armoedebestrijding niet iets zijn dat pas begint als mensen al in de problemen zitten.
Hij hoopt dat de organisatie de komende jaren nog meer invloed krijgt op sociaal beleid. “We beschikken over cijfers die niet altijd prettig zijn om te horen, maar die wel laten zien wat er echt speelt.”