Spanje viert deze week samen met Portugal het 40-jarig jubileum van hun toetreding tot de Europese Unie. Sinds 1986 heeft het EU-lidmaatschap het land ingrijpend veranderd. Politiek, economisch en maatschappelijk zette Spanje een grote stap vooruit. Het bbp is in vier decennia ruim verzesvoudigd.
De officiële toetreding van Spanje en Portugal tot de Europese Gemeenschappen vond plaats op 1 januari 1986. “España es Europa”, zo vatte de toenmalig premier Felipe González van de jonge democratie het moment kernachtig samen.
Voor Spanje vormde het EU-lidmaatschap een duidelijke breuk met het verleden. Het land kon de lange periode van dictatuur en isolement achter zich laten en sloot zich aan bij het brede Europese project van samenwerking en vooruitgang. Tal van hervormingen werden doorgevoerd, het land moderniseerde en werd ook internationaal zichtbaarder. Belangrijke momenten met wereldwijd bereik waren de Expo in Sevilla en de Olympische Spelen in Barcelona in 1992. Hiermee wist Spanje zich nadrukkelijk op de internationale kaart te zetten.
Explosieve economische groei mede dankzij EU-steun
Op het moment dat Spanje lid werd van de Europese Gemeenschappen, was het bbp nog geen 226 miljard euro. Vier decennia later, eind 2025, is dat bedrag naar verwachting opgelopen tot 1,5 biljoen euro. Spanje hoort daarmee bij de sterkst groeiende economieën binnen de ontwikkelde wereld.
Een belangrijk deel van die groei is mogelijk gemaakt dankzij Europese steun. Volgens cijfers van het Europees Parlement ontving Spanje tussen 1989 en 2013 bijna 140 miljard euro aan EU-middelen (zonder de landbouwsubsidies meegerekend). Tel je de cohesiefondsen erbij, dan loopt het bedrag sinds 1986 op tot zo’n 150 miljard euro.
Europese integratie als motor
Volgens José Juan Ruiz, voorzitter van denktank Real Instituto Elcano, heeft Spanje het EU-lidmaatschap te danken aan drie sleutelfactoren: institutionele hervormingen, economische en financiële integratie met Europa, en grootschalige structurele aanpassingen. Zo steeg de handelsopenheid van Spanje van 26% van het bbp in 1985 naar 65% in 1999. Handelsopenheid verwijst naar hoeveel handel Spanje drijft met het buitenland in verhouding tot zijn totale economie.
Daarnaast waren het Europees Interne Marktproject en de invoering van de euro fundamentele drijfveren. Spanje bleef doorgaan met hervormen en toonde samen met Portugal jarenlang een hoger groeitempo dan het EU-gemiddelde. In de jaren tussen 1987 en 1990 groeide de Spaanse economie gemiddeld met 5% per jaar, tegenover 3,5% in de rest van Europa.
Diepe crisis, sterke herstelperiode
Toch verliep het pad niet zonder obstakels. Tijdens de eurocrisis daalde het Spaanse bbp per hoofd van de bevolking met 8,7%, fors meer dan in Duitsland of Frankrijk. Volgens Ruiz kwam dit door een grotere kwetsbaarheid voor externe schokken.
Na 2015 groeide de Spaanse economie opnieuw dichter toe naar de andere lidstaten. De pandemie bracht nieuwe uitdagingen, maar ook nieuwe kansen: via het Europese herstelplan ontving Spanje ruim 163 miljard euro uit het Next Generation EU-fonds, wat het herstel en verdere groei aanzienlijk versnelde.
Spanje leidt Europese economie in 2025
In 2025 groeit de Spaanse economie opnieuw sneller dan die van haar Europese buren. Het bbp stijgt met 2,9%, ruim boven het gemiddelde van de eurozone (1,3%). Volgens het ministerie van Economie is Spanje hiermee de “locomotief van de eurozone”. De groei wordt gedragen door sterke binnenlandse vraag, stijgende investeringen (+7,6%) en een veerkrachtige arbeidsmarkt.
De werkloosheid daalt naar 10,4%, het laagste niveau sinds voor de financiële crisis van 2008. De particuliere consumptie trekt aan dankzij hogere koopkracht en een stabielere inflatie. Huishoudens beschikken gemiddeld over 5,3% meer inkomen dan in 2019, en de spaarquote blijft hoog op 13%.
Waarom de Spaanse economie groeit terwijl Nederland achterblijft
De investeringen liggen 40% boven het pre-pandemisch niveau en richten zich vooral op digitalisering en innovatie. Mede dankzij het Europese Herstel- en Veerkrachtplan blijft de kapitaalvorming robuust. Ook de overheidsfinanciën verbeteren: het tekort daalt naar 2,5% van het bbp en de staatsschuld naar 103%.
Uitdagingen
Tegenover deze positieve cijfers staat wel een grote uitdaging: de woningmarkt. De prijzen voor koop- en huurwoningen stegen in 2025 met meer dan 10%, wat een groot deel van de inkomensgroei opslokt. Ook structurele risico’s zoals vergrijzing, inflatiedruk en externe handelsrisico’s blijven aandachtspunten voor de komende jaren.
Spanje is na 40 jaar EU-lidmaatschap niet meer het gesloten, agrarische land van de jaren ‘70, maar een moderne, open economie die meedraait op Europees en mondiaal niveau. De kloof met rijkere lidstaten is kleiner dan ooit. Daarmee zijn de woorden van Felipe González zijn anno 2026 nog steeds actueel: “España es Europa.”