De PP, toen nog in de oppositie, diende in de zomer van 2005 een grondwettelijke klacht in tegen het gebruik van het woord ‘huwelijk’ bij de juridische vereniging van twee mensen van hetzelfde geslacht.
De socialistische regering, onder leiding van José Luis Rodriguez Zapatero, had twee maanden daarvoor het homohuwelijk ingevoerd.
23.000 homohuwelijken
Sinds 30 juni 2005 zijn in Spanje bijna 23.000 homohuwelijken gesloten. Het allereerste in de Spaanse geschiedenis was dat van Emilio Menendez (nu 57) en Carlos Baturín (66). Zij zagen hun liefde eindelijk door een wet erkend en vrezen nu dat hun rechten door de PP ontnomen zullen worden.
‘Zwakke argumenten’
Volgens een professor Grondwettelijk Recht van de Autonome Universiteit in Madrid, Antonio Arroyo, zijn de argumenten die de PP gebruikt erg ‘zwak’. Daarbij vindt hij de klacht waarmee ‘men anderen rechten wil ontnemen onbegrijpelijk’.
Volgens de PP zou een homohuwelijk strijdig zijn met de tekst van artikel 32,1 van de Spaanse Grondwet. Daarin staat het recht op huwelijk omschreven als het ‘recht voor een man en een vrouw om te trouwen in volledige gelijkheid’. Echter in het volgende artikel 32,2 staat dat de wet de vormen van het huwelijk reguleert.
De Spaanse premier Mariano Rajoy verklaarde in een interview op dinsdag met Radio Cope dat hij eerst de beslissing van het Tribunal Constitucional afwacht en pas daarna zelf beslissingen neemt.