In oktober 2019 was het de beurt aan de resten van dictator Francisco Franco. Die lagen naast de stoffelijke resten van Primo de Rivera begraven in twee individuele graven voor het altaar in de Santa Cruz-basiliek in de Valle de Cuelgamuros – voorheen Valle de los Caídos (Vallei der Gevallenen) – in de gemeente San Lorenzo de El Escorial vlakbij Madrid.
De resten van Franco werden herbegraven naast zijn vrouw op de begraafplaats van Mingorrubio in El Pardo. De resten van Primo de Rivera zullen elders in de Valle de Cuelgamuros worden bijgezet. Naast Franco en Primo de Rivera liggen op deze plek de stoffelijke overschotten van 33.833 slachtoffers geborgen. Bijna de helft hiervan is niet geïdentificeerd. Franco liet tussen 1959 en 1983 de restanten uit massagraven door heel Spanje overbrengen naar de Vallei der Gevallenen.
In de loop der tijd werd het complex met een grote basiliek en een reusachtig kruis dat al van ver te zien is, decennialang het grootste mausoleum ter ere van een dictator in Europa. Het trok regelmatig extreemrechtse lieden aan die de gewezen dictator, maar ook falangist Primo de Rivera wilden eren.
Wet op de historische herinnering
Met de invoering van de wet op de historische herinnering wilden de socialistische regeringen van Spanje af van monumenten, straatnamen en andere verwijzingen naar het dictatoriale regime.
Ook groeide de weerzin tegen het feit dat veel ongeïdentificeerde slachtoffers hun laatste rustplek zouden hebben naast die van hun moordenaars. Bovendien werd het mausoleum deels gefinancierd door de Katholieke Kerk maar ook door belastinggeld.
Uiteindelijk werd besloten dat de plek een eerbetoon moet worden aan alle slachtoffers van de burgeroorlog en de periode erna. Al was de regering op basis van de wet al van plan de resten van Primo de Rivera te herbegraven, het was de familie die de overplaatsing heeft aangevraagd.
De wet op de historische herinnering bepaalde dat in de Valle de Cuelgamuros alleen slachtoffers van de burgeroorlog begraven mogen liggen en dat stoffelijke resten die vooraanstaande plekken innemen ook verwijderd moesten worden. Alleen Franco en Primo de Rivera hadden er een individueel graf. Beide zijn officieel geen slachtoffers van de burgeroorlog.
Primo de Rivera
José Antonio Primo de Rivera (1903-1936) richtte in 1933 de nationalistische Spaanse politieke partij Falange op. Deze speelde een belangrijke rol tijdens de Spaanse Burgeroorlog en in de jaren erna tijdens het Franco-regime. In de jaren dertig was deze partij een van de meest invloedrijke politieke bewegingen in Spanje.
In 1936 werd Primo de Rivera gearresteerd door de Republikeinse regering en beschuldigd van samenzwering tegen de staat. Hij werd opgesloten in Alicante en later overgebracht naar een gevangenis in Madrid. Daar werd hij in november 1936 geëxecuteerd.
Controversieel figuur
Primo de Rivera blijft een controversieel figuur in de Spaanse geschiedenis. Sommigen zien hem als een heldhaftige verdediger van traditionele Spaanse waarden en anderen als een gevaarlijke extremist die autoritarisme en repressie promootte. Nadat hij was begraven op de Almudena-begraafplaats in Madrid werd hij in 1959 overgebracht naar zijn huidige graf in de basiliek van de Valle de los Caídos.
Krijgsgevangenen
De Vallei der Gevallenen werd na de burgeroorlog door krijgsgevangenen van Franco gebouwd en gedeeltelijk uit rotsen gehakt. Veel dwangarbeiders kwamen hierbij om het leven. Na zijn dood in 1975 werd de oud-dictator hier zelf begraven.
Bekijk ook: Spanje hanteert vanaf vandaag wet die verheerlijking Franco-periode bestraft