Spanjaarden blijven slecht in Engels, maar verschillen tussen regio’s zijn groot

door Else BeekmanElse Beekman
Niveau Engels van Spanjaarden nog steeds laag volgens recent onderzoek

Spreek je buiten de toeristische regio’s Spanjaarden in het Engels aan, dan zijn de meeste waarschijnlijk niet in staat je te antwoorden. Over het algemeen is het niveau Engels van Spanjaarden laag. Dat wordt opnieuw bevestigd in een recent onderzoek. Het niveau behoort zelfs tot het laatste binnen de Europese Unie. Opvallend is dat hierin sinds 2014 nauwelijks verbetering is gekomen.

Spanje behaalt in de laatste EF English Proficiency Index van de internationale onderwijsorganisatie Education First (EF) een score van 540. De puntenschaal deelt landen inin vijf categorieën in waarbij het hoogste aantal punten tegen de 700 ligt. Alleen Frankrijk, Cyprus en Italië doen het nog slechter. In de beginjaren van het onderzoek wist Spanje uit de categorie ‘laag niveau’ te klimmen, maar sinds 2014 blijft het nagenoeg rond hetzelfde puntenaantal steken. Tussen 2014 en 2026 is er slechts minimale vooruitgang geboekt. Zo blijft Spanje wat niveau Engels betreft in de categorie “matig niveau” en dat is ver onder landen als Nederland, Duitsland en Portugal, die tot de kopgroep behoren.

De onderzoekers stellen dawt het probleem onder andere ligt bij het onderwijssysteem. Engels wordt vaak nog vrij theoretisch onderwezen. De focus ligt op grammatica en schrijfvaardigheid en veel minder op praktische spreekvaardigheid. Verder is het niveau en de uitspraak Engels van veel docenten in het publieke onderwijs matig.

Groot verschil tussen regio’s

Binnen Spanje zijn er wel aanzienlijke regionale verschillen. Elke regio bepaalt zijn eigen onderwijsbeleid dus de ene richt het vak Engels anders in dan de andere. In de regio Galicië lijkt men de meestgesproken tweede taal ter wereld nog het best te beheersen. Deze regio scoort met 563 punten het hoogst en zit daarmee in het ‘hoge niveau’-. Ook regio’s als La Rioja, Madrid en Navarra doen het goed. Steden als Vigo (569) en La Coruña (567) steken zelfs boven het nationale gemiddelde vasn 580 uit.

Het slechtst doet men het in de regio Castilla-La Mancha. Deze bungelt met slechts 509 punten onderaan. Ook Extremadura, Andalusië en Murcia scoren relatief laag met respectievelijk 514, 526 en 529 punten.

Volgens Gemma Ollé van Education First komt het hoge niveau in Galicië door langdurige inzet op taalonderwijs, en vooral door de mogelijkheid om het Engels ook buiten het klaslokaal te gebruiken. “Er is meer continuïteit in het onderwijs en meer kansen om het Engels functioneel toe te passen in het dagelijks leven,” aldus Ollé.

Opvallend: jongeren scoren lager dan oudere leeftijdsgroepen

Een opvallende bevinding in het rapport is dat jongeren tussen de 18 en 25 jaar slechter scoren dan de groep tussen de 26 en 30 jaar. De coronapandemie speelde hierbij een grote rol. Jongeren hadden in hun opleidingsjaren minder mogelijkheden om Engels actief te gebruiken, bijvoorbeeld via reizen of uitwisselingen.

De groep van 26 tot 30 jaar heeft daarentegen vaker praktijkervaring opgedaan, zoals studeren of werken in het buitenland, wat hun taalniveau aanzienlijk ten goede is gekomen.

Spreken blijft struikelblok

Al doen Spaanse deelnemers het vaak redelijk als ze op lees- en luistervaardigheid van het Engels getest worden, blijft het spreken de grootste uitdaging. Wie herkent het niet: je zegt vraagt iets in het Engels, maar hebt geen idee wat het antwoord is omdat de uitspraak zo ‘Spanglish’ is. Omdat de nadruk in het onderwijs vaak op grammatica en schriftelijke vaardigheden ligt, krijgen leerlingen minder zelfvertrouwen om de taal te spreken.

Een andere factor voor het lage niveau Engels in Spanje die in dit verband vaak wordt genoemd is dat films en televisieseries standaard worden nagesynchroniseerd. Dat houdt de blootstelling aan Engels beperkt.

Het EF-onderzoek gebruikte ook AI-technollogie om de mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid te testen. De hieruit voortvloeiende resultaten bevestigen vooral de achterstand in het spreken ten opzichte van andere taalvaardigheden.