Hoog in de Pyreneeën liggen grotten met ijs van duizenden jaren oud. In dat ijs zitten bladeren, stuifmeel, plantaardig DNA en zelfs eeuwenoude bacteriën en virussen. Maar de ijsgrotten smelten sneller dan ooit. Een klein team Spaanse onderzoekers probeert nog zoveel mogelijk monsters veilig te stellen voordat het ijs verdwenen is.
“Het is een uniek archief en we gaan het kwijtraken,” zegt onderzoeker Miguel Bartolomé van het Museo Nacional de Ciencias Naturales (MNCN), het nationaal natuurhistorisch museum, tevens onderzoeksinstituut, in Madrid tegen El País.
IJs uit de tijd van de eerste beschavingen
In een van deze grotten vonden wetenschappers het oudste bekende ijs dat uit samengeperste sneeuw is ontstaan. Het is 6.100 jaar oud en de sneeuw viel in de tijd dat de eerste beschavingen in Mesopotamië opkwamen. Het gaat om grot A294 in het Cotiella-massief in de provincie Huesca. Begin dit jaar meldde het MNCN dat die grot ijs verliest in een tempo dat in ruim zesduizend jaar niet is voorgekomen. De onderzoekers verwachten dat het ijs op deze plek binnen enkele jaren volledig is verdwenen.
Kijkend naar zo’n ijswand van dichtbij, zijn donkere banden te onderscheiden die over elkaar heen lijken te liggen. Elke laag vertelt iets over het klimaat van toen en over de planten die destijds op de berghellingen groeiden.
Tot twee meter ijs per jaar
Bijna alle ijsgrotten op aarde smelten en dat proces gaat in de Pyreneeën het snelst. “In Roemenië kennen we grotten die minder dan vijf centimeter ijs per jaar verliezen,” zegt Bartolomé. “In de Pyreneeën gaat het om een terugloop van soms twee meter per jaar. Dat betekent dat het ijs in ongeveer vier jaar verdwenen kan zijn.”
De temperatuur in het gebergte stijgt hard en sinds 1949 is het in de Pyreneeën gemiddeld 1,3 graden warmer geworden. Dat is volgens berekeningen van het MNCN bijna het dubbele van de wereldwijde stijging. Volgens onderzoekers vormde de hittegolf van 2022 een keerpunt. Toen braken op de gletsjer van de Monte Perdido ijsblokken zo groot als auto’s af. Ook verdween dat jaar het grootste deel van het fossiele ijs in de grot Sarrios 1, een andere grot die het team onderzoekt.
Vroeger kwam de temperatuur in deze grotten nooit boven het vriespunt, terwijl dat nu zo’n ruim vier maanden per jaar wel het geval is. De zware zomerse onweersbuien maken het erger, omdat dan grote hoeveelheden relatief warm regenwater dan naar binnen stromen. Bartolomé noemt die buien “funest” voor het ijs.
Ooit kwam dit scenario al voor op de Teide op Tenerife. Daar lag de eerste ijstgrot die in het land werd beschreven, die inmiddels al tientallen jaren verdwenen is. In de Picos de Europa zijn nog grotten met veel meer ijs, maar dat is minder goed gedateerd en jonger.
Zwaar werk om alle ijsgrotten te onderzoeken
De onderzoekers hebben zichzelf een zware taak gegeven. Paleo-ecoloog María Leunda van de Universiteit van Bern, Bartolomé en klimaatonderzoeker Ernesto Tejedor willen in totaal vijftien ijsgrotten in de Pyreneeën bezoeken. Het is urenlang klimmen om de grotten te bereiken. Vaak nemen ze het materiaal mee op de rug of met muilezels. Als er budget is, kan het met een helikopter.
Eenmaal bij de grot begint het echte werk: met touwen en speleologie-uitrusting dalen ze af naar de koude, donkere bodem van de grot. Daar werken ze lange dagen. “Je verliest het besef van tijd,” vertelt Leunda. Honger is er de beste klok.
De onderzoekers wijzen nog op een ander obstakel. Financiering en vergunningen komen door bureaucratie niet altijd snel rond. En snelheid is precies wat nu nodig is.
Het verhaal van het ijs
Het DNA uit dennennaalden en andere plantenresten in het ijs leverde al iets op. Zo’n 5.700 jaar geleden, toen het iets warmer was dan nu, groeide het bos in de Pyreneeën hoger dan vandaag. Waarschijnlijk heeft de mens die bomen gekapt, zegt Leunda. Bij blijvend stijgende temperaturen verwachten onderzoekers dat er op die hoogte opnieuw dennen gaan groeien.
In het ijs zitten ook resten van duizenden jaren oude bacteriën en virussen. Volgens de onderzoekers kunnen die interessant zijn, bijvoorbeeld als bron van nieuwe antibiotica. Vaak valt niet eens vast te stellen van welke soort het genetisch materiaal afkomstig is. Wetenschappers noemen het daarom “biologische donkere materie”.
Ook middeleeuwse balken als klimaatarchief
Tejedor kwam als laatste bij het team. Hij onderzoekt het klimaat ook via boomringen. Zijn team toonde eerder aan dat 2022 in het westelijke Middellandse Zeegebied het warmste jaar was in duizend jaar. In de onderliggende studie gaat het specifiek om de zomers. Die van 2022 en 2023 overtroffen de natuurlijke schommelingen van het afgelopen millennium.
Levende bomen reiken niet ver genoeg terug. In de Sierra de Cazorla in Andalusië worden ze maximaal zo’n 800 jaar oud, in de Pyreneeën zo’n 600 en in Teruel zo’n 700. Daarom neemt Tejedor monsters uit houten balken van oude boerderijen en middeleeuwse verdedigingstorens. Sommige dateren uit de elfde eeuw. Hij heeft er inmiddels 56 onderzocht in Teruel, Castellón en Valencia, goed voor 160 monsters.
Een van zijn recente bevindingen is dat hittegolven niet langer regionaal zijn en steeds vaker tegelijk heel Europa treffen, van Spanje tot Finland.
Tejedor ging een paar weken geleden met Bartolomé mee naar de grotten. Hij lijkt nog altijd niet helemaal bijgekomen. “Dit soort wetenschap is niet voor normale mensen,” zegt hij. “Je moet een beetje gek zijn om een gat in te kruipen waarvan je niet weet waar het heen gaat.”