Prehistorisch mysterie in de Pyreneeën: grot op grote hoogte is raadsel voor archeologen

door portret SAskia Plazier, inspanje.nl redacteurSaskia Plazier
prehistorische grot in de Pyreneeën

Op ruim 2.200 meter hoogte in de Pyreneeën hebben archeologen een bijzondere ontdekking gedaan. Ze vonden er de hoogst gelegen prehistorische vindplaats in de Pyreneeën tot nu toe. In een afgelegen grot stuitten ze op duidelijke tekenen dat daar keer op keer mensen zijn geweest. Waarom mensen steeds terugkeerden naar deze plek, blijft een raadsel.

In het kort

  • Archeologen onderzoeken een prehistorische grot in de Spaanse Pyreneeën op 2.235 meter hoogte
  • Cueva 338 is de hoogst gelegen prehistorische vindplaats in de Pyreneeën die tot nu toe bekend is
  • Mensen keerden er tussen ongeveer 5000 en 1000 v.Chr. steeds opnieuw terug
  • In de grot zijn haarden, sieraden, kinderbotten en verhitte groene mineralen gevonden
  • De vondsten wijzen mogelijk op vroege koperbewerking en veranderen het beeld van leven op grote hoogte

Op een hoogte waar de kou al bijtend is en de lucht ijl, deden de archeologen een opvallende ontdekking. Er kwamen verschillende sporen aan het licht. Zo troffen ze meerdere vuurplaatsen aan,  sieraden, kinderbotten en verhitte resten van groene mineralen, waarschijnlijk malachiet.

Vuurplaatsen op dezelfde plek

Vooral de haarden vallen op. Archeologen vonden er maar liefst 23, verspreid over verschillende lagen. Sommige lagen boven op elkaar. Dat wijst erop dat mensen telkens terugkeerden naar dezelfde plek om vuur te maken.

In de haarden lagen verhitte groene mineralen, waarschijnlijk malachiet. Dat wijst op een vroege vorm van koperbewerking. En dat is opmerkelijk, want sommige vondsten dateren van rond 3200 v.Chr. Dat betekent dat metaalgebruik in het Iberisch Schiereiland mogelijk zo’n duizend jaar eerder begon dan gedacht.

De grot lijkt geen werkplaats voor eindproducten, maar eerder een plek waar mensen kopererts verhitten en voorbereidden. Wat ze ermee maakten, gebeurde waarschijnlijk elders.

Sieraden en menselijke resten

Naast de haarden vonden onderzoekers ook andere sporen. Zo doken er sieraden op, waaronder een hanger van een schelp en een met de tand van een bruine beer.

Vergelijkbare schelphangers zijn ook gevonden op andere plekken in Catalonië, daardoor wijst het erop dat de verschillende gemeenschappen onderling contact hadden. De hanger van een beren­tand is zeldzamer en lijkt juist een meer lokale, symbolische betekenis te hebben.

Ook troffen archeologen resten aan van een ongeveer elfjarig kind: een vingerbot en een melktand. Wat die precies betekenen en hoe die daar zijn gekomen, is niet duidelijk. Mogelijk had de grot ook een symbolische betekenis, of diende die op een bepaald moment als een begraafplaats.

Meer dan een toevluchtsoord

De grot werd niet continu gebruikt, maar mensen keerden er wel steeds terug. Dat maakt de grot extra bijzonder. De opgravingen worden uitgevoerd door de Universitat Autònoma de Barcelona en het wetenschappelijk onderzoeksinstituut IPHES-CERCA.

Volgens archeoloog Carlos Tornero gaat het om tijdelijk verblijf. “We weten niet hoe lang mensen er telkens verbleven, maar alles wijst erop dat ze er keer op keer terugkeerden,” zegt hij.

Tussen 5000 en 1000 v.Chr. gebeurde dat in verschillende periodes, afgewisseld met momenten waarop de grot weer leeg was. In de winter lag de grot onder de sneeuw. Waarschijnlijk kon je er alleen komen van het einde van de lente tot aan het begin van de herfst.

Nieuwe kijk op prehistorie

De grot roept voorlopig nog meer vragen op dan antwoorden. Het was een plek waar mensen bewust naartoe trokken, ondanks de hoogte. Een plek waar vuur werd gebruikt om steen in metaal te veranderen, waar persoonlijke voorwerpen achterbleven en waar ook resten van een kind zijn gevonden. De grot lijkt door de eeuwen heen verschillende functies te hebben gehad.

Onderzoekers benadrukken dat voorzichtigheid geboden blijft. De opgravingen zijn nog niet afgerond en ook de vondst van het malachiet wordt nog verder onderzocht. De komende maanden hopen ze meer duidelijkheid te krijgen. Toch is nu al iets veranderd: het beeld van deze gemeenschappen. Cueva 338 laat zien dat de prehistorie zich niet alleen afspeelde in vruchtbare dalen. Mensen trokken ook de bergen in, met een duidelijk doel en de middelen om daar te werken en te overleven.

Hoog bezoek voor grotten en schat van Rincón de la Victoria: onderzoek naar prehistorische rotskunst