In het centrum van Valencia bivakkeert een groeiende groep daklozen. Het gaat om tientallen mensen uit landen als Colombia, Roemenië, Algerije, Marokko, Gambia, Bangladesh en ook Spanje, slapen er in tenten, op matjes of op banken. Velen van hen werden eerder dit jaar verdreven uit de Turia-tuinen, waar ze maandenlang verbleven tot de gemeente de plek in mei ontruimde.
Geen huis, geen hulp
De plek in het centrum van Valencia is strategisch gekozen: tussen het plein Jesús Maroto i González en de achtertuin van cultureel centrum La Beneficencia. Vlakbij liggen het opvangcentrum voor daklozen (CAST) en het CAI dat hulp en begeleiding biedt aan nieuwe migranten. Toch blijven de deuren van deze instellingen vaak gesloten. De wachttijden voor toegang tot een opvangcentrum lopen op tot zes maanden. Ondertussen worden de mensen die in het kamp verblijven dagelijks vroeg in de ochtend door de politie gewekt en gedwongen hun spullen op te ruimen.
Verhalen van overleven
Lucía, een Colombiaanse vrouw, leeft al drie jaar op straat. Door een slepende bureaucratische procedure is haar verblijfsvergunning nog niet rond, waardoor ze niet mag werken. Ze draagt een zware koffer mee en slaapt buiten. Als vrouw is ze extra kwetsbaar, maar ze zegt “zich staande te houden door ‘zich niet weg te laten drukken’.”
Ook Bakary, een 19-jarige jongen uit Gambia, verblijft in het kamp in het hart van Valencia. Hij kwam per boot aan op de Canarische Eilanden en werkte enige tijd in de fruitoogst in Catalonië. In Valencia lukt het hem voorlopig niet om werk te vinden. Hij hoopt in september terug te keren naar Catalonië voor een nieuwe oogst.
Ontruimingen in de Turia
In mei verwijderde de gemeente Valencia meer dan 50 tenten uit de Turia-tuinen. Volgens het stadsbestuur kregen de bewoners alternatieven aangeboden, maar hulporganisaties stellen dat velen zonder duidelijke informatie of begeleiding werden achtergelaten. Organisaties als Médicos del Mundo signaleren dat honderden mensen momenteel geen onderdak hebben en geen toegang hebben tot hulpverlening.
Overbelaste opvang
Valencia telt ongeveer 1.000 opvangplaatsen, verdeeld over gemeentelijke diensten en ngo’s. Toch is het systeem overbelast. Het afgelopen jaar werden meerdere schrijnende situaties gemeld, waaronder gezinnen met jonge kinderen die noodgedwongen buiten moesten slapen. De gemeentelijke dienst SAUS biedt in principe noodopvang aan minderjarigen, maar dat gebeurt niet altijd tijdig of toereikend.
Politieke controverse
Gemeenteraadslid Maite Ibáñez (PSPV-PSOE) heeft de toenemende sociale uitsluiting in Valencia scherp veroordeeld. Ze constateert dat er “precaire nederzettingen zoals tenten en krotten zijn op diverse pleinen in het centrum van de stad, terwijl de burgemeester door blijft gaan met bezuinigingen op middelen en personeel bij de gemeentelijke sociale diensten.” Ibáñez beschuldigt het stadsbestuur van PP en Vox ervan “de haatzaaiende retoriek en criminalisering van armoede aan te wakkeren,” terwijl tegelijkertijd “sociale hulpmechanismen worden afgeschaft, coördinatiecommissies worden opgeheven en de meest kwetsbaren zonder middelen worden gelaten.”
Oppositiepartij Compromís sluit zich bij de kritiek aan en pleit voor meer sociale middelen en structurele oplossingen. Volgens beide partijen verergert het huidige beleid de situatie en belanden steeds meer mensen op straat.
Een groeiend probleem
De situatie in Valencia onderstreept hoe kwetsbaar mensen zonder vaste verblijfplaats zijn. De verhalen van Lucía, Bakary en vele anderen maken duidelijk dat tijdelijke noodopvang niet volstaat. Zonder structureel beleid leven steeds meer mensen gedwongen op straat, terwijl het stadsbestuur inzet op toerisme en stadsvernieuwing.
Vluchtelingen als beesten opgesloten en gedeporteerd met EU-geld