Vijftien jaar na het einde van ETA: nog 379 moorden onopgelost

door Else BeekmanElse Beekman
Muurschildering van het wapen van ETA, de terreurorganisatie die 15 jaar geleden werd opgeheven

Wie in Málaga een basketbalwedstrijd bezoekt in het Palacio de Deportes Martín Carpena, staat er misschien niet bij stil. Toch is de sporthal vernoemd naar een slachtoffer van ETA. José Martín Carpena was een van de 858 mensen die de Baskische terreurgroep in vijftig jaar vermoordde. Vandaag, 20 oktober, is het precies vijftien jaar geleden dat ETA het einde van de gewapende strijd aankondigde. Toch zijn nog altijd 379 moorden niet opgelost.

Op 20 oktober 2011 lazen drie mensen met een kap over hun hoofd in een video een verklaring voor in het Baskisch en het Spaans: ETA stopte “definitief” met de gewapende activiteit. Alle politieke partijen reageerden positief. Toenmalig premier José Luis Rodríguez Zapatero zei dat Spanje een democratie zonder terrorisme zou worden, maar niet zonder geheugen.

De laatste dodelijke aanslagen waren toen al even geleden. In juni 2009 kwam politieman Eduardo Puelles om in Baskenland. Een maand later vielen in Mallorca twee agenten van de Guardia Civil. Het allerlaatste slachtoffer in maart 2010 was de Franse gendarme Jean-Serge Nerin. Pas op 3 mei 2018 hief de organisatie zich volledig op.

Wat was ETA?

ETA staat voor Euskadi Ta Askatasuna, Baskisch voor “Baskenland en Vrijheid”. De organisatie kwam voort uit Ekin, een groep jonge nationalisten die zich had afgesplitst van de jongerenafdeling van de Baskische nationalistische partij PNV. De naam ETA werd eind 1958 gekozen. Als officiële oprichtingsdatum geldt 31 juli 1959, midden in de dictatuur van Franco.

ETA wilde een onafhankelijke, socialistische Baskische staat. Die moest los komen van zowel Spanje als Frankrijk. De groep rekende er zeven gebieden toe: de drie provincies van het huidige Baskenland, Navarra en drie Baskische streken in Zuidwest-Frankrijk.

De eerste dodelijke aanslag volgde op 7 juni 1968. Bij een verkeerscontrole in Gipuzkoa schoot ETA agent José Antonio Pardines van de Guardia Civil dood. Daarna gebruikte de groep vrijwel elk middel: schietpartijen, autobommen, kleefbommen onder auto’s en ontvoeringen. Naar schatting 10.000 mensen, vooral ondernemers, werden afgeperst met de zogeheten “revolutionaire belasting”.

ETA zag zichzelf als verzet tegen Franco. Toch vielen de meeste doden pas na zijn dood in 1975, toen Spanje weer een democratie was.

Over het totale dodental gaan verschillende aantallen rond. Europa Press telde bij de opheffing in 2018 829 doden. RTVE spreekt nu van 858.

Vijftig jaar terreuracties en angst

Behalve de doden hebben de acties van ETA hun sporen nagelaten in het collectieve Spaanse geheugen. De bloedigste aanslag uit de geschiedenis van de terreurgroep was die op het warenhuis Hipercor in Barcelona. MAar er waren ook aanslagen op kazernes van de Guardia Civil in Vic en Zaragoza. Toen een bom van ETA hun leven compleet veranderde, waren Irene Villa en Alberto Muñagorri nog kinderen. Gevangenisambtenaar José Antonio Ortega Lara werd pas na 532 dagen bevrijd uit een ondergrondse schuilplaats.

Halverwege de jaren negentig werd het doelwit van ETA breder. In feite kon na 1995, na een strategiebesluit, iedereen slachtoffer worden. Daarmee kwamen ook ondernemers, rechters, journalisten en lokale politici van de PSOE en de PP in het vizier. De jongerenbeweging van de terreurgroep, ‘kale borroka’, zorgde op straat voor vandalisme en intimidatie.

Op de terreur werd vanuit de samenleving ook met verzet gereageerd. Vanaf 1985 hield de beweging Gesto por la Paz stille wakes na elke politieke moord. Hieruit ontstond het blauwe lintje als symbool. Dragers van zo’n lintje werden geregeld uitgescholden of aangevallen. Met de ontvoering van en moord op Miguel Ángel Blanco, gemeenteraadslid voor de PP in Ermua in 1977 kwam een keerpunt. Toen gingen in heel Spanje massa’s mensen de straat op.

Nog 379 onopgeloste moorden

Vijftien jaar na het einde van ETA zie je politici van elke partij gewoon op een terras zitten of met hun kinderen in het park spelen. Zonder lijfwacht in de buurt. Honderden mensen hoeven niet meer onder hun auto te kijken voor ze hun motor starten. Ook is de angst voor een afpersingsbrief verdwenen.

Toch zijn nog steeds 379 moorden gepleegd, waarvoor geen dader is veroordeeld. Juan Manuel Fernández, president van de Audiencia Nacional, de rechtbank die terreurzaken behandelt, noemt het oplossen ervan tegenover RTVE een lastige klus, die met het verstrijken van de tijd alleen maar zwaarder wordt. Justitie heeft volgens hem wel een belangrijke rol in het bewaren van de herinnering en de waardigheid van de slachtoffers.

In 2022 drong het Europees Parlement er bij Spanje op aan om te onderzoeken of deze moorden als misdrijven tegen de menselijkheid kunnen gelden. Daarmee zouden ze niet kunnen verjaren. De Audiencia Nacional wees die mogelijkheid voor feiten van vóór 2004 eerder al af.

Gevangenen dichter bij huis

Verder ligt de situatie van ETA-gevangenen nog steeds erg gevoelig in Spanje. In 2018 stopte Spanje met het verspreiden van deze gevangenen over heel Spanje en ver van Baskenland. Inmiddels zitten ze allemaal in Baskische gevangenissen. Sinds 2021 valt het hun gevangenisbeleid onder de Baskische regering.

Er zijn volgens het Baskische ministerie van Justitie nog 135 gedetineerden. Van hen zitten er 46 in een halfopen regime. Nog eens 26 vallen onder een speciaal regime dat bijvoorbeeld werken buiten de gevangenis mogelijk maakt. Daarnaast kregen 29 gevangenen voorwaardelijke vrijlating omdat ze het grootste deel van hun straf hebben uitgezeten.

Slachtofferorganisaties zijn kritisch over een aantal van die versoepelingen. Zo kreeg oud-ETA-leider Garikoitz Aspiazu, bijnaam Txeroki, een regime van semivrijheid waarmee hij overdag de gevangenis uit mag. Ook andere ETA-gevangenen kregen die regeling. De Audiencia Nacional heeft dat regime in een aantal gevallen weer ingetrokken.

Weinig kennis over ETA onder jongeren

Een andere zorg is de kennis bij jongeren. Het herdenkingscentrum voor terrorismeslachtoffers in Vitoria-Gasteiz hield een enquête onder scholieren die het museum bezoeken. Maar liefst 92 procent geeft aan weinig van ETA te weten, al wil de meerderheid er wel meer over leren. Opmerkelijke uitkomst uit de enquete was dat 15 procent van de bezoekers  geweld voor politieke doelen gerechtvaardigd vindt.

Raúl López Romo, hoofd educatie van het centrum, ziet het onderwerp graag als vaste stof in het lesprogramma. Hij begrijpt dat het ongemakkelijk ligt, omdat de pijn nog vers is. Hij is daarom blij dat het Spaanse toelatingsexamen voor de universiteit dit jaar voor het eerst een vraag over ETA bevatte, bij het vak geschiedenis.

Steun voor EH Bildu groeit

Politiek blijft de ETA en het gedachtengoed een rol spelen. Veel partijen willen dat de Baskisch-nationalistische linkerzijde, de abertzale beweging, openlijk toegeeft dat ETA fout zat. Tegelijk groeit de steun voor EH Bildu, de partij van de abertzale beweging. Daar hoorde vroeger ook Batasuna bij, de partij die als politieke arm van ETA gold en in 2003 werd verboden.

Sociologen Imanol Zubero en Izaskun de la Fuente zien daar drie redenen voor. De partij spreekt jongeren goed aan, er is in Baskenland weinig alternatief links van de socialisten, en EH Bildu legt minder nadruk op onafhankelijkheid en meer op sociale thema’s. Onafhankelijkheid blijft overigens wel het einddoel van de partij, maar dan via de stembus.

Wie dus de volgende keer in Málaga een wedstrijd kijkt, zit in een zaal met een geschiedenis die veel jonge Spanjaarden nauwelijks kennen.