Tot haar 99ste trok Cataloniës oudste herderin de bergen in

door Judith Goeree
Herderin Marina

Regen, kou of sneeuw: Marina Vilalta ging met haar schapen naar buiten. Ook toen ze de negentig allang was gepasseerd, trok ze nog vrijwel dagelijks de bergen van de Catalaanse Ripollès in. Thuis voelde ze zich opgesloten, vertelde ze ooit. Tussen haar honden en schapen voelde ze zich vrij.

Vilalta gold als de oudste actieve herderin van Catalonië. Ze kon niet lezen of schrijven, maar kende haar dieren, de bergen en de oude liederen van haar streek als weinig anderen. Op 99-jarige leeftijd is ze overleden. Tot haar laatste dagen bleef ze doen wat haar leven bijna een eeuw had bepaald.

Opgegroeid tussen de schapen

Marina Vilalta werd in 1927 geboren in een arm gezin met twaalf kinderen. Haar jeugd speelde grotendeels buiten af, naar school ging ze weinig. Al als klein meisje trok ze er met haar vader mee op uit om schapen te hoeden.

Voor onderwijs was nauwelijks ruimte. Het gezin was zo arm dat er volgens Vilalta niet eens goede schoenen of kleren waren om naar school te gaan. Toen ze acht was, brak bovendien de Spaanse Burgeroorlog uit. Lezen en schrijven leerde ze dan ook nooit.

In plaats daarvan leerde ze de dingen die nodig waren om in de bergen met dieren te leven: het gedrag van een kudde, de beste plekken om te grazen en de grillen van het weer. Kennis die niet uit boeken kwam, maar thuis en onderweg werd doorgegeven.

Herderin in een wereld van mannen

Voor een vrouw was het bestaan dat Vilalta koos allerminst vanzelfsprekend. Het herdersberoep werd vrijwel uitsluitend door mannen uitgeoefend.

Op haar 22ste trouwde ze en verhuisde ze naar de andere kant van de berg Taga. Ze bleef er schapen hoeden en was destijds de enige vrouwelijke herder in haar omgeving. Alleen toen ze moeder werd, legde ze het werk tijdelijk neer. In de loop der jaren groeide haar kudde tot maximaal ongeveer 130 dieren.

Voor haar werk ontving Marina in 2022 ontving de Creu de Sant Jordi, een van de belangrijkste onderscheidingen van Catalonië. De initiatiefnemers die zich daarvoor hadden ingezet, wezen niet alleen op haar levenslange werk en traditionele kennis, maar ook op haar bijzondere positie als vrouw in een door mannen gedomineerde wereld.

Tot ver in de negentig met haar kudde op pad

Zelf maakte Vilalta van haar leven geen romantisch verhaal. Schapen vragen iedere dag aandacht. Het werk is zwaar en regen, kou of feestdagen veranderen daar weinig aan.

Toch was er één woord dat steeds terugkwam als ze over haar dieren sprak: vrijheid. Ze zei dat ze tussen de schapen was geboren en dat juist de schapen haar vrijheid gaven. Zelfs ver in de negentig bleef ze daarom met de kudde naar buiten gaan.

En hoewel ze nooit had leren lezen, droeg ze een ander soort bibliotheek met zich mee. Vilalta kende traditionele liederen uit de Ripollès uit haar hoofd. Ze leverde zeven liederen aan Càntut, een project dat het mondelinge muzikale erfgoed van Catalonië bewaart.

Het leven van Marina Vilalta werd een boek

Hoewel ze zelf weinig bijzonders zag in haar leven, raakte journalist Abraham Orriols gefascineerd door de hoogbejaarde herderin en trok met haar en de kudde de bergen in. Hun gesprekken vormden de basis voor het boek Una vida a les muntanyes, dat in 2023 verscheen. Aan de hand van Vilalta’s leven beschreef Orriols ook de veranderingen op het Catalaanse platteland.

De plotselinge belangstelling veranderde weinig aan haar dagelijkse bestaan. Toen Vilalta in 2022 werd onderscheiden, reisde ze niet naar Barcelona om haar prijs op te halen. Ze werd wagenziek, had weinig behoefte aan de stad en wilde vooral haar schapen niet achterlaten.

Zelf had ze de onderscheiding bovendien liever naar een jonge herder zien gaan. Want als het herdersvak een toekomst wilde hebben, waren volgens haar vooral jongeren nodig.

Wie neemt haar kudde over?

Bij haar eigen familie zag Vilalta hoe moeilijk die opvolging was. In 2022 had ze nog ongeveer vijftig schapen, maar van de kudde kon het gezin niet meer leven. Haar zoon en kleinzoon kozen een ander beroep en gingen in de bouw werken.

Ze verwachtte dan ook dat haar kudde na haar dood grotendeels zou verdwijnen. Hooguit enkele schapen zouden bij het huis blijven.

Helemaal zonder hoop was ze niet. Jonge veehouders kwamen soms schapen bij haar kopen om hun eigen kuddes uit te breiden. Maar ze zag dat een nieuwe generatie anders werkte dan zij gewend was. Of die jonge herders het zouden redden, wist ze niet.

Waarom het Spaanse herdersbestaan onder druk staat

Het verhaal van Vilalta raakt daarmee aan een veel grotere verandering op het Spaanse platteland. Haar manier van werken hoorde bij een eeuwenoude cultuur van extensieve veeteelt, waarin dieren grazen op natuurlijke weidegronden en de herder het landschap door en door kent.

Ook de trashumancia maakt deel uit van die pastorale traditie. Daarbij trekken kuddes tussen zomer- en winterweiden, soms honderden kilometers over historische veedrijfroutes door Spanje. Vilalta zelf deed voor zover bekend niet aan deze seizoensgebonden trek. Haar schapen graasden rond Bruguera.

Ze zag in haar lange leven steeds meer herders en schapen uit de bergen verdwijnen. En haar eigen geschiedenis laat zien waarom. Het vak gaf haar de vrijheid waar ze zo aan gehecht was, maar vroeg ook dagelijkse inzet, lichamelijk zwaar werk en bood steeds minder financiële zekerheid.

Marina Vilalta overleed in de nacht van 13 op 14 september. Ze was 99 jaar en had volgens haar familie tot haar laatste dagen haar kudde geleid.

De wereld waarin ze in 1927 werd geboren, mag dan bijna verdwenen zijn. Marina trok nog altijd met haar schapen de bergen in.

Bronnen: Ara, 3Cat, El País