Spanje haalt doelstelling vaccineren jonge kinderen niet

door Else BeekmanElse Beekman
Gepubliceerd: Laatst gewijzigd
Spanje haalt doelstelling vaccineren jonge kinderen niet

Premier Sánchez had zich als doel gesteld dat op 7 februari 70 procent van de kinderen hun eerste prik zouden hebben gehaald. Op het moment van schrijven blijft de teller echter steken op 55,6 procent. Het niet halen van het eerste doel, zorgt ook voor een extra uitdaging voor het halen van het tweede doel, namelijk dat 70 procent van deze kinderen op 18 april volledig zijn gevaccineerd.

60 procent ingekochte vaccins Spanje blijven in koelkast liggen

Aan de voorraad van kindervaccins in Spanje ligt het niet. Tot op heden ontving Spanje 4,4 miljoen kindervaccins van Pfizer. Meer dan de helft (60 procent) blijft vooralsnog onaangetast in de koelkast liggen. Volgens cijfers van het Ministerie van Volksgezondheid zijn er momenteel 1,8 miljoen vaccins toegediend. Dit gaat alleen om een eerste prik aangezien er minimaal acht weken tussen de eerste en de tweede prik zitten. Op 15 december 2021 werden de eerste kinderen tussen de 5 en 11 jaar gevaccineerd tegen Covid-19. Deze week ontvangen de kinderen die toen voor het eerst zijn ingeënt hun tweede prik.

De verschillen tussen Spaanse regio’s zijn aanzienlijk: Alleen Galicië, Asturië en Extremadura hebben het vaccinatiepercentage van 70 procent gehaald. In Catalonië, Ceuta en Melilla liggen de percentages zelfs onder de 40 procent.

Oorzaken achterblijvend vaccinatiepercentage Spaanse kinderen

Deskundigen zijn ervan overtuigd dat het achterblijvende vaccinatiepercentage voornamelijk te wijten is aan de vele besmettingen in Spanje. Hoewel de Spaanse regering en regioministeries het belang van vaccineren ook bij kinderen benadrukken, wordt de voortgang belemmerd door de vele besmettingen, vooral onder kinderen van de basisschoolleeftijd. Wanneer kinderen besmet raken, zullen ze langer moeten wachten voordat ze gevaccineerd mogen worden.

Niet alleen de vele besmettingen zijn volgens deskundigen de oorzaak van een lager vaccinatiepercentage. Ook was er verwarring ontstaan tussen Volksgezondheid en diverse regiobesturen of kinderen die al corona hadden gehad alsnog twee prikken zouden moeten krijgen. Huis- en kinderartsen ontvingen hierover tegenstrijdige informatie en werden onvoldoende gesteund door de regering om een duidelijk standpunt in te nemen. Dit heeft er volgens deskundigen voor gezorgd dat het aanmoedigen van het vaccineren van kinderen door artsen aanzienlijk minder is geworden.