In het kort
- De levensverwachting in Spanje ligt boven de 84 jaar.
- Spanjaarden leven gemiddeld langer dan Nederlanders en Belgen.
- Levensverwachting hangt samen met leefstijl en omgeving.
- De aandacht verschuift naar gezonde levensjaren.
- Ook Nederland en België vergrijzen snel.
De levensverwachting in Spanje is gestegen tot boven de 84 jaar, zo blijkt uit nieuwe cijfers van het Spaanse statistiekbureau INE. Daarmee behoort de Spaanse bevolking tot de langstlevende ter wereld en staat het land in de Europese top.
In Nederland en België ligt de gemiddelde levensverwachting rond de 81 à 82 jaar. Spanjaarden leven daarmee gemiddeld twee tot drie jaar langer dan inwoners van beide Noord-Europese landen.
De stijging past in een bredere trend. Spanje heeft de afgelopen vijftig jaar een enorme gezondheidswinst geboekt door verbeterde medische zorg, hogere welvaart, betere hygiëne en het vrijwel verdwijnen van veel infectieziekten. Maar die factoren verklaren slechts een deel van het verschil met Noord-Europa.
Verschillen vragen om nuance
Waarom Spanjaarden gemiddeld ouder worden, is niet eenduidig te verklaren. Levensverwachting hangt samen met een combinatie van leefstijl, sociaaleconomische omstandigheden, gezondheidszorg en omgevingsfactoren.
De mediterrane voeding, rijk aan groenten, peulvruchten, olijfolie en vis, wordt vaak genoemd als belangrijke verklaring. Maar onderzoekers benadrukken dat voeding slechts één puzzelstukje is. Ook sociale cohesie speelt een rol: in Spanje wonen generaties vaker dicht bij elkaar, en ouderen blijven langer onderdeel van het dagelijkse sociale leven. Dat heeft aantoonbare effecten op mentale en fysieke gezondheid.
Omgeving speelt grotere rol dan gedacht
Steeds meer onderzoek richt zich op de invloed van de leefomgeving. Veroudering blijkt niet alleen genetisch bepaald; omgevingsfactoren beïnvloeden hoe snel cellen slijten. Het totaal van die invloeden wordt het exposoom genoemd.
Factoren zoals luchtkwaliteit, stress, slaap en voeding bepalen mede hoe snel het lichaam veroudert. Spanje scoort op sommige van die punten relatief goed: veel zonlicht, meer buitenleven en een cultuur waarin rustmomenten, zoals de traditionele siësta, nog steeds een rol spelen. Tegelijkertijd zijn er regionale verschillen: grote steden zoals Madrid en Barcelona kampen juist met luchtvervuiling en hogere stressniveaus.
Chronisch slaaptekort, langdurige stress en blootstelling aan vervuiling versnellen ontstekingsprocessen in het lichaam. Die processen worden in verband gebracht met vroegtijdige veroudering en chronische ziekten zoals hart- en vaatziekten.
Niet alleen langer, maar vooral gezonder leven
Nu de levensverwachting oploopt, verschuift de aandacht naar de kwaliteit van die extra jaren. De Wereldgezondheidsorganisatie definieert gezond ouder worden als het behoud van functionele capaciteit: zelfstandig kunnen blijven functioneren, niet alleen het uitblijven van ziekte.
Dat vraagstuk speelt niet alleen in Spanje. Ook Nederland en België zien het aandeel ouderen toenemen. De combinatie van een hoge levensverwachting en lage geboortecijfers zet zorgstelsels onder druk. Steeds centraler staat daarom de vraag hoeveel jaren mensen in goede gezondheid doorbrengen.
Voorsprong, maar geen vanzelfsprekendheid
Dat Spanjaarden gemiddeld enkele jaren langer leven dan Nederlanders en Belgen, is duidelijk. Of die voorsprong blijvend is, valt niet te voorspellen. Ook is niet aangetoond dat Nederlanders en Belgen die in Spanje wonen automatisch een hogere levensverwachting hebben; levensduur blijft afhankelijk van individuele leefstijl, gezondheid en omstandigheden.
Spanje vergrijst snel door het lage geboortecijfer. Dat vergroot de druk op zorg en sociale voorzieningen. De komende jaren zal moeten blijken of het land niet alleen langer, maar ook gezonder oud weet te worden.
Want uiteindelijk draait het niet alleen om levensduur, maar om levenskwaliteit: hoe lang mensen zelfstandig, vitaal en sociaal actief kunnen blijven.