Spanje bouwt huizen voor gezinnen die straks niet meer bestaan

door Else BeekmanElse Beekman
Spanje bouwt huizen voor gezinssamenstellingen die straks niet meer bestaan

De manier waarop Spanjaarden wonen, is snel aan het veranderen. Steeds meer mensen wonen alleen en de bevolking vergrijst. Maar wie vandaag een woning in Spanje zoekt, ziet vooral huizen gebouwd voor een gezinssamenstelling die steeds zeldzamer wordt. Terwijl de samenleving vooruitgaat, lijkt de woningbouw hier steeds minder op aan te sluiten.

Uit cijfers van het Spaanse statistiekbureau INE blijkt dat het aantal huishoudens in 2039 met bijna 20% zal toenemen. Dat komt niet alleen doordat de bevolking groeit, maar vooral doordat het aantal eenpersoonhuishoudens groeit. Tegen die tijd zal in één op de drie huishoudens iemand alleen wonen. Tegelijkertijd groeit ook het aantal ouderen fors. In 2055 zal ruim 30% van de bevolking ouder zijn dan 65 jaar.

Deze verschuivingen vragen om woningen die daar beter bij passen. Ze moeten kleiner zijn, eenvoudiger en beter toegankelijk en laat dat nou juist net niet zijn wat er in de praktijk wordt gebouwd. Wie nu als alleenstaande op zoek is naar een woning, komt vaak terecht in een te groot, te duur of simpelweg ongeschikt huis.

Nieuwbouw mist aansluiting op hoe mensen leven

Nieuwe woningen in Spanje hebben gemiddeld een afmeting van 100 vierkante meter. Bovendien tellen ze vaak drie of meer slaapkamers. Dat klinkt lekker ruim en aantrekkelijk, alleen voor alleenwonenden, of die nu jong of oud zijn, is dat vooral veel te veel. Juist die mensen hebben behoefte aan betaalbare, compacte woningen die gemakkelijk te onderhouden zijn.

Daarbij komt dat het bestaande woningaanbod vaak oud is en verre van toekomstbestendig. Volgens het statistiekbureau INE is bijna 30% van de huizen in Spanje ouder dan 70 jaar. Veel van die woningen kampen met gebrekkige isolatie, een slechte indeling of zijn moeilijk bewoonbaar voor minder mobiele mensen.

Woningmarkt Spanje in 2030: 80 procent van de bestaande woningen onverkoopbaar

Grote vraag, klein aanbod en duur

Tussen 2021 en 2024 kwamen er ruim 220.000 nieuwe huishoudens bij. In dezelfde periode werden er slechts 110.000 woningen gebouwd op een basis van een al sterk achterlopend aanbod bij de vraag. Die kloof tussen vraag en aanbod is één van de belangrijkste redenen dat huizenprijzen blijven stijgen.

Voor alleenstaanden, jonge mensen en nieuwkomers is dat extra lastig. De concurrentie om een passende woning is groot. Daardoor worden woningzoekenden vaak gedwongen tot compromissen. Ze trekken in een appartement dat te groot is, vestigen zich in een buurt die niet past, of simpelweg: betalen een prijs die ze zich eigenlijk niet kunnen veroorloven.

Overheidsbeleid schuurt met de realiteit

Met het Plan Estatal de Vivienda 2026-2030 wil de overheid het woningtekort aanpakken. Er komt meer focus op sociale huur, maar in de praktijk blijft het zwaartepunt liggen op grotere gezinswoningen. Volgens ontwikkelaars wordt het bouwen van kleinere, meer diverse woningen belemmerd door trage procedures en ingewikkelde regels.

Nieuwe bestemmingsplannen kunnen zomaar zestien jaar duren. Dat betekent dat zelfs als de bouw vandaag op volle toeren draait, het probleem nog lang blijft bestaan. En daar kunnen de mensen die nú een woning zoeken niet op wachten.