Binnenkort is het weer zover: het moment waarop we in Spanje de klok verzetten naar de zomertijd. In de nacht van zaterdag 28 op zondag 29 maart draaien de wijzers een uur vooruit. Om 2.00 uur wordt het dus in één keer 3.00 uur. Op de Canarische Eilanden gaat de klok van 1.00 naar 2.00 uur. Dat betekent één uurtje minder slapen, maar ook: langere, lichtere avonden.
Volgens het officiële Real Decreto 236/2002 is dit de laatste keer dat de zomertijd formeel in de Spaanse wet is vastgelegd, tot en met dit jaar 2026. Het idee blijft hetzelfde: meer profiteren van het daglicht en iets besparen op energie. Toch groeit de twijfel of dat tegenwoordig nog echt iets oplevert. Elk halfjaar dezelfde discussie, maar voorlopig verandert er weinig.
De meeste apparaten doen het werk gelukkig zelf. Je smartphone, laptop of smartwatch past de tijd automatisch aan via internet. Alleen bij wandklokken, ovens of oude horloges moet je zelf nog even aan de slag. Of gewoon wachten tot de volgende ochtend, dan merk je vanzelf dat het ineens een uur later is dan gedacht.
Spaanse regering pusht voor definitief einde aan klokgewissel
De Spaanse regering onder Pedro Sánchez wil vanaf 2026 af van dit gedoe en dringt bij de EU aan op afschaffing van de seizoenswisselingen. In oktober 2025 kondigde Sánchez het officieel aan: het levert amper energiebesparing op (zo’n €6 per gezin per jaar), het verstoort slaap en gezondheid, en volgens peilingen is 80% van de Spanjaarden er klaar mee.
Het ministerie van Voorzitterschap leidt de lobby in de Europese Raad van Energie en wordt daarin gesteund door landen als Finland en Polen. Toch is er een onzekerheid: Spanje heeft nog geen keuze gemaakt tussen permanent wintertijd (UTC+1) of zomertijd (UTC+2). Dat moet een EU-consensus worden, anders hapert de handel met buurlanden. De planning loopt tot 2026, dus dit voorjaar kan het laatste zijn, maar voorlopig blijft alles bij het oude.