Voor premier Sánchez is het nog lang niet zeker dat hij voldoende steun uit het kabinet zal krijgen om de noodtoestand met nog eens twee weken te verlengen. En dat is nodig vindt hij, omdat er anders grote chaos in het land zal ontstaan en het aantal besmettingen en doden als gevolg van Covid-19 weer zal toenemen. Anderzijds vinden de oppositie en regioregeringen dat er wel degelijk een plan B is en dat er voldoende infrastructuur is om voor de nodige preventie, bescherming en steun te zorgen in de komende exit-fases, zonder dat de hele Spaanse bevolking thuis daarvoor moet blijven.
Zonder toestemming van een meerderheid uit de Tweede Kamer voor een vierde verlenging van de noodtoestand, kunnen de premier en de ministers van Binnenlandse Zaken, van Gezondheidszorg, van Transport en van Defensie geen maatregelen meer uitroepen waaraan het hele land zich moet houden. Dat houdt in dat op het moment dat de noodtoestand voorbij is, alle Spaanse inwoners zich weer vrij door het land mogen verplaatsen totdat de afzonderlijke autonome regio’s hun eigen maatregelen hebben gedefinieerd. Een einde van de noodtoestand houdt ook in dat de autonome regio’s zelf gaan bepalen of en wanneer de scholen weer opengaan.
Voor een aantal maatregelen die door de regering genomen zijn onder de omstandigheden van de noodtoestand is het vooralsnog onduidelijk wat ermee zal gebeuren op het moment dat deze noodtoestand niet meer van kracht is. Zoals de ERTE-regelingen waarmee werkgevers hun werknemers tijdelijk mogen ontslaan en de werknemers onder deze bijzondere omstandigheden direct aanspraak kunnen maken op een sociale uitkering. Volgens juristen die zijn geraadpleegd door de Spaanse krant El Mundo, gaat het in het geval van de ERTE-regelingen om een specifieke arbeidswet die in werking treedt bij een uitzonderlijke economische situatie, en daardoor niet afhankelijk is van het al dan niet van kracht zijn van de noodtoestand die is uitgeroepen wegens een uitzonderlijke gezondheidssituatie.