Dit is 10 procent meer dan het geval was in 2008 en 205.000 meer kinderen dan in 2010. Dit onthult Unicef Spanje maandag in het tweejaarlijkse rapport Jeugd in Spanje 2012-2013.
Als armoedegrens wordt een jaarinkomen beschouwd dat 60 procent uitmaakt van het gemiddelde jaarinkomen.
Kinderen vormen op dit moment de armste leeftijdscategorie in Spanje. Andere categorieën zijn volwassenen in de leeftijd om te werken en 65-plussers.
Gedurende jaren was de armoede onder de jeugd stabiel op 24 procent van de minderjarigen onder de 18 jaar. Van 2009 tot 2010 steeg dit percentage van 23,7 naar 26,2.
Chronische armoede
In drie jaar tijd steeg de chronische armoede met 53 procent. Het gaat hier kinderen die 3 van de 4 gemeten jaren onder de grens leven. In 2010 leefe 13,7 procent kinderen in zeer arme huishoudens.
Hieronder worden gezinnen verstaan met twee kinderen onder de 14 jaar met een jaarinkomen van minder dan 10.983 euro.
Het percentage kinderen in huishoudens met een hoge graad van armoede was 13,7 in 2010. Dit is, op Roemenië en Bulgarije na, het hoogste cijfer in de EU-27.
Kwetsbaarheid
In 2009 stond Spanje van alle 35 geanalyseerde landen op de vijfde plaats van landen met de minste capaciteit om de jeugdarmoede te bestrijden.
Sindsdien is de kwetsbaarheid van kinderen in dit opzicht nog gestegen vanwege de kortingen op uitkeringen en andere sociale zekerheidsdiensten van de overheid.
Het percentage kinderen die een verhoogd risico lopen op armoede of sociale uitsluiting is volgens Unicef in slechts één jaar gestegen van 26,2 naar 29,8 procent.
Het aantal huishoudens met kinderen waar niemand van de volwassenen een baan heeft is gestegen van 324.000 in 2007 naar 714.000 in 2010. Dit betekent een toename van 120 procent.
Elk kind dat op dit moment in Spanje wordt geboren heeft een aandeel overheidsschuld van 15.570 euro.
Bron: Unicef, EuropaPress