Wie tegenwoordig door de Alpen rijdt, ziet vooral vakantieverkeer en wielrenners. Maar tussen de 16de en 17de eeuw vormden dezelfde bergpassen het toneel van een van de meest ambitieuze militaire logistieke operaties uit de Europese geschiedenis. De Spaanse Weg, een netwerk van paden, passen en versterkte steden, maakte het mogelijk dat duizenden Spaanse soldaten tijdens de Tachtigjarige Oorlog vanuit Italië naar de Nederlanden marcheerden. Zonder deze route had Spanje zijn gezag in Vlaanderen nooit kunnen handhaven.
Voor historici is de Spaanse Weg een fascinerend voorbeeld van vroegmoderne geopolitiek: een tijd waarin religie, handel en dynastieke belangen elkaar kruisten, en waarin de controle over Vlaanderen van levensbelang was voor de Spaanse kroon.
Wie was Filips II en waarom keek hij naar Vlaanderen?
Filips II (1527–1598) was koning van Spanje, heerser over grote delen van Italië, vorst van de Zuidelijke Nederlanden en erfgenaam van een wereldrijk dat zijn vader, keizer Karel V, had opgebouwd. Hij regeerde vanuit Madrid, maar zijn macht strekte zich uit van Peru tot de Filipijnen en van Sicilië tot Antwerpen.
Filips II was een overtuigd katholiek monarch die vond dat religieuze eenheid essentieel was voor politieke stabiliteit. De opkomst van het calvinisme in de Nederlanden zag hij als een directe bedreiging voor zijn gezag én voor de economische motor van zijn rijk.
De Nederlanden waren immers het financiële hart van Europa. Antwerpen was een wereldhaven, Gent en Ieper waren centra van textielproductie, en Brussel fungeerde als politiek knooppunt. Voor Filips II waren de Lage Landen onmisbaar en dus moest elke opstand koste wat kost worden onderdrukt.
Waarom Spanje niet over zee kon
De meest logische verbinding tussen Spanje en Vlaanderen liep over zee, via de Middellandse Zee naar de Atlantische kust en vervolgens door het Kanaal richting de Nederlanden. Maar die route was allesbehalve veilig. Het Kanaal wemelde van piraten, kapers en vijandelijke vloten. De opstandige Nederlandse watergeuzen beheersten delen van de kust, terwijl Frankrijk een onvoorspelbare buur was. Een betrouwbare zeeverbinding was dus uitgesloten.
Daarom moest Spanje het over land proberen. Zo ontstond de noodzaak voor de Spaanse Weg, een corridor door half Europa.
De hertog van Alva en de route in de Tachtigjarige Oorlog
De Spaanse Weg kreeg zijn beslissende betekenis aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog, de langdurige strijd (1568–1648) waarin de opstandige Nederlandse gewesten zich losmaakten van de Spaanse kroon. Om de opstand neer te slaan stuurde Filips II in 1567 zijn meest gevreesde bevelhebber: Fernando Álvarez de Toledo y Pimentel, de derde hertog van Alva. Als gouverneur van Milaan beschikte hij over een strategische uitvalsbasis én een reputatie als meedogenloos militair. Filips II gaf hem de opdracht om de opstandige provincies weer onder Spaans gezag te brengen.
Waarom Frankrijk geen optie was
Alva wist dat hij Vlaanderen niet via Frankrijk kon bereiken; dat koninkrijk was vijandig en zou een Spaanse legermacht nooit doorlaten. Daarom koos hij voor een omweg door gebieden die onder Spaanse of Oostenrijks‑Habsburgse invloed stonden, langs de oostelijke grens van Frankrijk en door het Heilige Roomse Rijk. Dankzij nauwe familiebanden binnen het Habsburgse huis kon hij rekenen op steun van verwante vorsten.
Met hulp van de Oostenrijkse Habsburgers stelde Alva een strijdmacht van ongeveer 10.000 man samen, voornamelijk Spaanse infanterie uit Castilië en Italiaanse gebieden. Eind juni 1567 vertrok de colonne vanuit Milaan richting Susa en de Alpenpas van Mont Cenis. Na een tocht van 56 dagen en bijna duizend kilometer bereikten de troepen Brussel. De mars voerde hen door Savoye, de Franche‑Comté, Lotharingen en Luxemburg.
Het succes van deze onderneming maakte diepe indruk in Madrid. Filips II besefte dat een veilige landroute onmisbaar was om de oorlog in de Nederlanden vol te houden. Vanaf dat moment werd de Spaanse Weg een structurele levenslijn voor manschappen, geld en voorraden, en daarmee een van de belangrijkste pijlers van de Spaanse oorlogsvoering in de Tachtigjarige Oorlog.
Hoe de Spaanse Weg telkens veranderde
De Spaanse Weg was geen strak geplaveide route, maar een voortdurend verschuivend netwerk van doorgangen door gebieden die onder Spaanse of Habsburgse controle stonden. Het was een corridor die zich aanpaste aan de politieke werkelijkheid van het moment, afhankelijk van welke vorst aan de macht was, en welke stad of Alpenpas op dat moment veilig was. Dat deze route überhaupt functioneerde, is te danken aan een logistieke organisatie die voor de 16de en 17de eeuw uitzonderlijk was.
Tussen 1567 en 1638 trokken naar schatting 123.000 soldaten over deze landverbinding, vaak in colonnes die bestonden uit Spaanse infanterie, de gevreesde tercio’s, aangevuld met Italiaanse en Duitse huurlingen. Onderweg werden steden, bergpassen en forten versterkt om de doorgang veilig te houden. Lokale heersers moesten worden overtuigd om de troepen door te laten, soms met diplomatie en financiële middelen, soms met duidelijke druk vanuit Madrid of Wenen.
De Valtellina: een nieuwe variant van de route
Toen in 1618 de Dertigjarige Oorlog uitbrak, werd de oorspronkelijke route te gevaarlijk. Protestantse staten en Franse bondgenoten probeerden de doorgang te blokkeren. Spanje reageerde door een alternatieve route te openen via de Valtellina, een katholiek dal in de Alpen dat strategisch tussen Italië en het Bodenmeer lag.
Het Forte di Fuentes, een imposant fort bij de rivier de Adda, moest deze nieuwe corridor beschermen. Via het Bodenmeer en de Rijn konden troepen vervolgens naar Keulen en verder naar Vlaanderen worden gestuurd.
Roadtrip langs de mooiste kloosters van Spanje
De route kraakt onder druk van oorlog en geldgebrek
Maar zelfs de best georganiseerde militaire route kon niet op tegen de veranderende machtsverhoudingen in Europa. Vanaf de jaren 1620 begon de positie van het Spaanse Rijk te wankelen. Savoye en Venetië probeerden de doorgang te blokkeren, terwijl Frankrijk onder kardinaal Richelieu de Spaanse Weg steeds nadrukkelijker als een bedreiging zag en zich actief met de Alpenpolitiek ging bemoeien. Tegelijkertijd raakte de Spaanse schatkist steeds leeg; het staatsbankroet van 1627 maakte pijnlijk duidelijk dat de oorlogsinspanningen nauwelijks nog te dragen waren.
Toen Frankrijk in 1635 officieel de oorlog aan Spanje verklaarde, stortte het systeem definitief in. De Alpenpassen waren niet langer veilig, bondgenoten haakten af en de alternatieve corridors kwamen in vijandelijke handen terecht. Daarmee verloor Spanje de levenslijn die het bijna een eeuw lang in staat had gesteld zijn macht in Vlaanderen te handhaven.
Het einde van de Spaanse Weg, de neergang van een wereldrijk
Zonder landroute moest Spanje opnieuw proberen troepen over zee naar Vlaanderen te sturen. Dat liep slecht af. In 1639 werd een Spaanse vloot vernietigd in de Slag bij Duins, een beslissende overwinning voor de Republiek.
In 1648 erkende Spanje met de Vrede van Münster de onafhankelijkheid van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De Spaanse Weg, ooit een symbool van macht en organisatie, was verdwenen. En met het verdwijnen van die route begon ook de langzame neergang van het Spaanse wereldrijk.
De Spaanse Weg: indrukwekkend erfgoed
Vandaag krijgt de Spaanse Weg opnieuw aandacht dankzij de Asociación Amigos del Camino Español. Deze vereniging zet zich in om de historische route tussen Milaan en Brussel zichtbaar te maken en het gedeelde Europese verleden te duiden. Dat gebeurt via onderzoek, publicaties, lezingen en georganiseerde reizen. Daarbij gaat de belangstelling niet alleen uit naar de militaire dimensie, maar ook naar de culturele en economische uitwisseling die via deze corridor op gang kwam.
Ook de bevoorradingsroutes vanuit Madrid, Zaragoza, Napels en Rome worden nadrukkelijk betrokken, omdat zij onlosmakelijk met de landverbinding naar Vlaanderen samenhingen. Leden zoeken nog altijd naar sporen uit de zestiende en zeventiende eeuw.
De Spaanse weg te voet, op de fiets of met de auto
Tegelijk is de oorspronkelijke route van Milaan naar Brussel vandaag nog verrassend goed te volgen. In Frankrijk, Italië en Duitsland lopen wandel- en fietsroutes (en delen van het traject zijn per auto te volgen) langs delen van het historische traject. Forten, voormalige garnizoenssteden en Alpenpassen herinneren aan een rijk dat via deze ambitieuze landweg zijn greep op Europa probeerde te behouden, langs wat ooit bekendstond als de Spaanse Weg.
Bronnen: El Camino Español, National Geographic
Verborgen parels langs de ruige noordkust van Gran Canaria