Barcelona, Madrid, Málaga, San Sebastián, Sevilla, Valencia en Zaragoza hebben samen een protocol ondertekend voor de oprichting van een netwerk van stedelijke toeristische bestemmingen. Daarmee willen de steden nauwer samenwerken rond overtoerisme, duurzaamheid, behoud van erfgoed en digitalisering. Voor Spanje is dat een opvallende stap: juist in grote steden groeit de druk om toerisme niet alleen te stimuleren, maar ook beter te sturen.
In het kort
- Zeven grote Spaanse steden slaan de handen ineen om toerisme in steden beter te organiseren.
- De samenwerking draait om leefbaarheid, bezoekersdruk, erfgoed en slimme sturing van toeristenstromen.
- Valencia neemt voorlopig de coördinatie op zich van het nieuwe netwerk.
De zeven drukbezochte steden zien het stadstoerisme al jaren groeien en een steeds belangrijker plek innemen binnen de Spaanse toeristische sector. In Spanje is het bezoeken van steden inmiddels goed voor bijna 25% van de inkomsten van de toeristische sector. Volgens de betrokken partijen is er daarom behoefte aan een vaste structuur waarin grote steden kennis kunnen delen en gezamenlijk beleid kunnen voorbereiden. Tot nu toe bestond zo’n landelijk samenwerkingskader nog niet.
Waarom deze samenwerking juist nu
Dat de steden zich nu verenigen, is geen toeval. In veel populaire Spaanse steden staat de leefbaarheid steeds vaker onder druk. Bewoners merken dat historische centra voller worden, dat de druk op openbaar vervoer en publieke ruimte toeneemt en dat toerisme soms schuurt met het dagelijks leven in de stad. Ook het onderhoud van monumenten en drukbezochte buurten vraagt steeds meer aandacht en geld.
Daar komt bij dat gemeenten de afgelopen jaren een grotere rol hebben gekregen in het sturen van toerisme. Meer zaken dan alleen de promotie van een stad en het trekken van bezoekers winnen aan belang. Ook de vragen hoe bezoekers zich door de stad bewegen, waar piekdrukte ontstaat, hoe het evenwicht tussen bewoners en bezoekers beter kan en hoe toeristenstromen beter over tijd en ruimte te spreiden hebben dringend antwoord nodig. Om het wiel niet zeven keer opnieuw uit te hoeven vinden willen de zeven steden juist daarom nauwer samenwerken.
De uitdaging is dus niet alleen economisch, maar ook sociaal: hoe blijf je aantrekkelijk voor bezoekers zonder dat bewoners het gevoel krijgen dat hun stad uit handen glipt?
Valencia neemt voorlopig de coördinatie op zich
De ondertekening vond plaats in het stadhuis van Valencia, in de Salón de Cristal. In een eerste fase komt er een voorlopig samenwerkingsmodel. Dat moet de basis leggen voor de definitieve opzet van het netwerk, met afspraken over bestuur, deelname van nieuwe steden en mogelijke financiering.
Valencia krijgt via Fundación Visit Valencia voorlopig de coördinerende rol. Die organisatie zal onder meer vergaderingen bijeenroepen, het overleg tussen de steden begeleiden en de interne communicatie verzorgen totdat het netwerk officieel is opgericht.
De burgemeester van Valencia, María José Catalá, wees erop dat de steden miljoenen bezoekers ontvangen die gebruikmaken van mobiliteitssystemen, openbare diensten en gedeelde ruimtes. Volgens haar is het daarom nodig om “niet ten onder te gaan aan succes” en vraagt die groei om planning, strategische keuzes en samenwerking.
29 miljoen toeristen in zeven steden
De bij het initiatief betrokken steden hebben samen een groot gewicht binnen het Spaanse stadstoerisme. In de zeven steden wonen in totaal 8,3 miljoen inwoners, dat is goed voor ongeveer 17 procent van de Spaanse bevolking. Jaarlijks ontvangen zij 29 miljoen toeristen, ofwel meer dan een kwart van het nationale totaal.
Die cijfers laten ook zien waarom deze samenwerking meer is dan een symbolisch gebaar. Wat in deze steden gebeurt, heeft invloed op hoe Spanje als toeristische bestemming wordt ervaren. Als zij gezamenlijke oplossingen vinden voor drukte, mobiliteit en spreiding van bezoekers, kan dat later ook voor andere steden in het land als voorbeeld dienen.
Wat merken reizigers en bewoners hiervan?
Voor veel Nederlanders en Belgen horen deze zeven steden tot de bekendste bestemmingen voor stedentrips, familiebezoek en korte vakanties. Als de samenwerking later leidt tot betere spreiding van bezoekers, slimmere mobiliteit of strengere sturing op drukke locaties, dan kan een bezoek aan zo’n stad een stuk aantrekkelijker worden.
Tegelijk is het voor bewoners een signaal dat hun gemeenten het toerisme niet alleen nog zien als groeimotor en cash cow, maar ook als een sector die duidelijke regels en langetermijnvisie vraagt. Daarmee verschuift de toon van promotie naar beheer.
Eerste stap, maar nog veel uit te werken
De oprichting van het netwerk is voorlopig vooral een eerste stap. In de komende periode moeten de steden nog bepalen hoe de samenwerking er precies uit gaat zien, welke projecten zij samen willen oppakken en onder welke voorwaarden andere steden zich kunnen aansluiten.