Het afscheid van de laatste vuurtorenwachter van Almería

door Judith Goeree
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Laatste vuurtorenwachter van Almeria neemt afscheid van zijn Faro de Mesa de Roldán

Op de kale klif van Mesa de Roldán, waar de ´woestijn van Almería´ overgaat in de Middellandse Zee, dooft de vuurtorenwachter voor het laatst het licht. Mario Sanz, 65 jaar, sluit na 33 jaar de deur van de vuurtoren die zijn huis, zijn werk en zijn wereld was. Het is er stil, op de manier die alleen mensen kennen die decennia hebben geleefd met het ritme van de zee en het licht.

In de jaren tachtig runde Mario Sanz samen met zijn partner Amalia López een populaire bar in Vallecas, Madrid. De zaak heette Autógrafo en was een levendig trefpunt vol muziek, kunst en nachtcultuur. Het ging goed met het bedrijf, maar Amalia droomde van de kust. Op een dag zag hij in El País een advertentie: een academie bereidde kandidaten voor op het toelatingsexamen voor vuurtorenwachter. “Ik zei tegen haar: ik ga me aanmelden.”

Hij studeerde, slaagde en kreeg in 1992 een aanstelling bij de vuurtoren van Mesa de Roldán, midden in het vulkanische landschap van Cabo de Gata, Almería. Het landschap dat zo treffend beschreven wordt in ´De contreien van Nijar´ van Juan Goytisolo, een literaire beschrijving van zijn reis die hij eind jaren vijftig maakte door het diepe zuiden van Andalusië, in wat nu Natuurpark Cabo de Gata is.

Een vak dat langzaam verdween

Toen Sanz in 1992 zijn post kreeg, was het beroep al op sterven na dood. De regering-González had het beheer van vuurtorens overgedragen aan regionale havenautoriteiten en de functies zouden voortaan worden geautomatiseerd. Nieuwe benoemingen bleven uit.

“Toen ik aankwam, besefte ik dat ik in een functie was beland die al aan het verdwijnen was,” zegt hij. Toch werkte hij gestaag door. Eerst beheerde hij alleen Mesa de Roldán, later ook de vuurtoren van La Polacra, gebouwd op een oude wachttoren bij Rodalquilar, en uiteindelijk zelfs die van Garrucha en het eiland Alborán. “Dat is een onherbergzame plek. Geen water, geen schaduw, geen voedsel. Alles moet van buitenaf worden aangevoerd.”

Tegenwoordig zijn er in Spanje nog maar een tiental actieve vuurtorenwachters in de 190 vuurtorens die het land telt.

Geen romantiek, maar toewijding

Wie denkt aan de eenzame wachter met zijn lamp, vergist zich. Sanz genoot van het isolement, maar niet van de ontberingen. In de beginjaren was de vuurtoren alleen bereikbaar via een zandweg. Slechts een enkele wandelaar kwam er voor het uitzicht of voor de ruïne van de oude wachttoren, gebouwd in de vijftiende eeuw.

Later werd de weg geasfalteerd en vonden zelfs filmploegen hun weg naar het plateau. In 2015 gebruikte de serie Game of Thrones de plek voor een scène met Daenerys Targaryen en haar draak. “Van totale stilte naar 350 mensen om ons heen, met caravans en apparatuur. Het leek wel de Ronde van Spanje bij ons voor de deur,” lacht Sanz. Op een ander moment arriveerde een bus vol mensen die op zoek waren naar ufo’s. “Dat was pas een vreemde dag.”

Hij zag ook hoe de kust veranderde. Vanuit zijn vuurtoren had hij uitzicht op het strand van El Algarrobico, waar in de jaren 2000 een kolossaal hotel werd gebouwd — midden in beschermd natuurgebied. Sanz waarschuwde destijds voor de gevolgen van de bouw, die later symbool werd van de botsing tussen de economische belangen van het toerisme en de natuurbescherming aan de Spaanse zuidkust.

De realiteit van het licht

De vuurtoren van Mesa de Roldán werd in 1863 gebouwd, op een oud koraalrif 210 meter boven zee. De lens, een klassiek Fresnel-systeem, zendt vier flitsen per twintig seconden, zichtbaar tot op veertig kilometer afstand. Sanz hield het mechanisme draaiende, schilderde muren, poetste glas, repareerde wat stukging.

“Je zit midden in het niets, en alle bliksems komen naar jou toe,” vertelde hij aan El País. “Het is een droog geluid, zonder echo, dat je tot in je botten voelt.” Toch hield hij van die eenzaamheid. Van het licht, van de horizon, van het idee dat ergens op zee iemand zijn lamp zag en wist waar de kust was.

Een levende herinnering

In de woning naast de toren verzamelde Sanz duizenden objecten: oude lampen, kaarten, foto’s, logboeken en modellen. Zijn collectie groeide uit tot een klein museum dat bezoekers op afspraak konden zien. Nu hij weg is, hoopt hij dat de collectie behouden blijft. “De vuurtoren moet blijven leven, ook zonder wachter,” zegt hij.

Een licht dat niet dooft

Met het afscheid van Mario Sanz verliest Almería zijn laatste vuurtorenwachter. Hij woont nu in Carboneras, uitkijkend over dezelfde zee die hij een leven lang bewaakte. “Ik ga niet terug naar Madrid,” zegt hij rustig. “Ik heb genoeg licht gezien.”

Zijn lamp mag dan gedoofd zijn, maar zijn verhaal blijft branden. Het laatste schijnsel van een beroep dat langzaam verdwijnt in de golven van de tijd.

Winterbestemming Andalusië: de verborgen schoonheid van Cabo de Gata